Na dat natte en koude april was ik best weer even toe aan een goed vakantiegevoel. Na de tentamenweek volgde gelukkig een herkansingsweek zonder herkansingen, inclusief het hemelvaartweekend. En het weer werkte ook nog fantastisch mee. Een perfect moment voor Hendrike en mij om de tent weer van stal te halen en op te zetten in het mooie Twente. Dit is deel 1 van het verhaal, deel 2 volgt na een paar dagen en is dan hier te lezen.


In het verleden ben ik wel vaker in deze omgeving geweest en een klein beetje verliefd geworden op deze regio. Ik weet ook dat het fantastisch libellen kijken is in deze omgeving, door een mooie afwisseling van hoogveen met gebufferde vennen, beekdalen en zandgrond met vennen. De muggen neem ik dan maar voor lief.

Op de eerste avond liepen we nog even een rondje langs de Buurserbeek, waar de camping aan lag. Nietsvermoedend liep ik een klein paadje in het struweel in, waar ik een berg takken en stammen in de beek aantrof, inclusief vraatsporen. Een beverburcht in aanbouw? Niet veel later vonden we twee mensen met verrekijker op de oever. Zij wisten duidelijk iets wat wij niet wisten, al had ik zo langzamerhand een sterk vermoeden. Toen we terugliepen keek ik nog eens bij het paadje in de beek en toen zag ik een bever aan een wilg knagen. Even later ging hij het water in en dobberde vlak voor ons nog een rondje. ’s Avonds vielen we in slaap onder begeleiding van een boomkikkerkoor dat (gelukkig voor onze oren) op een kilometer van de camping zat.

De eerste hele dag stond in het teken van vakantiegevoel opbouwen, niet te veel doen en een familiebezoekje in de buurt. Het weer was prima, maar nog niet echt zonnig. We sloten de dag af met weer een wandelingetje langs de beek rond zonsondergang, deze keer met camera. Weer zagen we de bever.

De bever gaat met een wilgentak aan de haal.

Even later, toen Hendrike een ander stuk beek afzocht en ik langs de oever zat te posten omdat ik een zwemmende bever via de oever had ingehaald, kwam er een bever vlák voor mij langs zwemmen. Prachtig!

Een bever zwemt vlak voor mij langs in de schemering.

Een stukje verderop was een duidelijk beverpaadje van de beek de steile oever op, het wandelpad kruisend om in een ondergelopen wilgenbosje weer te verdwijnen. Nadat we beide bevers die duidelijk langs ons gezwommen waren niet meer zagen, hoorde ik luid geknaag uit het bosje. Net toen ik bij het beverpaadje over de struikjes keek, zag ik een bever met een flinke tak door het bosje aan komen zwemmen. Snel en stil gingen Hendrike en ik een paar meter terug om tussen de hoge begroeiing te hurken. De nietsvermoedende bever nam zijn vaste route en liep vlak voor ons langs over de oever. Toen hij mij zag bleef hij even staan, om vervolgens snel de beek in te glijden, waar we hem richting het vermoedelijke hol te zien zwemmen. Met mijn telefoon heb ik het gefilmd.

Een bever kruist ons pad nietsvermoedend en vervoerd zijn afgeknaagde wilgentak door de beek.

Wat natuur betreft was de vakantie nu echt begonnen. De volgende dag stond het hoogveen op de planning. Het is een afwisselend gebied, met goedgevulde veenmosvennen, bos, heide en alles er tussenin. Mijn doelsoort: de speerwaterjuffer. Deze soort doet het erg slecht in Nederland, door habitat dat verloren gaat en klimaatverandering. In Scandinavië is het een van de algemeenste juffers, hier een extreme zeldzaamheid die bovendien hard achteruit gaat. Er zijn nog maar drie gebieden waar de soort voorkomt. Een treurig gezicht op de verspreidingskaart, die slechts enkele jaren geleden nog een stuk beter gevuld was. Het is een kritische soort van koude gebieden en vegetatierijke gebufferde vennen en die combinatie is er in Nederland niet veel meer.

Nou goed, de doelsoort liet niet lang op zich wachten. Ik heb al eens een hele dag gezocht naar een enkele speerwaterjuffer in dit gebied, maar dat was te laat in de vliegtijd. Nu was het gelukkig minder moeilijk. Al was het juffertje duidelijk in de minderheid ten opzichte van de azuurwaterjuffers, dankzij de afwijkende blauwtint (lichter, met een vleugje groentint en meer zwarte tekening dan de azuurwaterjuffer) was hij er ook in vlucht vrij makkelijk uit te filteren.

Intussen moest ik mijn aandacht wel verdelen, want binnen zo’n honderd meter zagen we ook al vier adders die vlak naast het pad lagen te zonnen. Doordat het nog vrij vroeg was lieten zij zich prima zien.

Een paartje adders ligt te zonnen op de dode varens. Een lekker warm plekje.

Het mooie van deze plek is dat je niet van het pad af hoeft om leuke dingen te zien. De adders liggen op de kade waar het pad overheen loopt dwars door het natte gebied en de speerwaterjuffers zitten soms op de sprieten op en naast het pad. Doordat het gebied zo nat en venig is kán je ook amper van het pad overigens. In dit deel van het gebied bleken de speerwaterjuffers weliswaar niet in grote dichtheid, maar wel verspreid door het hele stuk rond te vliegen. Voor een groot deel ver van het geschikte voortplantingshabitat, dat meer midden in het onbegaanbare en afgesloten gebied ligt. Het zal dus niet altijd makkelijk zijn om de soort hier te zien, maar we hadden geluk dat het laat genoeg in het seizoen was dat er al veel exemplaren rondvlogen maar vroeg genoeg dat de massale voortplanting en eileggerij in de vennen nog niet begonnen was. Perfecte timing dus. Al met al zagen we met een rondje van zo’n twee kilometer ongeveer vijftig speerwaterjuffers.

Intussen was Hendrike op dreef met adders zoeken. We hadden in mijn telgebied op de Veluwe vorige week natuurlijk al goed geoefend. De score stond aan het eind van het rondje op tien, waarvan het grootste deel overigens al behoorlijk actief was en door de felle zon niet echt meer hoefde te zonnen. Het waren bijna allemaal wegschieters. Andere leuke soorten die we zagen waren het bont dikkopje, noordse en gevlekte witsnuitlibel en héél veel viervlekken.

Een vers uitgeslopen viervlek.
Het bont dikkopje. Een zeldzame soort van Twente, de Achterhoek en Zuidoost-Brabant.
Gevlekte witsnuitlibel, man

Eén reactie op “Scoren in Twente (deel 1)”

  1. Wat een reptielenjaar – JFK Natuurblog Avatar

    […] Ik heb in het voorjaar al meerdere keren geschreven over de voor mij bizarre hoeveelheid reptielen ik zag tijdens mijn telrondes op de Veluwe. Tijdens deze rondes heb ik veel mooie waarnemingen gedaan. Van knalblauwe heikikkers in het vroege voorjaar, tot een ringslang die voor mijn neus een pad op kauwde. En over abnormale hoeveelheden adders in mijn telgebied én in Twente. […]

    Like

Geef een reactie op Wat een reptielenjaar – JFK Natuurblog Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar