Aan alles komt een eind, en dus ook aan een lange donkere winter, met niet eens veel echte kou, maar wel veel nattigheid. Heel veel nattigheid. Maar de weg naar boven is ingezet en afgelopen zondag heb ik hier eens even flink van geprofiteerd.
Zodra de zon doorbreekt in maart begint het bij mij meteen te kriebelen. En zo ook bij mijn medetellers van de reptielenroutes op de Veluwe. En dus gingen we zondag weer op pad. Eindelijk!
Het leek een dubieuze dag voor reptielen te gaan worden, minder zonnig dan de zaterdag ervoor. Maar mochten we niks zien, dan waren we gewoon een dagje lekker buiten geweest. Maar het viel allemaal reuze mee. Aangekomen in het eerste gebied brak de zon al snel door en de vogels hadden er ook zin in. Binnen de kortste keren hadden we alle spechten die je in deze tijd in Nederland kan verwachten al gehoord. De kleine bonte, middelste bonte, zwarte en grote bonte lieten zich binnen tien minuten horen, even later de groene ook nog. En dat alles onder het achtergrondgeluid van boomleeuweriken en grote lijsters die er flink op los gingen.
De eerste hagedissen waren ook wakker. Het was nog niet heel warm maar wel zonnig en dat lokte de eerste reptielen uit hun holletjes. Bovendien kwamen er nog twee rode wouwen dichtbij langs vliegen, op weg naar hun broedgebied in het noorden en oosten.

De jas en het vest samen waren al snel te warm en in totaal telden we 9 zandhagedissen. Een enigszins magere score voor het gebied als we in april waren geweest, maar voor nu waren we dik tevreden. Bovendien hadden we nog een gebied achter de hand.

In ons tweede telgebied hoopten we ook de eerste slangen te zien. Dit was ons natte gebied, en nat was het zeker. Nog nooit had ik hier zoveel water gezien. Meestal loop ik hier in sandalen en korte broek doorheen en dan geeft het niet dat ik nat word, maar zo vroeg in het jaar is dat wat koud. Dus met laarzen probeerden we het gebied te trotseren, maar ik heb het niet met droge sokken gehaald. Maar ik had het er graag voor over. Ook hier waren de vogels lekker actief en de eerste zandhagedissen hebben we ook gezien. Bovendien dreven overal en nergens in het water gewone padden rond. Zo veel padden had ik hier nog nooit gezien. Een grappig gezicht. Het waren er honderden in het hele gebied.



Slangen zagen we nog niet, maar wel iets waar ik nog veel blijer van werd. Van een afstandje hoorde ik verderop in het veen een zacht klokkend geluid. Ik herkende het meteen als een koortje heikikkers met lentekriebels, een geluid dat ik tot nu toe alleen van opnames kende. De mannetjes worden in de paartijd een paar dagen lang knal en knalblauw. Een hele korte periode die ik tot nu toe nog nooit had weten te timen. Maar met dit geluid had ik ineens hoop. En ja, in een nog natter gedeelte van het gebied zag ik felblauwe koppen uit het water steken. Ik stroopte mijn broek op en liet mijn laarzen vollopen terwijl ik het schouwspel van wat dichterbij ging bekijken.






Helaas waren ze heel erg schuw en toen ik dichterbij kwam doken ze allemaal onder. Slechts af en toe zag ik even een kopje (of twee in het geval van een amplex, een vrouwtje met een mannetje op de rug) boven komen om te kijken of de kust alweer veilig was. Net genoeg voor wat foto’s. Ze hadden al goed hun best gedaan de afgelopen dagen, want er lagen al behoorlijk wat klonten kikkerdril in het watertje. En wat een kleur zeg, fantastisch!
Een heel bijzonder schouwspel dat al jaren hoog op mijn verlanglijstje stond. En omdat het nu het derde jaar was dat ik in dit gebied kom voor de reptielentelling en we slechts af en toe een heikikker tegenkomen, had ik niet verwacht dat ik het zomaar in ‘ons’ gebied te zien zou krijgen. Voor mij is de lente nog nooit met zo’n goed gevoel van start gegaan. Kom maar op met dat voorjaar!

Geef een reactie op picpholio Reactie annuleren