Denk je aan woestijn, dan denk je niet direct aan Nederland. Hoewel de droogte dit jaar flink heeft toegeslagen, is het nog best groen (en paars op de hei!) in ons land. Toch brengt het droge en warme jaar (en ongetwijfeld een pak toeval) iets bijzonders met zich mee. Vorige week werd in de buurt van Eindhoven een zeldzame waarneming gedaan: er werd een zadellibel gemeld.

De zadellibel is oorspronkelijk met name een Afrikaanse soort, aangepast op droogte en hitte. In woestijnachtig gebied vliegt deze soort in grote getale rond op zoek naar voortplantingswater. Waar het warm genoeg is vliegt de soort jaarrond in meerdere generaties. De larven ontwikkelen binnen enkele weken in ondiep, snel opwarmend water. Ze moeten ook wel snel zijn, voor dat je het weet is het alweer opgedroogd. Op sommige plekken kunnen enorme zwermen ontstaan en deze sterke vlieger kan gigantische afstanden afleggen. Inmiddels komt de zadellibel standaard in Zuid-Europa voor, maar noordelijker waarnemingen zijn nog steeds zeldzaam. Als de wind goed staat en het lekker warm is kunnen ze wel ver zwerven, ook tot in Nederland. In de zomer van 2019 was er een gigantische invasie en ook in 2021 zag ik plotseling een zadellibel tijdens een rondje fietsen. Meestal gaat het om bescheiden invasiegolfjes, met name langs de kust bij zuidwestenwind. Ook afgelopen voorjaar werden er enkele zadellibellen gemeld in Nederland, maar het bleef bij enkelingen.

Zo’n enkeling heeft blijkbaar toch stiekem iets bijzonders gedaan. De zadellibel in Eindhoven was namelijk kakelvers, nét uitgeslopen! De dagen erna werden er op dezelfde plek meer exemplaren gevonden, en zelfs larvenhuidjes. Het is pas de tweede keer dat de zadellibel zich heeft voortgeplant in Nederland.

Toevallig had ik al maanden een uitje met een stel libellenliefhebbers naar Midden-Limburg gepland staan, afgelopen zondag. Het kanoën op de Roer was erg gezellig en leverde ondanks de bewolking zelfs nog een kleine tanglibel op. Toch kon ik de unieke situatie van de zadellibellen niet helemaal loslaten en ik was blij dat de anderen net zo enthousiast waren als ik over het idee om op de terugweg langs te gaan.

Het was eind van de middag dat we aankwamen op de locatie. Een oerlelijke locatie overigens. Pal tegen het hek van vliegveld Eindhoven lag op de rand van een industrieterrein een half opgedroogde plas vol perzikkruid op een ruig, braakliggend terreintje. In deze oase gebeurde het blijkbaar.

De bevestiging van dat het leuk zou worden kwam al vrij snel, toen tientallen kakelverse zwervende heidelibellen ons om de oren vlogen. Deze soort heeft een vergelijkbare levenswijze als de zadellibel: exemplaren uit Zuid-Europa zwerven naar Nederland, leggen eitjes in ondiep, weinig begroeid water en de larven ontwikkelen binnen enkele weken zodat de volgende generatie in augustus uitsluipt. Ondanks dat ze jaarlijks in redelijke aantallen naar Nederland komen en klimaatverandering zou moeten helpen is het nog altijd een vrij zeldzame soort. Helaas heb ik geen foto’s gemaakt, want ik had een missie en weinig tijd om die missie tot een goed eind te brengen.

Sinds dit jaar ben ik me meer gaan verdiepen in larvenhuidjes van libellen, de vervellingshuidjes die op de water- en oeverplanten achterblijven nadat de libel is uitgeslopen. En dit was een zeldzame kans om in Nederland een larvenhuidje van een zadellibel te vinden. En daarnaast hoopte ik natuurlijk ook de libel zelf te zien.

Tussen de vele zwervende heidelibellen ging ik op zoek, door het ondiepe water perzikkruid en lisdodde afspeurend. Vrijwel meteen had ik een larvenhuidje van de sterk gelijkende zuidelijke keizerlibel te pakken. Ook al zo’n warmteminnende, snel ontwikkelende soort. En bovendien eentje waarvan ik niet eerder een larvenhuidje had gevonden.

De zadellibellen lieten zich nog even niet zien. Het was ook al laat op de dag en inmiddels zwaar bewolkt. Maar terwijl we een kakelverse zuidelijke keizerlibel bij zijn larvenhuidje vonden, viel mijn oog ook op een huidje van een iets kleinere keizerlibel. En ja hoor, daar was het huidje van de zadellibel!

Nu die binnen was kon ik ook met een gerust hard het water uit komen toen vanaf de kant geroepen werd door andere speurders dat ze een zadellibel hadden gevonden. Die zat laag in de begroeiing, maar prima zichtbaar. Bovendien kwam er binnen minuut nog eentje aanvliegen, die op een nog betere plek neerplofte. Door de bewolking ging dit kakelverse beest nergens meer heen en ik kreeg alle gelegenheid hem op de foto te krijgen.

Het grappige van verse zadellibellen is dat ze eigenlijk kleurrijker zijn dan wanneer ze ‘uitgekleurd’ zijn. Kort na het uitsluipen is het borststuk groen, het ‘zadel’ al wat blauwpaarsig, de segmenten zalmroze en aan het einde blauwe vlekjes in sterk contrasterend zwart. Het blauwe zadel en de zwarte tekening blijven, maar verder wordt de zadellibel vrijwel volledig zandkleurig. Toch wel wat saaier dan die prachtige pastelkleurtjes van een kakelverse libel.

Ook een derde zadellibel werd nog gevonden, met veel minder kleur. Het is me uiteindelijk niet helemaal duidelijk of die verser of juist minder vers is dan de exemplaren met pastelkleurtjes. Hoe dan ook is ook dit een prachtige libel.

Na een uitgebreide sessie werd het jammer genoeg toch tijd om te gaan. Ik had me de hele dag nog wel kunnen vermaken met deze buitenkans. Al zal het in de toekomst vast nog eens vaker gebeuren dat er zadellibellen over de zomer heen voortplanten in Nederland, voor nu blijft het toch een uitzonderlijk tafereel en voor mij bovendien de eerste keer dat ik erbij was. De spijt dat ik in 2019 niet ben gaan kijken is zo toch ruimschoots goedgemaakt.

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar