Ik ben inmiddels al heel wat jaren actief in het Nederlandse reptielenwereldje. Na wat omzwervingen loop ik alweer voor het vijfde jaar mee met mijn vaste monitoringsgroepje, waarmee ik drie telroutes voor reptielen in de gaten houd. En ik denk inmiddels best veel te weten. Maar toch kunnen reptielen me blijven verbazen. Vandaag was zo’n dag.
Het was niet al te warm weer vandaag. Ook niet enorm zonnig. Heel voorzichtig probeerde de zon wat door de wolken te prikken. Een klassieke matige reptielendag, maar eentje waarop je in geval van twijfel wel moet gaan. Dat heb ik inmiddels al vaak genoeg ervaren. Toch besloot ik vanmiddag met één van mijn medetellers een poging te gaan wagen bij één van onze routes op de Veluwe. De route waar we doorgaans vooral zandhagedissen zien en waar elke andere waarneming bijna automatisch een ‘topscore’ oplevert. De levendbarende hagedis hebben we al jaren niet gezien, de ringslang komt er (op een enkele zwerver na) niet voor en met de adders gaat het heel erg slecht. Gladde slangen en hazelwormen komen we wel af en toe tegen. Het gebied heeft nogal te lijden gehad van vreterij door zwijnen, droge en warme zomers en stikstof. En toch hoeven we het gelukkig nog niet op te geven.
We waren nog geen tien minuten bezig toen we al een handvol zandhagedissen te pakken hadden. Maar dat niet alleen, want we vonden ook al heel snel een gladde slang, een jong van vorig jaar. Nou, die topscore was dus al binnen! Maar de natuur had meer verrassingen voor ons in petto.

Want weer tien minuten later zagen we niet één maar twee addermannetjes gezellig samen zonnen. De eerste schoot snel weg toen we dichterbij kwamen, maar nummer twee bleef mooi liggen. Misschien zag hij ons niet goed; hij had een zogenaamd melkoog. Het stuk huid op het oog laat bij het vervellen los en vervelt met de rest van de huid mee. Vlak voor de vervelling kan zo’n slang daardoor niet goed zien en het oog lijkt witachtig. Vandaar de naam ‘melkoog’.



Maar nog even over de waarneming. Want die is echt wel bijzonder. Het gaat heel slecht met de adders in het gebied en de laatste drie jaar hebben we nog maar drie individuele vrouwtjes kunnen vinden. Mannetjes hebben we al een hele tijd niet meer gezien, in 2016 voor het laatst. Of ze er al die tijd niet gezeten hebben? Je gaat het bijna denken. We komen zeven keer per jaar in het gebied om reptielen te zoeken. Als je dan acht jaar geen addermannen meer ziet en nog maar weinig vrouwtjes, ga je haast denken dat het afgelopen is met de populatie. Maar nu blijken er toch twee mannetjes te zijn, die vermoedelijk op deze plek samen overwinterd hebben. Het kan natuurlijk heel goed dat we een deel van de populatie gemist hebben. Je kan nooit altijd alles zien. Of ze zijn uit andere gebieden hierheen gekomen. Tja, wie zal het zeggen… Kennelijk kunnen slangen lang onder de radar leven. Hoe dan ook, een bijzondere waarneming. En goed nieuws voor de addervrouwen in het gebied.
Hoewel onze dag al niet meer stuk kon en we eigenlijk al dik tevreden waren, zochten we toch nog maar even verder. Tenslotte waren we pas op een kwart van de route. En ik stond nog even na te genieten van de adders toen mijn medeteller de volgende gladde slang alweer te pakken had. Weer een jong van vorig jaar. Een baby’tje. Zo klein en schattig!
Intussen liep de score zandhagedissen ook op tot een respectabel aantal voor deze route. En weer vonden we een gladde slang, deze keer een volwassen vrouwtje. Nu begon het toch wel gek te worden. Ik grapte al dat we maar moesten stoppen met tellen, anders zouden ze het thuis niet geloven. Het is pas eind maart, maar de gladde slangen waren kennelijk al goed actief. In de boekjes staat dat gladde slangen pas begin mei uit de winterslaap komen. Nou heb ik al eerder gemerkt dat dat wel meevalt, maar meer dan een enkeling kom je doorgaans toch niet tegen in deze tijd van het jaar. En nu hadden we er al drie binnen een uur!




Halverwege onze route maakten we een uitstapje naar een ander deel van het gebied, waar iemand anders begin maart adders had gezien. In dat hoekje komen we normaal niet, maar nu wilden we toch wel even kijken. En eindelijk vond ik ook mijn eerste slang van de dag: weer een jonge gladde slang. Deze bleef prachtig liggen voor de foto. Nummer vier, het moet niet gekker worden.

En binnen een korte afstand vonden we ook nog twee prachtige addermannen. We hebben ze vriendelijk doorverwezen naar ons eigen telgebied. Daar verwelkomen we ze graag. Eventjes doorkruipen nog.


Na dit uitstapje maakten we onze eigen route af. Inmiddels begon het al wat later te worden en wat af te koelen. Meer dan een paar zandhagedissen konden we niet meer aan de telling toevoegen. Maar ik was al dik tevreden. Ze blijven je verrassen, die reptielen.

Geef een reactie op Wat een reptielenjaar – JFK Natuurblog Reactie annuleren