Alpenavonturen 6: Poollibellen boven de bomen

Geschreven door

·

Onderwerpen: ,

Een hete auto, werkzaamheden op de snelweg en hoge bergen. Klinkt als zomer en klinkt als vakantie. En dat was het ook. Al vroeg in de zomer vertrok ik met Hendrike richting Oostenrijk. Twee weken wandelen, kamperen in het Lechdal, héél véél vlinders zien, nóg meer tijd besteden aan prachtige libellen fotograferen bij de Zeinissee en natuurlijk beenspiertraining en het bijbehorende uitzicht. Ik was toe aan vakantie en ik heb er ontzettend van genoten. De komende tijd deel ik in meerdere delen mijn Alpenavonturen, van 26 juni t/m 9 juli. Een welverdiende vakantie na een druk voorjaar. Op deze pagina verschijnen alle delen.

Op 4 juli hebben gewandeld vanaf camping Zeinissee. We hadden een route gekozen met niet al te veel hoogtemeters om te wennen aan de hoogte en tijd over te hebben voor vlinders en libellen. We zijn in een waar paradijs terecht gekomen, dus dat was wel nodig. We liepen door Natura 2000-gebied Verwall, waar Natura-2000 gebied Wiegensee binnenvalt. Heuse pareltjes in het landschap.

Het was stralend zonnig vandaag, maar niet warm bovenop de berg en de wind was ronduit koud. Met een graad of 13 midden overdag hield het wel op, maar de zon zorgde ervoor dat het met een vest erg lekker was. De eerste meters gingen het langzaamst, want daar kwamen alle nieuwe vlinders al. We zagen onder andere het morgenrood, alpenhooibeestje en veenbesblauwtje.

Bij het eerste meertje dat we tegenkwamen vlogen ook al vlinders rond en een venglazenmaker. Ik vond ook een uitsluipende libel waarvan hij even dacht dat het iets bijzonders was en daar moesten uitgebreid foto’s van gemaakt worden. Maar dat bleken toch gewoon metaalglanslibellen te zijn. Ook mooi om zo uitsluipend te zien natuurlijk.

We vervolgden onze weg over een prachtig pad dat omhoog en later weer omlaag slingerde door prachtige bloemrijke bergvenen. Als liefhebber van zowel veen als bergen kon ik mijn hart ophalen. Na een tijdje kwamen we langs een alm met veel koeien, waar we een smal pad over de helling in sloegen richting de Wiegensee. Onderweg vergaapten we ons nog maar eens aan de vele vlinders.

Bij de Wiegensee begon het pas echt leuk te worden, want speciaal voor Hendrike hadden ze een heus vlonderpad de berg op gesleept! En speciaal voor mij plofte er aan het begin pal naast het vlonderpad een heuse taigaglanslibel neer. Een typische Alpensoort, die alleen hoog in de bergen en noordelijk in Scandinavië voorkomt. Je krijgt hem niet zomaar cadeau, je moet er wel een stuk voor lopen. Dit exemplaar liet zich prachtig fotograferen en vloog daarna nog wat mooie rondjes.

Bij de Wiegensee zelf waren nog wat prachtige vennen en veentjes, met volop libellen. En dat op twee kilometer hoogte! Het mooie van zo’n hoog gebied is dat er weliswaar maar weinig libellen kunnen leven, maar de libellen díe er leven zijn ook meteen bijzondere soorten. Zo vonden we hier ook de azuurglazenmaker, net als de taigaglanslibel een specialist van hoge en noordelijke hoogveengebieden.

Verder vlogen er venglazenmakers, veel venwitsnuitlibellen en speerwaterjuffers rond. Echt een poolparadijsje eigenlijk. Het is grappig om hier hoog in de bergen soorten tegelijkertijd te zien die bij ons in Nederland in totaal andere seizoenen vliegen. De speerwaterjuffer ken ik als een typische soort van het vroege voorjaar, die van half april tot eind mei het meest te zien is. De venglazenmaker vliegt van half juli tot en met september. In poolklimaat (hoog in de bergen en noordelijk in Europa) vliegen beide soorten tegelijk. De zomer is te kort voor verschillende vliegtijden, dus alles is er nu.

De terugweg was dezelfde weg terug tot de alm, die konden we goed doorstappen. Daarna namen we een ander pad, dat steil omlaag liep een smal beekdal in. Onderweg zagen we talloze kleine beekjes en prachtige stukjes veen. We bereikten de boomgrens en in een luw stuk bos landde er een zuidelijke bronlibel laag in een boom en die was ongeveer niet weg te slaan. Geen problemen mee natuurlijk! Het dal liep flink omlaag, tot ver onder de camping zelfs. Onze wandeling eindigde dus met een heel steile wandelweg vol haarspeldbochten omhoog. Daar bereikten we de stuw van de naastgelegen Stausee Kops en konden we langs het meer naar onze eigen Zeinissee en de camping lopen.

Na zo’n 13 km, 450 hoogtemeters, 200 libellen en 2000 vlinders waren we aardig moe, maar ook erg voldaan. Wat een fantastisch gebied!

Geef een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar