Hoewel vooral mijn tijd voor vakantie dit jaar beperkt is tussen al het veldwerk door, kon ik natuurlijk niet helemaal zonder avonturen de zomer doorkomen. Van 20 t/m 30 juli heb ik per fiets kilometers gemaakt samen met Hendrike, zonder plan. De startdatum en -locatie stonden vast. We zouden vanaf Aachen met bepakte fietsen op pad gaan. De richting: weg van huis.

De tweede helft van juli was niet bepaald de mooiste periode van de afgelopen zomer. Het was fris voor de tijd van het jaar en regelmatig viel er veel regen. Maar we lieten ons niet tegenhouden, dus stapten we op 20 juli in de trein naar Aachen. Vanaf hier fietsten we slechts een klein stukje, om voor het onweer via het Drielandenpunt en tevens het hoogste punt van Nederland op de Vaalserberg op een natuurcamping in Kelmis aan te kunnen komen.

Op de 21e was het weer vergelijkbaar: in de ochtend wel oké en ’s middags kans op onweer. We stelden als doel om naar het zuiden te fietsen en voor het onweer de Hautes Fagnes over te zijn, het hooggelegen hoogveengebied dat samen met de Duitse Eifel een nationaal park vormt. De afstand was niet de uitdaging, maar wel de harde tegenwind en natuurlijk de klim naar het hoogste gebied van België. Eerst door het bos, later over de uitgestrekte glooiingen van het veengebied. Tijd voor uitgebreide stops op mooie plekken hadden we niet, dat zou de dag erna wel komen. Links en rechts zagen we de stortbuien langstrekken, maar wij ontsprongen de dans tot we vijf minuten op de camping in Sourbrodt kwamen. Daar schuilden we een uurtje voor we de tent konden opzetten.

Het eerste echte natuuruitje van de vakantie volgde de dag erna toen we samen met mijn ouders, die toevallig ook in de buurt op vakantie waren, gingen wandelen vanaf Signal de Botrange, dat met zijn 690 meter hoogte het hoogste punt van België vormt. In de ochtend was er nog zon en mooi uitzicht over het veen. We zagen veel levendbarende hagedissen die van de zonnestralen genoten. Zo vaak is het ook geen mooi weer in dit gebied. Ook enkele vlinders en een paar nesten uitgevlogen grauwe klauwieren lieten zich zien. Verder moesten we het vooral doen met de planten, waarbij we onder de indruk waren van de grote velden rijsbes en de bloeiende beenbreek.

Als hoogveenliefhebber viel het me onmiddellijk op hoe enorm vergrast het gebied is. Van stukken veen met mooie veenmosvorming was nauwelijks sprake, hoewel het onder het pijpenstrootje zeker zompig was. Hoewel de omvang van het gebied indrukwekkend is en er ongetwijfeld ook mooiere stukken te vinden zijn, vond ik het eerlijk gezegd best wel tegenvallen. Het kan niet allemaal zo mooi zijn als Zweden, maar mijn verwachtingen waren hoger. Wie weet lukt het later om ook andere delen van het gebied te gaan verkennen. ’s Middags ervaarden we de ware aard van de Hautes Fagnes en na langdurige, stevige regen kwamen we drijfnat het café binnen om op te warmen met een kop koffie.

De dagen na dit natte avontuur hebben we vooral gefietst en genoten van het landschap. Voor vlinders en libellen was het weer niet mooi genoeg, maar de meeste regen viel ’s avonds en ’s nachts en om te fietsen was het dus prima. Vanaf de Hautes Fagnes pakten we de Vennbahn op, een oude spoorlijn van Aachen naar Noord-Luxemburg dat inmiddels als fietspad in gebruik is. Dankzij de minimale hoogteverschillen die de trein kon overbruggen is het een makkelijke manier om door het heuvelland te fietsen en met bruggen en zelfs een tunnel kwamen we in Luxemburg aan. De tunnel onder de grens is een vleermuizenreservaat geworden, waardoor we de heuvel eroverheen moesten nemen. Dat maakte wel dat we langs het hoogste punt van Luxemburg kwamen, al was dat met zijn 560 meter minder spectaculair dan de ruim 600 meter waar we die dag vanuit België vandaan kwamen.

De dag nadat we een route door Luxemburg hadden uitgezet om naar het dal van de Moezel in Duitsland te gaan besloten we het plan toch weer om te gooien. We fietsen al in de richting, maar besloten bij Bastogne toch rechtsaf te slaan, terug de Ardennen in. Hier kregen we de nodige hoogtemeters te verwerken, maar richting het zuidwesten werd het langzaam minder hoog. Na twee dagen fietsen met redelijk weer maar zonder spectaculaire waarnemingen denderden we met een steile weg het dal van de Semois in, ten westen van Bouillon.

Vanaf een rustige camping keken we uit op de grote rivier in het diepe dal. Voor de tent zagen we ijsvogels, beverratten, muskusratten en zelfs een bever. Bovendien bleken onze zorgen hoe we ooit met de fiets dit dal weer uit zouden komen voor niets: het dal was overal breed genoeg voor een weg of fietspad en zo konden we de volgende dag het dal helemaal uitfietsen naar de Maas in Frankrijk. Het was nog mooi weer ook, en tijdens onze lunch langs de rivier zagen we veel kleine tanglibellen, bosbeekjuffers, weidebeekjuffers, kanaaljuffers en meer van dat spul. Eindelijk eens leuke aantallen libellen tijdens onze vakantie! Tijdens het fietsen langs de rotswanden aan de rand van het dal moesten we soms slalommen om de muurhagedissen die genoten van het mooie weer.

Op 27 juli kwamen we – deze keer helaas na de eerste regen van de dag – aan in het voor insectenliefhebbers bekende Olloy-sur-Viroin, waar we op een ruime en rustige camping terecht kwamen. De Viroin is een klein riviertje net ten westen van het Maasdal, tegen de Franse grens. Het is omgeven door prachtige stukken bos en rotsachtige kalkgraslanden. Voor planten- en insectenliefhebbers één van de leukere plekken om heen te gaan in België. Deze plek was natuurlijk niet toevallig uitgekozen, hier hadden we nog twee hele dagen voor we naar huis zouden gaan. De eerste dag gebruikten we vooral om een beetje bij te komen, boodschappen te doen en vissen te kijken vanaf de bruggen in Nismes. Hier zou de vlagzalm en de beekforel moeten voorkomen, maar verder dan veel riviergrondels, baarzen, brasems, kopvoorns en barbelen kwamen we niet. Maar wel een prima middagje vermaak zo rond het riviertje in het dorp. ’s Avonds ondernam ik een nieuwe poging om vuursalamanders te vinden. Het was tijdens eerdere pogingen nog niet gelukt. Deze keer kwam ik meer in de buurt: ik vond twee larven. De ouders heb ik helaas niet kunnen vinden.

Op 29 juli, onze laatste dag bij de Viroin, wandelden we vanaf Olloy richting Nismes. Samen met een spoorbrug van de stoomtrein konden we de Viroin oversteken en een steil bospad omhoog nemen. Vanaf daar liepen we eerst een heel stuk door het bos. Best mooi, maar niet heel bijzonder. Ons doel was iets verderop: een kalkgrasland met rotsen, wat een mooi vlinderparadijs moest zijn. Le Fondry des Chiens. Daar aangekomen zagen we al snel het eerste bleek blauwtje. Maar de afleiding begon al snel, toen ook andere vlinders waaronder de argusvlinder zich lieten zien. Bovenop de helling was het net wat kaal en winderig, maar beneden waren echt veel vlinders. Vooral het bleek blauwtje was er veel, maar ook veel witjes en zandoogjes, en een enkel icarus-, klaver- en dwergblauwtje. Tussen de argusvlinders zat af en toe een rotsvlinder. Niet echt makkelijk om er tussenuit te pikken.

Samen maakten we een nieuwe vriend: een bleek blauwtje dat zich niet weg liet slaan. Hij heeft zo’n beetje op al Hendrikes lichaamsdelen gezeten en ook met Jan-Freerk wilde hij graag op de foto. Bij Hendrike zat hij wel rustiger, want intussen kwamen er ook nog een sleedoornpage en een bosrandparelmoervlinder voorbij. De daadwerkelijke Fondry des Chiens bestond uit een kloof met kalkrotsen. Een prachtig stukje waar ook heel wat geklauterd werd, zowel door toeristen als door muurhagedissen. Ook bleken de rotsvlinders vooral hier vandaan te komen, maar ook de argusvlinder vloog hier rond.

Na dit toeristische hoogtepunt maakten we onder een steeds meer dichttrekkend wolkendek onze wandeling af. Via een enorm steil pad daalden we weer af. Op één stuk was er een touw om je vast te houden, maar dat had eigenlijk overal wel mogen zijn. Weer terug bij de fiets liet de stoomtrein zich nog eventjes zien en horen. Geheel volgens traditie waren we nét voor de regen terug op de camping en konden we even uitrusten van de klim en de foto’s bekijken.

We eindigden onze reis door naar Couvin te fietsen en het Belgische treinverkeer uit te proberen. Dat verliep verrassend soepel en goedkoop. De treinen rijden minder vaak en minder stipt dan in Nederland, maar de conducteurs zijn erg behulpzaam en sommige treinen zijn erg fietsvriendelijk ingericht. We kwamen zonder problemen en voor weinig geld in Breda aan, waarna de reis naar huis een stuk duurder en drukker was dan de eerste vier uur van de reis.

Hoewel deze fietsvakantie een stuk minder mooie waarnemingen en foto’s heeft opgeleverd dan ik van mezelf gewend ben, heb ik erg genoten van het buiten zijn, lekker fietsen en de mooie plekken waar we langskwamen. Het was ook wel eens rustgevend om geen voorbereiding te doen voor een vakantie en zonder plan gewoon maar te zien waar we uit zouden komen, zonder verwachtingen. Nooit zat er ergens druk op. Gewoon een ontspannen vakantie met de fiets.

3 reacties op “Belgisch fietsavontuur zonder plan, met hoogtepunten”

  1. Eddy Oorthuysen Avatar
    Eddy Oorthuysen

    Wederom een fantastisch inspirerend blog en zoals gebruikelijk, prachtige foto’s. Dank!

    Geliked door 1 persoon

  2. Joke Veltkamp Avatar
    Joke Veltkamp

    Hoi Jan-Freerk, Prachtig verslag! Jullie troffen het met het weer bij Fondry des chiens. We waren onlangs een week in de buurt maar het regende toen net elke dag. Helaas zagen we niet opnieuw al het moois dat we daar een paar jaar geleden zagen. Bijzonder al die Bleke blauwtjes! Blijf genieten! Groeten, Joke Veltkamp

    Geliked door 1 persoon

  3. marylou Avatar

    Prachtig. Heb er erg van genoten

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op marylou Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar