Nieuws is het inmiddels al nauwelijks meer te noemen. Maar dat maakt het niet minder spectaculair. Een maand geleden stond vogelend Nederland ondersteboven en ging het nieuws razendsnel de wereld over: er zat een brileider in de Waddenzee! Normaal gesproken verlaat deze eend de ijskoude zee van Alaska en Oost-Siberië niet, maar nu zat er eentje voor de kust van Texel. Ik heb nog nooit een vogel gezien die zó veel aandacht trok. Er is geen Europees vogelboek waar de soort in staat, ook niet de ANWB-vogelgids en het tweedelige handboek vol dwaalgasten. Er zijn zelfs mensen vanuit Amerika en India naar Nederland gekomen om de brileider te bewonderen. Bizar.
Nou ben ik niet iemand die alles laat vallen om het land door te gaan reizen voor een vogel, maar na een paar weken zat het beest er nog altijd en begon het toch wel te kriebelen. Samen met Ilse plande ik een weekendje Texel, in het ijzige weekend van 8 februari.
Dat werd me een tocht. Uiteraard was de brileider de dag voor we gingen voor het eerst sinds de ontdekking niet gemeld. Dus enigszins gespannen waren we wel. Op zaterdagochtend vroeg stapten we met de fiets in de trein om twee uur en een kwartier later in Den Helder weer uit te stappen en naar de boot te fietsen. Maar eenmaal op het eiland waren we nog niet op onze bestemming. Het was ijskoud en we moesten eerst een uur tegen de wind in fietsen. Op naar de IJzeren Kaap, ter hoogte van Oosterend. Ja, dat was wel een end. Een fietstocht waarvan je warm wordt door het harde trappen en tegelijk net zo hard weer afkoelt door de harde, koude wind.
Maar daar waren we dan. In de stevige golven dobberde een groep gewone eiders. Te zien aan de turende vogelaars die zeker niet allemaal Nederlands spraken was de brileider nog op zijn stek. Het was even zoeken, maar ja. Daar was hij dan: de brileider. Op een paar honderd meter uit de kust. Met de verrekijker was hij net te herkennen, een telescoop hadden we helaas niet. Maar dan is daar het sociale vogelwereldje: ik heb nog nooit een vogelaar met telescoop ontmoet die nee zegt als je vraagt of je even mag kijken. Dat hielp wel. Het statief trilde flink in de wind, maar zeker niet zo erg als mijn handen door de kou. Deinend op de golven van de Waddenzee zag ik de brileider in vol ornaat.



Omdat de eend ver weg was en wij door en door koud besloten we even een café op te zoeken. We waren niet de enige. Ik grapte tegen de eigenaar dat hij wel een koek en zopie op de dijk kon beginnen. Hij had het al overwogen.
Opgewarmd en met wat extra kledinglaagjes konden we er weer tegenaan en bezochten we de brileider nog een keer. De wind was inmiddels flink afgenomen en de groep brileiders wat dichterbij. Daardoor was hij een stuk beter te zien, ook omdat we zelf wat minder trilden. Tot zonsondergang bleven we kijken, waarna we ons overnachtingsadres opzochten.



Met de waarneming van de brileider was ons weekend nog niet voorbij. Op zondag was het mooi windstil weer en een waterig zonnetje deed zijn best. In de polder Waalenburg waren veel eenden en ganzen. We fietsten er rustig tussendoor.

De leukste vogels zagen we bij paal 15 op het Noordzeestrand. Ondanks de aflandige wind en de tijd in het jaar zagen we meerdere Jan-van-genten naar het noorden trekken. We zagen er in een uur tijd een stuk of acht. Een deel van hen was niet eens echt ver weg en konden we mooi voorbij zien zeilen. Ook de roodkeelduikers die rondvlogen waren leuk. Beide soorten waren nieuw voor Ilse.

Zelf genoot ik het meest van de eiders die voor de kust dobberden. Op zo’n dertig meter zat een behoorlijke groep met veel mannetjes en die waren flink met elkaar aan het donderjagen. Er werd volop gebaltst. Het geluid kon ik helaas niet horen door de wind die van ons af stond. Maar het was een heel imposant gezicht!






Tja, en toen kwam het afgelopen weekend. Die had ik eigenlijk al gepland staan om naar Texel te gaan. Om mijn vriend Kylian weer eens op te zoeken, die daar nu stageloopt. En dus stapte ik afgelopen vrijdag wéér in de trein naar Den Helder, samen met Hendrike.
Mijn zijn drieën fietsten we op zaterdag het hele eiland over. Eerst van ’t Horntje naar Ecomare, waar we over het strand wandelden. In tegenstelling tot vorige week was het erg rustig met de vogels. In de duinen kwamen we nog wel wat konijntjes tegen, die genoten van de tijdelijke rust op de camping van De Koog.




En nee, ik kon het niet laten. Na een tussenstop in hetzelfde cafeetje als vorige week in Oosterend (het beviel wel) sleepte ik Kylian en Hendrike mee naar de IJzeren Kaap om toch nog even naar de brileider te gaan kijken. Hij zwom best dichtbij, een stuk beter dan vorige week. Bovendien was het windstil en de Waddenzee was een rustige vlakte. Ondanks dat het nog steeds te ver weg was voor echte topfoto’s, was het wel de moeite waard. De brileider, eiders en een stuk of wat geoorde futen waren mooi te zien!



Op zondag hebben we langs de Mokbaai gewandeld. Bijzondere waarnemingen deed ik niet, mooi was het wel. En koud. Nog steeds. Op de veerboot naar Den Helder deed ik nog even mijn best om de Russische stormmeeuw tussen de gewone stormmeeuwen uit te pikken. Dat is helaas niet gelukt. Gelukkig zijn gewone stormmeeuwen ook mooi.


Geef een reactie op Jan-Freerk Kloen Reactie annuleren