Zon, zand en zee op Ameland

Een stevige bries, niet te koud, trekvogels in overvloed en goeie zin in vakantie. De ingrediënten voor een paar fijne dagen op Ameland. Bovendien waren zowel mijn ouders als ik nog nooit op dit Waddeneiland geweest, dus een goede reden om te gaan.

We vertrokken vrijdag met de auto naar Holwerd, om met alleen de fiets op de boot verder te gaan. Zo groot is het allemaal niet, dus die auto hadden we toch niet nodig. Op de dag van aankomst was het redelijk winderig, maar verder aangenaam weer. De noordenwind blies de trekvogels al tegen de duinen aan zag ik op waarneming.nl, dus ik had goede hoop voor de dagen erna.

Een kokmeeuw, gefotografeerd vanaf de boot naar Ameland.

Op zaterdag zagen we de eerste echte zeevogels. We gingen wandelen op het noordzeestrand tussen Nes en Ballum. Zonder telescoop, dus we moesten het met verrekijkers en mijn telelens doen. Weliswaar was de wind al wat gedraaid en was het daardoor minder gunstig om zeevogels te zien, maar al heel snel had ik een parelduiker in het vizier, enorm ver weg boven zee. Een aantal minuten later gevolgd door een vijftal Jan-van-genten, eveneens zo ver weg dat er amper wat van te maken was. Gelukkig was er ook dichterbij al wat te zien: namelijk drieteenstrandlopers. Zeker niet zeldzaam, maar wel heel leuk om naar te kijken. Ze lopen met de golven mee, om net aangespoelde beestjes op te kunnen pikken. Bovendien zijn ze aardig aan mensen gewend, waardoor ze ook voor de fotograaf een erg fijn doelwit zijn.

Drieteenstrandloper, rennend voor de golven.

Op zee vlogen intussen ook zeekoeten voorbij. Vlak achter de branding hingen veel zwarte zee-eenden rond. Er zat ook een grote zee-eend tussen, bleek toen ik ’s avonds de foto’s ging bekijken. In een groep opvliegende zee-eenden knalde er eentje uit dankzij een opvallend wit blok in de vleugels.

De zwarte zee-eenden met één grote ertussen. Kun je hem vinden?

De dag was nog niet om. Terwijl we door de duinen terugliepen naar de fietsen was ik alert op kleine zangvogeltjes, in de hoop er een verdwaalde zeldzaamheid tussen te ontdekken. Dat resulteerde in een mogelijke bladkoning, maar deze liet zich precies één keer horen en niet zien. Te weinig om er zeker van te zijn. Daarna hoorde ik wat tikken in de bosjes, wat van een braamsluiper bleek te komen. Gezien de witte buitenste staartpennen, de diepbruine kleur op de rug, een vage overgang van de witte wang naar de beige borst en het feit dat hij in oktober in Noord-Nederland zit, maakt het waarschijnlijk dat het één van de zeer zeldzame oostelijke ondersoorten (Siberische of vale braamsluiper) is. Omdat er nog een hoop onduidelijk is over de kenmerken van deze ondersoorten is het beest voorlopig nog niet op naam te brengen. De foto’s zijn niet mooi, maar hij staat er redelijk duidelijk op.

De – waarschijnlijk – Siberische of vale braamsluiper.
Een lucky shot, terwijl hij van struik naar struik vloog.
Konijntje in de duinen.
Landschapsplaatje met vuurtoren. Links zie je zonnestralen in de nevel; het effect heet de jacobsladder.

Voor zondag was er slechter weer voorspeld. Daarom gingen we naar het bos van Nes, in de hoop daar bosvogels en paddenstoelen te vinden. Beide waren er nauwelijks en aangezien het weer best oké was eindigden we toch weer op het strand. Hier kon ik weer helemaal losgaan op de drieteenstrandlopers, die zich nog veel beter lieten fotograferen dan de dag ervoor. Van dichtbij zag ik ze onverstoorbaar met de golven mee rennen, af en toe een rustpauze om de veren weer op te poetsen.

Twee jonge noordse sterns, in een groep van vijf en een visdief.
Visdief

Terwijl ik een groep noordse sterns recht boven mijn hoofd stond te fotograferen belde mijn vader, die intussen een stuk was doorgelopen, dat er bij hem vlak achter de branding twee zeekoeten dobberden. Snel liep ik door om deze beestjes van relatief dichtbij te bekijken. Een stuk leuker dan eentje die twee kilometer verderop over zee vliegt!

Twee zeekoeten dobberend op de golven.

Dit tafereel herhaalde zich even later, maar nu was ik aan de beurt om te bellen. Aan het eind van de branding kwamen twee dwergmeeuwen aanvliegen. Met mijn telefoon in mijn hand stond ik daar, toen één van de twee, een juveniele dwergmeeuw besloot om recht op mij af te komen. Op amper tien meter van mij vandaan draaide hij een rondje over het strand. Daar stond ik dan, met mijn telefoon tussen mijn schouder en mijn oor geklemd zo goed en zo kwaad als het ging het beest op de foto te zetten. Gelukt! Mijn ouders konden hem vanaf waar ze stonden helaas niet vinden.

Op maandag was het weer mooi weer. We gingen naar de oostpunt van Ameland, eerst 15 kilometer fietsen vanuit Ballum, waar we in een stacaravan zaten, en dan nog vier kilometer over het strand lopen.

Een overvliegende roodkeelduiker in winterkleed boven zee.

Ondanks de zuidenwind (aflandige wind aan het noordzeestrand) werd het een mooi zeevogeldagje. Binnen een mum van tijd zagen we al de eerste roodkeelduikers en zeekoeten vliegen, niet veel later door een paar Jan-van-genten op gigantische afstand. Maar de mooiste roodkeelduiker kwam halverwege de wandeling naar de oostpunt, toen ik een roodkeelduiker ontdekte die pal achter de eerste golf dobberde, op een meter of vijf van het strand. Terwijl ik in die richting liep zwom hij wel iets naar achter, maar niet veel en dus kon ik hem van dichtbij bekijken! De vogel was nog niet in winterkleed, maar in de overgang. Een deel van de rode keel was nog zichtbaar en de kop was grijs-wit gevlekt.

Min of meer op de oostpunt werden we nog meer getrakteerd. Een smelleken en een sneeuwgors vlogen over, en iets eerder al een dwergmeeuw. Allemaal overigens net te snel voor een fatsoenlijke foto.

De grote klapper kwam op de terugweg. Een beetje in gedachten verzonken sjokte ik door het zand. Toen ik naar rechts keek vloog er ineens een jonge Jan-van-gent over de branding, op amper dertig meter afstand. Hij vloog me al voorbij, maar mijn ouders liepen weer eens voor mij. Ik floot hard en schel om ze te waarschuwen. Alsof de Jan-van-gent het hoorde draaide hij een rondje, keerde om en kwam pal voor me terug vliegen. Langs de rand van het strand vloog hij door richting de oostpunt.

Dinsdag was onze laatste dag op het eiland. Om het hele eiland gezien te hebben fietsten we via de vuurtoren aan de westkant naar de boot. Het was mistig en het miezerde een beetje. Niet bepaald ideaal weer om nog leuke vogels te zien. Toch troffen we op de waddendijk nog een leuk vogeltje. Er liep een sneeuwgors over het fietspad. Hij liet zich erg leuk zien en fotograferen.

3 Reacties op “Zon, zand en zee op Ameland”

  1. Oeh, die sneeuwgorsen. Toen ik ze de eerste keer zag, zo langs de stenen dijk ,kon ik niet geloven dat zo een klein vogeltje langs de grote zee foerageerde. Nu geniet ik er elke keer weer van, ook wanneer ik naar je foto’s kijk.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s