Zuidelijke libellen als blijvertjes

Klimaatverandering is en blijft een hot item waar je over kan blijven schrijven. Elke keer weer opnieuw. Want het is zó breed en zó actueel. En behalve slecht nieuws brengt het ook leuke dingen met zich mee. Nieuwe soorten die vanuit het zuiden oprukken. En nieuw is meestal leuk in de natuur.

Eind juni heb ik me weer eens een dagje op Kwintelooyen bij Veenendaal vermaakt. Het gebied is wat libellen betreft absoluut mijn favoriet in de nabije omgeving van Wageningen. Waarom? De vennen zijn mooi en zeer geschikt voor véél soorten libellen én de koeien raggen zo door het gebied rond dat ik me totaal niet schuldig voel als ik het zelf ook doe. En daar houd ik van.

Sinds een aantal jaar duiken er regelmatig nieuwe soorten op in het gebied. Zuidelijke soorten die steeds algemener worden in Nederland. Zo zag ik er in 2017 mijn eerste zuidelijke glazenmaker, toen nog extreem zeldzaam buiten Zeeland en Brabant. De droogteminnende zwervende pantserjuffer was tot dan toe zeldzaam in het gebied maar begon het steeds beter te doen. In 2020 zag ik er ook mijn eerste zuidelijke heidelibellen (tientallen!). En allemaal lijken het blijvertjes. In 2020 en 2021 zag ik al deze zuidelijke zeldzaamheden en in 2021 was de nieuwe soort de gaffelwaterjuffer, één van de noordelijkste waarnemingen tot dan toe.

Tijd om in een nieuw jaar te kijken of de soorten de winter weer overleefd hebben. Tja, waarom niet? Het eerste wat me opviel was dat het water heel hoog staat. Het is een natte voorzomer geweest en dat is te zien. Niet eens zo goed voor de zuidelijke soorten die van half drooggevallen vennen houden, maar verder natuurlijk een goed teken. En het barstte van de libellen. Meer dan vorig jaar, na de serie droge zomers. Qua aantallen bestond de top denk ik uit bruinrode heidelibel, bloedrode heidelibel, viervlek, lantaarntje, tangpantserjuffer, zwervende pantserjuffer en azuurwaterjuffer. Maar ook de zuidelijke heidelibel was weer present, een stuk of vijftien telde ik er. Maar het is ook nog vrij vroeg voor die soort. Bij de grotere plas vloog een zuidelijke keizerlibel rond (ook niet voor het eerst) en met heel goed zoeken vond ik toch een paar gaffelwaterjuffers. Ook die hebben het dus volgehouden, al zijn het er minder dan vorig jaar.

De enige soort die ik echt miste was de zuidelijke glazenmaker. Maar ook voor hem geldt dat het nog erg vroeg is. Territoriale mannetjes zijn er nog amper en dat zijn wel degene die je het makkelijkst te zien krijgt. Misschien hing er een vers exemplaar ergens in een boom die ik gemist heb, maar dat is natuurlijk speculeren. Of ze hier voortgeplant hebben is de vraag. De poging was er, ik heb ze vorig jaar massaal zien paren en eitjes zien leggen, maar of het succesvol is geweest weet ik niet. Wie weet duiken ze later in de zomer nog op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: