Alpenavonturen 7: De hoogte in

Geschreven door

·

Onderwerpen: ,

Een hete auto, werkzaamheden op de snelweg en hoge bergen. Klinkt als zomer en klinkt als vakantie. En dat was het ook. Al vroeg in de zomer vertrok ik met Hendrike richting Oostenrijk. Twee weken wandelen, kamperen in het Lechdal, héél véél vlinders zien, nóg meer tijd besteden aan prachtige libellen fotograferen bij de Zeinissee en natuurlijk beenspiertraining en het bijbehorende uitzicht. Ik was toe aan vakantie en ik heb er ontzettend van genoten. De komende tijd deel ik in meerdere delen mijn Alpenavonturen, van 26 juni t/m 9 juli. Een welverdiende vakantie na een druk voorjaar. Op deze pagina verschijnen alle delen.

Op 5 juli begon de ochtend na een koude nacht stralend zonnig op onze prachtige camping aan de Zeinissee. Na het ontbijt haalden we dezelfde truc uit als Jan-Freerk zeven jaar geleden, maar helaas wel minder goedkoop. De Silvrettakaart waarmee je toen gratis in de bus en in alle kabelbanen kon is op onze camping inmiddels gereduceerd tot een gratis buskaart in het dal. Die bus namen we naar Ischgl, maar de kabelbanen de berg op moesten we zelf betalen. Ze waren bij de kassa duidelijk niet gewend dat er daar mensen aan het loket een kaartje kwamen kopen, maar het kon wel.

We namen eerst de gondel vanuit het dorp naar iets boven de boomgrens op de berg en daarna nog een stoeltjeslift naar de Zwitserse grens op een plaatselijke kam van maar liefst 2752 meter hoogte. Vanaf daar konden we rustig aan rondwandelen op grote hoogte zonder dat we moeite hoefden te doen om er te komen. Onderweg zagen we vanuit de stoeltjeslift al marmotten zitten. Ideaal!

Minder ideaal was het weer. Het was op zich redelijk, maar ook erg koud. Vooral de wind. Je moest de grote bouwwerken en talloze skiliften maar even wegdenken, maar dan was het uitzicht wel spectaculair.

We volgden de kam en een pad dat steil omhoog liep naar een nog hogere berg. Plotseling vloog er een lammergier laag over de berg, maar die was helaas al bijna voorbij toen we hem zagen. Voor een lokaal piekje moesten we een smal pad met een kabel om je vast te houden volgen. Bovenop stond het kruis van de Greitspitz op 2872 meter. Rond deze piek was de wind ronduit guur, maar er zaten wel alpenheggenmussen te zingen. De eerste vogels bovenop de berg.

Na de top liepen we nog een klein stukje over de top aan de Zwitserse kant van de berg, waar we hoopten in de luwte te zitten, maar dat was maar voor een klein deel zo. De zon zat meestal achter een wolk, dus het was erg koud. Vlinders lieten zich nauwelijks zien en vogels eigenlijk ook. Een enkele waterpieper en een tapuit zagen we. Marmotten waren er meer. Eerst lieten ze zich niet goed benaderen, maar uiteindelijk was er eentje die niet heel schuw leek en met een grote paal van de skipiste als beschutting kon ik best dichtbij komen voor een foto. Hendrike was vooral jaloers op het heerlijk zachte en warme vachtje van de marmot.

Daarna vonden we het mooi geweest en namen de stoeltjeslift naar beneden. Bij het tussenstation liepen we nog een klein rondje over de overgang van skipiste naar alpenweide voor we de gondel naar beneden namen. Daar moesten we een half uur op de bus wachten en toen kwamen we erachter dat we de laatste bus naar de camping zouden hebben. Maar het kwam allemaal goed.

Op 6 juli besloten we een dagje rustig aan te doen, mede door het feit dat we boodschappen moesten doen en dat hier nou eenmaal tijd kost en omdat het weer niet perfect was, en dan kan je niet ook nog een berg op.

We sliepen uit en dat was lang genoeg om de nachtelijke regen niet meer te zien. Het was wel nog zwaar bewolkt en dat zijn prima omstandigheden voor boodschappen. We wilden daarna vanuit Galtür nog een stukje een beekdal in lopen, maar we konden de auto niet echt ergens kwijt en zo spannend zou het waarschijnlijk toch niet zijn. Daarom gingen we gewoon weer naar de camping om uit te laden en daar te wandelen. Uiteindelijk was al wel gebleken dat het mooiste wandelgebied direct naast de camping begon.

Ik wilde nog wat verder zoeken naar vlinders en libellen (de zon kwam inmiddels regelmatig door en dan was het redelijk warm). We deden een wedstrijdje wie de zeldzaamste nieuwe vlinder voor de vakantie kon vinden. We liepen via een klein paadje omhoog richting de Kleine Zeinissee. Onderweg zagen we al meerdere erebia’s, blauwtjes, vuurvlinders en parelmoervlinders. Bij een klein beekje ontdekte Hendrike een oranjebonte parelmoervlinder die zich mooi liet zien. Een mooie nieuwe vondst!

Daarna ontdekte ik een piepklein vennetje met hoogveenranden, verborgen in een dalletje een stukje van het pad, eigenlijk pal boven de camping. Er vlogen ook libellen en dat maakte het aantrekkelijk genoeg om er stiekem te gaan kijken. Aan de rand van het veentje blunderde ik meteen tegen een uitsluipende glanslibel aan. Ik dacht en hoopte eerst dat het een taigaglanslibel was (de lokale specialiteit), maar toen ik er nog eentje vond en de eerste meer kleur kreeg bleek het om hoogveenglanslibellen te gaan. Dat was eigenlijk nog leuker hier, hoewel het geen exclusieve Alpensoort is. Maar wel een nieuwe soort voor dit gebied zo lijkt het!

Boven het vennetje vlogen ook venglazenmakers, venwitsnuitlibellen, speerwaterjuffers, een taigaglanslibel (ze waren er dus wel) en er probeerde een blauwe glazenmaker eitjes te leggen op mijn broek. Voor het zover was heb haar vriendelijk weggejaagd. Toch niet zo’n handige plek.

We maakten ons rondje af en zagen nog wat meer vlinders van wat we al gezien hadden, waaronder het veengeeltje en veel klaverblauwtjes. Maar de enige en ook zeker leuke nieuwe vlinder was de oranjebonte parelmoervlinder. Dus Hendrike heeft gewonnen! Al was ik vooral erg blij met mijn hoogveenglanslibellen en hun larvenhuidjes die veilig in mijn bakje zaten.

Geef een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar