Een week vol libellen

Geschreven door

·

Onderwerpen: , ,

Voor veel mensen zit het studiejaar er inmiddels zo’n beetje op. En hoewel het niet als studeren voelt, ga ik nog even door. Deze week ben ik begonnen met het veldwerk voor mijn thesis (afstudeeronderzoek). Bij De Vlinderstichting houd ik me bezig met interactie tussen de venglazenmaker en de grote keizerlibel.

Het gaat slecht met de venglazenmaker in Nederland. Mede door opwarming van het klimaat, verdroging, verzuring en verrijking door stikstof is de soort in de laatste jaren gigantisch achteruit gegaan. Enkele decennia geleden was het een vrij algemene soort op de zandgronden, nu komt hij slechts op enkele plekjes voor, met name op de Veluwe.

De grote keizerlibel profiteert van klimaatverandering. Een jaar of 50 geleden was het nog een erg zeldzame soort, maar al een tijd is volledig Nederland veroverd, de dichtheid neemt nog altijd toe en noordwaarts is hij opgerukt tot en met Zuid-Zweden. Waar het vroeger vooral een soort van de rijkere wateren was, komt hij nu steeds vaker in voedselarme vennen en hoogveen terecht, waar hij het ook doet. En dat is waar de venglazenmaker en de grote keizerlibel elkaar tegenkomen.

Mijn eerste doel is om uit te vinden of de venglazenmaker al tevoorschijn is, en of dat verschilt op plekken met veel en weinig grote keizerlibellen. Deze week ging ik in mijn twee onderzoeksgebieden op de Veluwe op pad: één hoogveen met vennen eromheen en één stuifzandgebied met vennen.

Op de eerste dag bezocht ik het stuifzand. Het was een bewolkte, buiige dag, dus qua volwassen libellen hoefde ik niet veel te verwachten. Ik ging op zoek naar larvenhuidjes, om te checken of er al venglazenmakers uitgeslopen zijn. Het antwoord was nee, maar dat betekende niet dat er niks te ontdekken viel. Verspreid over drie vennen verzamelde ik namelijk enorme aantallen huidjes van grote keizerlibellen en blauwe glazenmakers. Die waren er dus wel. Met name de grote keizerlibel was verrassend: dit was namelijk mijn gebied met ‘weinig’ grote keizerlibellen. Wat aantal larvenhuidjes betreft klopt dat in elk geval niet… De dichtheid blauwe glazenmakers hier is bekend, wat overigens best uniek is in dit gebied.

De tweede dag was ietwat chaotisch. Dit was namelijk het gebied waar ik ook reptielen tel voor RAVON. Dat was ik op zich niet van plan deze dag, maar ik kwam aan net na een buitje waarna de zon doorbrak en het broeierig warm werd. Toen ik ook nog meteen een zonnende hazelworm vond besloot ik eerst toch maar een telronde te doen. Ik vond al snel meerdere zonnende ringslangen en nog een hazelworm, gevolgd door nog een adder. Een prima zomerronde.

Midden in het veen blunderde ik vervolgens puur toevallig tegen een kakelverse venglazenmaker aan, die nog hing te drogen aan een spriet in een veenputje. Hij zat nog op zijn larvenhuidje. Wat een bizarre waarneming, ik was er nog niet eens naar aan het zoeken, maar ik zag hem zomaar ineens hangen. Op deze plek had ik hem bovendien helemaal niet verwacht, dit was eigenlijk niet eens onderdeel van mijn onderzoeksgebied. Aangezien hij op een prachtige plek voor foto’s hing, volgde een uitgebreide sessie. Die kans mocht ik natuurlijk niet laten liggen. Mijn eerste venglazenmaker van het jaar, en mijn eerste voor mijn onderzoek. Dat was uiteraard wel de waarneming van de dag.

Ook op de derde dag ging ik het hoogveen in. Deze keer met als doel meer geschikte plekken voor venglazenmakers te vinden. De droogte van dit jaar speelt een grote rol in het gebied en geschikte plekken worden snel minder geschikt. Het dier van gisteren was min of meer uit de modder gekomen in een veenputje. Maar dat dat dus wel kan, was een eyeopener. Dus ik volle bak door het prachtige hoogveen, van veenputje naar veenputje. Een prachtige zoektocht door een prachtig gebied vol veenmosbulten, kleine veenbesveldjes en bloeiende beenbreek. Onderweg kwam ik opnieuw meerdere ringslangen en twee adders tegen.

Hoewel ik genoten heb van het struinen, vond ik deze keer geen venglazenmaker. Maar ik heb nu wel een beter beeld van wat goeie plekjes kunnen zijn in het gebied. En dan de volgende keer proberen deze plekjes terug te vinden in het vrijwel onbegaanbare terrein.

Bij een ven aan de rand van het gebied deed ik wel een leuke waarneming: er zaten maar liefst drie oostelijke witsnuitlibellen! Dat is best een bijzonder geval. De libel gaat recht tegen klimaatverandering in vanuit het noordoosten en duikt op steeds meer plekken op in ons land. Het is nog steeds raadselachtig waarom, want het is best een kritische soort en is eigenlijk in heel Europa zeldzaam. Tot 2018 was de oostelijke witsnuitlibel verdwenen uit Nederland, maar de verspreiding gaat verbazingwekkend snel. Het weer was perfect en zorgde af en toe voor wat schaduw waardoor ze ook rustig gingen zitten. Kleurrijk is hij niet, maar de combinatie van verschillende grijze en blauwachtige tinten vind ik erg mooi. Zeker ook de ogen.

Een andere nieuwe soort voor het gebied deed zich ook aan: de gaffelwaterjuffer. Geen heel verrassende vondst gezien de opmars die deze klimaatprofiteur laat zien, maar toch leuk.

Op de vierde dag ging ik weer naar het stuifzand. Opnieuw vooral voor de larvenhuidjes, maar ook volwassen libellen waren volop aanwezig. Ook qua larvenhuidjes was er wat bij gekomen. Ik had maandag alles weggehaald en nu waren er weer nieuwe huidjes van grote keizerlibellen, blauwe glazenmakers en een paardenbijter. De meest verrassende waarneming van de dag was een uitsluipende venwitsnuitlibel. Een bizar late waarneming. Hoewel de soort nog best even verder vliegt, ligt de uitsluippiek in mei. Een uitsluiper in juli is echt laat.

Ook in dit gebied vond ik een gaffelwaterjuffer. Ja, ze duiken echt overal op.

Ondanks dat de eerste resultaten voor het onderzoek nog even op zich laten wachten, heb ik een ontzettend leuke week gehad met als hoogtepunt natuurlijk de uitsluipende venglazenmaker en de oostelijke witsnuitlibellen in ‘mijn’ telgebied. Uiteindelijk is dit natuurlijk wat ik het liefste doe: lekker rondstruinen en soorten vinden. Ze werkten ook goed mee voor de foto. Dus ik ben dik tevreden. Op naar de volgende veldbezoeken!

Eén reactie op “Een week vol libellen”

  1. kloenstebuiten Avatar

    wel heel mooie fotosessies, met die uitsluipende libellen!

    Like

Geef een reactie op kloenstebuiten Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar