Een hete auto, werkzaamheden op de snelweg en hoge bergen. Klinkt als zomer en klinkt als vakantie. En dat was het ook. Al vroeg in de zomer vertrok ik met Hendrike richting Oostenrijk. Twee weken wandelen, kamperen in het Lechdal, héél véél vlinders zien, nóg meer tijd besteden aan prachtige libellen fotograferen bij de Zeinissee en natuurlijk beenspiertraining en het bijbehorende uitzicht. Ik was toe aan vakantie en ik heb er ontzettend van genoten. De komende tijd deel ik in meerdere delen mijn Alpenavonturen, van 26 juni t/m 9 juli. Een welverdiende vakantie na een druk voorjaar. Op deze pagina verschijnen alle delen.
Het puntje van de berg dat we vanaf de camping kunnen zien lachte ons al een paar dagen toe. En er loopt een pad naartoe. Dus een grote klim kon niet uitblijven. Wel met nadruk op grote, want in 3,6 km moest van 1810 m naar maar liefst 2788 m geklommen worden. Een kilometer de lucht in naar de Fädnerspitze! Maar we hadden de hele dag, het pad zag er mooi uit en we dachten dat we het wel konden.
We vertrokken op 7 juli vanaf de camping. Daar namen we meteen een klein paadje omhoog, dat redelijk geleidelijk afstand nam van het dal. Over de prachtige venige, bloemrijke helling waar we altijd op uitkijken. We zagen veel vlindertjes, maar omdat het best warm was wilden ze niet echt stilzitten. Dus wij konden rustig naar boven stampen. Dat ging best goed. Twee keer hielden we pauze om wat te eten. Omdat naar het smalle pad en naar de lucht kijken niet heel goed tegelijk gaat zagen we pas vrij laat een steenarend die over ons heen kwam en even later zelfs een vale gier! Die laatste vloog helaas heel snel door en hebben we alleen van achteren gezien.







Wat we in het veld niet zagen en ook tijdens de vakantie op de foto’s nog niet, was dat de steenarend ons nog een andere leuke waarneming bracht. Zes weken later zocht ik mijn foto’s van deze wandeling uit en ik zoomde in op een foto van een berghelling waar de steenarend voorlangs vloog. De steenarend kon ik niet vinden, maar wel een groep van maar liefst 14 steenbokken die rustig op de berghelling stonden te grazen! Heel bizar om zo ver na de vakantie nog zoiets te ontdekken. Ik had wel de hellingen afgespeurd, maar had ze niet gevonden…






Daarna ging het klauteren door, maar het werd wel zwaarder. Op tweederde van de horizontale afstand hadden we pas iets meer dan de helft van de verticale afstand gehad. De slotklim werd dus steiler en technischer, soms was het pad bijna meer een klauterbaan met grote stappen om een rots op te komen. Toen klonk er een noodkreet van Hendrike: ‘een witte, een witte!!’ Er zat een witbonte parelmoervlinder op het pad! Even konden we hem bekijken voor hij wegwaaide.





De bekende landschapselementen, de camping, het meer en het kleine vennetje van gisteren werden steeds kleiner. En toen haalden we de top! Een kilometer boven de camping en met prachtig uitzicht over de Zeinissee, het complete dal en zelfs de Silvrettastausee, maar we wisten nog even niet of we daar blij mee moesten zijn want we zagen allebei wel op tegen de terugweg.




Het enige alternatief was over de kam naar een volgende spits lopen en daarna verder naar beneden en door het dal waar we over uitkeken. Dat leek monsterlijk, maar met ‘slechts’ 13 km in plaats van 3,5 en een veel geleidelijker afdaling klonk het gek genoeg nog best aantrekkelijk. Bovendien zag het dal er heel mooi uit. Dus we moesten voor grof geschut gaan: camera in de tas en flink doorstappen de rest van de dag.
En zo begonnen we aan de omweg. Het pad aan de andere kant van de Fädnerspitze naar beneden was veel beter te doen en we volgden de kam naar de Grieskopf op ‘slechts’ 2756 m. Het laatste stuk was het pad verdwenen en bestond het uit slechts stenen met markeringen erop. Het werd een klauterpartij, maar gelukkig van niet al te lange duur. We volgden de kam verder tot het pad naar beneden begon. We daalden af aan de andere kant van de bergen ten opzichte van de camping. Het landschap was totaal anders. In een vermoedelijk voormalige gletsjer waren vooral puinhellingen en sneeuwvelden. Hoe anders dan al het groen aan de andere kant van dezelfde berg! Het pad was goed te doen en was ook wel een beetje een opluchting na al het geklauter bovenop. Al slingerend gingen we omlaag, waar we een smeltwaterrivier overstaken en weer een stukje bergop moesten. Het pad liep over gras en puin, met mooi uitzicht over het spectaculaire, onbewoonde en onaangetaste dal.




We kwamen nog wat kleine meertjes tegen en langzaam werd het landschap ook weer veniger. Bij een berghut vulden we ons water bij en vanaf daar hadden we vooral nog gravelwegen en makkelijke paden naar de camping, maar nog steeds wel aardig wat kilometers en afdalingen te gaan. Het dal dat we volgden zat propvol met marmotten, die overal rondrenden en zich soms van dichtbij lieten zien. Maar het was al laat en we waren moe, dus we liepen stug door maar genoten wel van alle marmotten om ons heen.


Vlak voor de alp waar we eerder al geweest waren vlogen er nog twee steenarenden rond een bergtop. De een verdween snel over het dal heen, maar de andere kwam cirkelend weer tevoorschijn en werd lastiggevallen door torenvalken en verdween uiteindelijk al duikend en buitelend ook uit beeld.

De laatste kilometers naar de camping was er een andere vorm van spanning en sensatie, want de koeien van de alp waren lekker aan het grazen en deden dat graag vanaf het pad. De eerste konden we wel goed voorbij, maar daarna kwamen er tien grote koeien met hoorns ons tegemoet en toen werd het toch wat spannender. Met een boog door het veen heen konden we passeren. En na de laatste afdaling was daar dan eindelijk om 19:00 uur de camping.
We hebben met slechts een korte pauze vanaf de Fädnerspitze doorgelopen om een beetje op tijd terug te komen. Vanaf de Fädnerspitze kregen we er spontaan nog 9 kilometer en een stuk of 200 extra stijgmeters bij. Maar we waren blij met de keus om de wandeling uit te breiden, het ongerepte dal te ontdekken en we hebben een heel spectaculaire wandeling gemaakt. Hadden we het onderschat? Zeker. Was het mooi? Ja, absoluut! Kunnen we deze tocht aanraden? Ja, maar weet waar je aan begint…
Hiermee kwam onze prachtige vakantie in Oostenrijk langzamerhand op zijn eind en na ons lange en zware avontuur was de energie een beetje op. Gelukkig hebben we al veel gezien hier. Ons oorspronkelijke plan voor 8 juli om nog een flinke wandeling te maken ruilden we in voor uitslapen, een busritje naar de Silvrettastausee en een klein wandelingetje daar.
We waren het er vrij snel over eens dat dit weliswaar een aardige toeristische trekpleister was maar qua natuur en landschap eigenlijk een van de mindere plekken van de omgeving. Vanaf de stuw konden we rotszwaluwen zien en er zat een nestje van sneeuwvinken in de stuw verstopt.






Aan het einde was een kunstzinnig ingerichte tunnel en we hadden uitzicht op twee gletsjers die kleiner waren dan toen ik hier zeven jaar geleden was. We maakten een wandelingetje langs een beek, maar de beek bleek veel lager te liggen. Omdat het flink bewolkt was moesten we het doen met barmsijzen die kabaal maakten voor tien (per stuk) en een jonge waterspreeuw die twee keer een kijkje kwam nemen toen we zaten te eten. We zagen nog enkele vlinders, waaronder de zilveren maan en de Zwitserse glanserebia.




’s Avonds was de energie weer een beetje terug en maakten we een laatste avondwandelingetje langs de Zeinissee tot aan Zeinisjoch, waar de waterscheiding tussen het stroomgebied van de Rijn en de Donau is en de provinciegrens tussen Tirol en Vorarlberg. Nog even tijd om te genieten van deze prachtige plek, gek te doen en bloemetjes te kijken. Auf Wiedersehen!

Geef een reactie