Ik heb in het voorjaar al meerdere keren geschreven over de voor mij bizarre hoeveelheid reptielen ik zag tijdens mijn telrondes op de Veluwe. Tijdens deze rondes heb ik veel mooie waarnemingen gedaan. Van knalblauwe heikikkers in het vroege voorjaar, tot een ringslang die voor mijn neus een pad op kauwde. En over abnormale hoeveelheden adders in mijn telgebied én in Twente.
Na een pauze in de zomer ben ik in de nazomer nog een aantal keren op pad geweest met mijn medetellers Rob en Maykel. En het bleef maar doorgaan. Dat de adders het jaar van hun leven beleefden wisten we inmiddels al. In mei had ik in één ronde ons jaartotaal van 2023 overtroffen. Het jaartotaal waar op vóór die ronde overigens ook al bijna op zaten. En dat in mei. Maar goed, we hadden dus een paar keer geluk met het vinden van het perfecte moment voor een telling in het voorjaar, maar dat is nog geen garantie voor succes in het najaar. Zeker na een warme en droge zomer kan het soms lastig zijn de slangen weer terug te vinden. Maar dat was dit jaar niet aan de orde. Op 25 augustus liepen we een nieuwe ronde met wederom eigenlijk een topscore voor dit gebied. We vonden twee babyadders, het teken van voortplanting waar je naar zoekt tegen het eind van het seizoen. Ook vonden we drie volwassen adders. Ook met de ringslangen ging het hard: zeven stuks. En de zandhagedissen deden niet onder voor de rest: 22 exemplaren waarvan veel jongen van dit jaar.


Op 18 september bleef de score wat adders betreft wel mager, met maar één exemplaar, maar de ringslangen deden weer goed hun best en ik telde er elf. Bovendien zag ik negen venglazenmakers, een soort die het slecht doet in Nederland en waarvan ik er in de afgelopen twee jaar nog maar één gezien had in dit gebied. Maar gelukkig, ze zijn er nog.
Nog eenmaal kwam dit gebied aan de beurt, op 26 september. En de slangen waren er nog niet klaar mee. Weliswaar zagen we van de zandhagedissen nog maar een enkeling en bovendien leken de adulte dieren al in winterslaap te zijn, maar toen de zon onverwacht goed doorbrak bleek dat we niet voor niks gekomen waren. Er kwamen vijf adders op de lijst en vier ringslangen. Een lijst waarmee we normaal gesproken al enorm blij zouden zijn. Maar onze dag was pas echt gemaakt toen ik op de valreep nog een juveniele gladde slang vond, onze eerste van het jaar in dit gebied. Deze soort komt er in erg lage aantallen voor, in 2022 herontdekten we de soort na twaalf jaar in het gebied en sindsdien hebben we hem jaarlijks, maar in zeer lage aantallen gevonden.








Maar dat was slechts één van de twee gebieden in de omgeving Kootwijk. In de andere ben ik helaas maar één keer geweest na de zomer, mijn medetellers hebben de andere rondes gelopen. Maar mijn ronde was niet voor niets. Het was een frisse donderdagmorgen, waarop we wat later begonnen dan normaal. Het was maar net warm genoeg op dat moment, dus eerder hadden we ook niet hoeven komen. Maar het zoeken werd ruimschoots beloond. Mijn eerste waarneming was een juveniele gladde slang die nog ijskoud op zoek was naar de zon. En al snel daarna vond ik een juveniele adder, een spectaculaire waarneming hier. In dit gebied gaat het al jaren slecht met de adder, zeker na de droge zomers vanaf 2018. Een jong dier hebben we sinds zeker 2015 niet meer gevonden en eerder dit voorjaar zagen we de eerste twee mannetjes van het gebied sinds 2016. Zeker een opsteker voor het gebied.


Maar hier bleef het niet bij. Niet veel later vond ik nog een vrouwtje adder, een nieuw exemplaar voor het gebied. Het gebied is gelukkig verbonden met verschillende andere gebieden waar de adder nog voorkomt, maar het blijft een kwetsbare soort op de droge Veluwe. Maar zo kan het dus dat ondanks de zeer lage aantallen er af en toe nieuwe exemplaren opduiken. Al kunnen we natuurlijk ook best wat missen en hoeft een voor ons nieuw exemplaar niet nieuw voor het gebied te zijn. We breidden de score nog uit met nóg twee gladde slangen en 22 jonge zandhagedissen. Bovendien vonden we buiten onze telroute aan de rand van het gebied nog eens twee gladde slangen, waarvan er eentje nét begonnen was met de laatste vervelling voor de winterslaap. Een koddig gezicht, zo’n gladde slang met een mutsje op.

In het kort was 2024 een topteljaar in eigenlijk al onze gebieden. Het eerste gebied van dit verhaal beleeft een gloriejaar. Vorig jaar hadden we onze hoogste adderscore (10) en hoogste ringslangenscore (15) sinds we in het gebied komen. Dit jaar gingen de cijfers door het dak met respectievelijk 27 en 34 exemplaren. In het tweede gebied telden we twee keer zo veel gladde slangen als gemiddeld en twee meer dan onze hoogste score tot nu toe, vonden we voor het eerst in jaren weer addermannen en een baby en konden we ons hoogste aantal zandhagedissen sinds zeker 2015 opschrijven.
Of het werkelijk een topjaar voor de reptielen was moet nog blijken. De hoge aantallen pasgeboren zandhagedissen zijn een goed teken, evenals het hoge aantal adders van slechts één jaar oud. Maar vooral was het een goed jaar om waar te nemen. Geen droge, hete zomer en veel vochtige dagen. De weersomstandigheden waren vaak goed om reptielen te zoeken en bovendien wisten we op dubieuze dagen de perfecte momenten te vinden. Dat gaat ook nog al eens anders, maar dit jaar hadden we bijna altijd geluk.
Een jaar vol goede momenten is natuurlijk heel goed nieuws en kan goed bijdragen aan de reproductie van de reptielen. Of dat gelukt is gaan we de komende jaren merken.

Plaats een reactie