Reisblog 16 – Duitsland – Schlangenbad

We gingen op weg naar een voor mij als reptielenliefhebber echt hoogtepunt. Bovendien een gebied waar ik vorig jaar ook al een fantastische dag heb beleefd. Op 31 mei fietsten we weg bij Winningen, terug naar het Rijndal en naar het zuiden. We hadden weer lekker wind mee en waren lekker vlot bij de camping in Oberwesel. Hier bleven we slechts een nachtje en op de eerste dag van juni gingen we verder naar de camping in de heuvels bij Bad Schwalbach. Hier zaten we lekker dichtbij het bekende Schlangenbad, de enige omgeving van Duitsland waar de esculaapslang voorkomt.

Aangekomen op de camping werden we gelijk al verstoord door een zeldzaamheid op zoek naar eten: de machtig mooie zuidelijke bronlibel vloog rond op ons tentenveldje. Hij liet zich leuk zien, fotograferen was echter een ander verhaal… Maar dat was nog niet alles, want op avontuur in de directe omgeving van de camping vond ik gelijk al een beekje met een stuk of dertig larven van de vuursalamander. Dat lokte gelijk een nachtelijke zoektocht naar de schitterende volwassen dieren uit, maar de vonden we jammer genoeg niet.

Nou goed, de volgende dag gingen we doen waarvoor we gekomen waren: op zoek naar slangen. We stapten vroeg op de fiets om op tijd in het gebied bij Schlangenbad aan te komen, maar de fietsnavigatie had andere plannen. Het pad dat we wilden nemen bestond niet en het alternatief zat vol steile hellingen. Het werd het laatste en iets later dan gepland rolden we het gebied binnen. Maar het was alsof de slangen op ons hadden liggen wachten. Het was nog niet zo warm en daardoor nog rustig wat koudbloedig gespuis betreft. Maar toch zagen we al na een stap of tien de eerst gladde slang en hazelworm. Zo, dat ging lekker!

En ook op de volgende vondst hoefden we niet lang te wachten. Al snel vonden we een jonge esculaapslang en kort daarna ook een groot volwassen vrouwtje. En niet zomaar eentje, maar een echte joekel! Ze was bijna anderhalve meter lang en enorm indrukwekkend. Bovendien was ze bereid een show weg te geven, want ze klom door de takken van een hazelaar steeds hoger en hoger tot we haar bijna niet meer konden zien. Bizar hoe een dier zonder handjes of klauwen of iets dergelijks zo goed en soepel kan klimmen. Echt fantastisch!

Op het veldje ernaast voltrok zich tegelijk een drama. Een trekker was de boel aan het maaien. Tot zover niks schokkends, maar dat trok een zwarte wouw aan die hoopte dat er slachtoffers zouden vallen. Hij vloog traag achter de trekker aan en soms ook pal langs ons. Dicht genoeg bij voor een plaatje met mijn macrolens! En hij kreeg zijn zin: na een paar minuten dook hij omlaag, kwam weer omhoog met een hazelworm in de klauwen en verdween achter de bergen. Weg hazelworm, weg zwarte wouw.

In een ander deel van het gebied vonden we nog drie esculaapslangen: twee wat kleinere volwassen dieren en één jong van vorig jaar. Zo jong lijken ze nog best op een ringslang door de gele nekvlekken, maar de esculaapslang is bruin met een soort panterpatroon. Heel anders dan de ringslang.

De ringslang zagen we overigens óók nog. Bij een beekje streken we neer om een beetje uit te rusten, maar ik kon niet zo goed stilzitten. Ik vond een ringslangetje die door de beek zwom en zag een gewone bronlibel eitjes leggen. En ook ín het water was een hoop leven te vinden. In een breder en minder snel stromend deel van de beek zaten veel vuursalamanderlarven én volwassen vinpootsalamanders. Maar het was nog niet helemaal af. Want toen we beter keken zagen we heuse monsters over de bodem lopen, gewoon tussen de salamanders en larven. Variërend in formaat zagen we meerdere larven van de zuidelijke bronlibel, goed gecamoufleerd in de modder waar ze duidelijk ook wel eens ín zaten. Een prachtig stukje dus, met verschillende zeldzame soorten!

Na deze prachtige dag besloten we ook nog een échte rustdag te houden en niet zo veel te doen behalve boodschappen. ’s Avonds zochten we wel nog even naar vuursalamanders, maar het mocht niet baten.

Op 4 juni vertrokken we bij de camping. Omdat we geen zin hadden om dezelfde weg naar het Rijndal te volgen hadden we een paar stevige hellingen in het vooruitzicht en bij Kiedrich wilden we nog even slangen zoeken. Omdat we er even over deden om de goede plek te bereiken was het inmiddels best wel opgewarmd. De score bleef bij twee hazelwormen op deze plek, maar wel vergezeld door een paar leuke vlinders. Hier zagen we voor het eerst het dambordje en ook nog een zeldzame soort die steeds verder oprukt naar het noorden: de braamparelmoervlinder. Deze soort houdt van braamstruwelen op warme hellingen. Dat maakte het niet zo makkelijk om foto’s te maken, maar ze waren wel goed te zien.

Zo werd het toch nog een goed afscheid van deze plek. We verlieten de heuvels en fietsten door het inmiddels brede Rijndal zuidwaarts…

Eén reactie op “Reisblog 16 – Duitsland – Schlangenbad”

  1. Wat een schitterende beelden en voor jullie ongetwijfeld onvergetelijke momenten. Blijkbaar heeft die plek zijn naam niet gestolen…. zoveel slangen.
    Ook je “bijvangsten” zijn meer dan het bekijken waard Jan. Bedankt voor zowel woord als beeld.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: