De echte sneeuw is alweer even gesmolten, al is op plekken waar grote hoeveelheden op een hoop geschoven zijn het laatste wit nog altijd niet verdwenen. Toch is het al bijna heel januari behoorlijk koud, zeker vergeleken met de uitermate zachte winter tot en met december. Dat leverde me tot nu toe al leuke plaatjes van verschillende wintergasten op.
Begin januari paste ik samen met Hendrike een weekje op het huis van haar zus, bij een fruitteeltbedrijf in Ingen. Geen heel spannende omgeving, maar als je jezelf daar min of meer in laat sneeuwen geeft dat toch opeens een heel ander beeld. Hendrike zou vanaf daar naar haar stage gaan, maar werkte uiteindelijk bijna alle dagen thuis vanwege de grote hoeveelheid sneeuw in de omgeving. Hoewel het ook best snel smolt tussendoor, lag er op het hoogtepunt meer dan 30 centimeter. Dat zijn geen hoeveelheden waar ze in Scandinavië van onder de indruk zijn, maar wij in Nederland zijn dat toch echt niet (meer) gewend. Het leverde dan ook flinke chaos op in heel Nederland.
In Ingen leverde het vooral mooie plaatjes en sneeuwpret op. Op en rond het bedrijf zag ik meerdere hazen die een lekker plekje in de sneeuw hadden gemaakt.




Omdat veel sloten en plasdrasgebieden in de omgeving dichtgevroren waren kwamen er veel snippen naar een paar sloten in de omgeving waar een beetje stroming stond. In eerste instantie zag ik vooral watersnippen, maar toen we in het halfdonker van de avondschemering langs de weg liepen en ik naar links keek, zag ik daar plotseling een bokje zitten! Ik had geen camera mee, maar gelukkig bleef hij wachten tot ik terug gerend was om mijn camera op te halen. Met de flitser kon ik hem van dichtbij mooi op de foto krijgen!

Het bokje is een wintergast bij ons en het kleine snipje zit normaal perfect verstopt in het plasdras en vertrouwt zonder op te vliegen op zijn camouflage. Zelfs als je er bijna bovenop staat blijft hij soms nog zitten, er vanuit gaande dat je hem niet gezien hebt. Vaak klopt dat ook. In de sneeuw is zijn schutkleur iets minder handig en ook een warmtebeeldcamera is een goeie truc om er toch eentje te vinden. Helaas heb ik die luxe niet, dus ik moet het van mijn scherpe ogen hebben. Die doen het gelukkig prima.

In de uiterwaarden van de Rijn was ook genoeg te zien, al was ik nog niet enorm tevreden met de foto’s. Veel vogels lieten zich niet van al te dichtbij zien, waardoor de topfoto’s een beetje uitbleven. Gelukkig kon ik me wel vermaken met aalscholvers, ganzen en allerhande meeuwen waaronder de pontische meeuw, geelpootmeeuw en zilvermeeuw. De laag sneeuw die we hadden gaf het toch een fantastische beleving (en geploeter om vooruit te komen).






Toen de sneeuw eenmaal verdwenen was diende op een mooie zonnige vrijdagochtend zich een nieuwe verrassing aan. In de groepsapp met lokale vogelaars meldde een vogelaar een groepje witkopstaartmezen op nog geen halve kilometer van mijn huis. Met lichte tegenzin omdat ik net lekker zat met m’n koffie, maar tegelijk natuurlijk behoorlijk enthousiast, rukte ik uit.
De witkopstaartmees is de Scandinavische ondersoort van ‘onze’ staartmees, met een smetteloos witte kop in plaats van de kenmerkende dikke zwarte wenkbrauwstrepen. Dat maakt het kleine roze pluizenbolletje met lange staart naar mijn mening nog net wat schattiger. Normaal is de witkopstaartmees al een behoorlijk zeldzame verschijning bij ons, maar soms duikt er wel eens eentje op in een groepje gewone staartmezen, waar hij gezelschap bij vindt. Maar groepen met puur witkopstaartmezen zijn echt bijzonder bij ons. Dit is de eerste winter dat ik mij kan herinneren dat er met enige regelmaat groepjes witkoppen gemeld worden.
Nu was onze wijk dus aan de beurt om met een bezoekje vereerd te worden. In eerste instantie werden er 5 gemeld, maar dat werden er naarmate ze achtervolgd werden steeds meer. Ze verplaatsten zich ontzettend snel door de bomen. De complete groep bleef steeds heel even ergens zitten om te foerageren en vloog dan door naar de volgende boom of struik. Zo duurde de achtervolging met enkele vogelaars uit de wijk voort. Op de momenten dat ze even wat langer in een boom of struik bleven hangen kreeg ik de kans om mooie foto’s te maken.



Toen ze achter elkaar een voortuin uit kwamen vliegen de boom in, telde ik er maar liefst elf! Allemaal waren het witkopstaartmezen, dus het was niet een gemengde groep zoals bij ons ook vaak gebeurd. Heel bijzonder! Aan het eind van mijn deel van de achtervolging kwamen ze in een groepje dichte wilgen in een wadi terecht en namen ze ook de tijd om te badderen. Al met al kreeg ik ze in anderhalf uur tijd prachtig te zien!





De afgelopen week was Wageningen in de ban van de ganzen en de zwanen. Verschillende groepen kolganzen vlogen door het Binnenveld rond en foerageerden op de velden. Behalve de enorme aantallen kolganzen zat er ook een enkele brandgans en toendrarietgans tussen. Maar waar het eigenlijk om ging was de roodhalsgans, die ook bij de groep was aangehaakt. Hoewel het verrassend lastig is om zo’n kleine donkere gans tussen de duizenden andere ganzen uit te pikken, werd hij toch dagelijks teruggevonden. Het kostte mij twee pogingen, maar toen had ik hem ook. En als bonus zag ik een paar keer de wilde zwaan, die bij een groep knobbelzwanen was aangehaakt. Normaal zie je deze overwinteraar vooral in de noordelijke helft van het land, maar deze zag zijn witte neefjes kennelijk ook als goed gezelschap en vertoeft inmiddels al ruim een week vlak langs een weg waar hij zich goed laat bekijken.







Al met al vermaak ik me goed deze winter. Hoewel ik natuurlijk reikhalzend uitkijk naar het komende voorjaar, kan ik van een echte goeie winter zeker genieten. Stukken beter dan zo’n halfbakken natte herfstwinter.

Geef een reactie op marylou Reactie annuleren