Een koude zondagmiddag. Ik ben onderweg naar de Utrechtse Heuvelrug. Om iets te doen wat volgens de meeste vooroordelen een vreselijke hobby is. Ik ben arrogant, egoïstisch, verstoor de rust en laat rommel achter. Alle wandelaars hebben een hekel aan mij en regelmatig roept dat agressie op. Want ik ga mountainbiken.

In de praktijk valt dat nogal mee. Aanvaringen met andere recreanten zoals die in de media soms beschreven worden heb ik nog nooit ervaren, mijn afval neem ik mee en ik groet alle wandelaars die ik tegenkom. En ze groeten ook terug.
Het weer is weinig aantrekkelijk. Grauw, af en toe wat motregen en waterkoud. Wind is er niet. Dat geeft het bos een merkwaardige rust. Slingerend door over de singletracks op de Amerongse Berg kan ik op mijn manier genieten.
Bij elke stop hoor ik de vogels. Goudhaantjes, pimpelmezen en koolmezen die in groepjes naar voedsel zoeken. De grote bonte specht en boomklever laten zich mooi zien. Dichtbij hipt een winterkoning voorbij.
Bij de spectaculairste stukken van de route blijven wat wandelaars staan kijken naar de mountainbikers die slingerend door de kombochten en springend over de jumps en drops door het bos stuiven. Dat vind ik mooi. Ik hoef geen aandacht, maar ik vind het fijn om mensen te zien genieten.
Op de Amerongse Berg gaan de twee typen recreatie naar mijn idee ontzettend goed samen. De wandelpaden en mountainbikepaden zijn van elkaar gescheiden. Dat is voor de wandelaars fijn; ze worden niet steeds met hoge snelheid ingehaald, maar ook voor de mountainbikers is het prettiger.
Slalommen kan beperkt worden tot bomen. Bovendien vind ik de speciaal ontworpen singletracks veel leuker rijden dan de standaard wandelpaden. Zo heeft iedereen zijn plekje en kan iedereen genieten op zijn eigen manier. En waar de paden elkaar kruisen doe ik rustig aan en groet ik altijd en iedereen. Zo blijft het voor iedereen leuk.
Geplaatst in De Gelderlander, Vallei-editie Regio pagina 2 (woensdag 8 december 2021).

Geef een reactie op picpholio Reactie annuleren