Dit weekend genoot ik als voorproefje van de zomervakantie van een heerlijk weekendje Zuid-Limburg. Samen met medewerkers, studenten en aanhang van De Vlinderstichting hebben we een paar dagen gewandeld, uiteraard vlinders en libellen gekeken en genoten.

We kampeerden in Epen, waar de vuurvliegjes al rondom de camping vlogen. Omdat een weekend zo voorbij vliegt en je goed gebruik moet maken van je tijd, begonnen we de vrijdagavond met drie nachtvlinderlakens in het Eyserbos. Omdat het én een mooi bos is, én het Zuid-Limburg is kan je daar een flinke hoeveelheid zeldzame soorten verwachten. Niet alleen wat nachtvlinders betreft, maar ook allerlei kevers, wantsen, wespen en schietmotten komen op een nachtvlinderlamp af. Daar hebben we ons tot diep in de nacht mee vermaakt. De zeldzame soorten waren er ook, maar ik moet bekennen dat mijn nachtvlinderkennis erg beperkt is en dat ik het meeste ook weer vergeten ben. Maar gezellig was het wel natuurlijk.

De zaterdag was wat dat betreft meer mijn ding. Vanaf de camping maakten we een mooie wandeling het Geuldal in, een prachtig dal met een nog mooier beekje. De wandeling erheen was al niet verkeerd, met veel vlinders in de bermen. Onder andere het geelsprietdikkopje en veel bruin zandoogje. Bij een minibeekje zagen we al een eerste bosbeekjuffer, die we daarna in het Geuldal nog veel meer zagen.

Aangekomen in het Geuldal zagen we eerst een zwarte wouw, en ook qua libellen begon het te lopen. Weidebeekjuffer, bosbeekjuffer en blauwe breedscheenjuffer waren present. Na een korte stop vonden we ook al snel de kleine tanglibel, die sinds een aantal jaar in het gebied voorkomt. Even snel als hij verscheen, verdween hij weer. Maar even later poseerde hij toch mooi aan de rand van een braamstruweel.

Bij datzelfde braamstruweel zag ik ook mijn eerste nieuwe vlinder van het weekend. Nog niet eerder zag ik de braamparelmoervlinder in Nederland. Dat is een soort die van klimaatverandering profiteert, en steeds meer in Limburg voorkomt. Helaas stond zitten niet in zijn woordenboek, waardoor ik hem alleen vliegend boven het struweel heb gezien.

Datzelfde gold voor de kleine weerschijnvlinder, die eveneens steeds vaker in Limburg opduikt. In het Geuldal worden al een tijdje op dezelfde plek kleine weerschijnvlinders gezien. Ook die soort zag ik vandaag voor het eerst in Nederland, maar ook deze alleen vliegend. Op dezelfde plek waren gelukkig wel prachtige libellen die meewerkten voor de foto. Ook hier was de kleine tanglibel weer, en dat zijn dankbare fotomodellen. Met mijn macrolens en ringflitser kon ik ze ondanks het felle zonlicht goed fotograferen. Ook de bosbeekjuffer werkte opnieuw mee.

Ook op zaterdag stond er weer een avondje nachtvlinderen op het programma. Opnieuw bij het Eyserbos, maar nu aan de rand ervan op het kalkgrasland. Dat leverde weer nieuwe soorten op, inclusief de nodige kevers en wantsen. Met een nachtvlinderlamp krijg je toch een heel ander beeld van het leven in zo’n gebied. De enige nachtvlinder die mij goed is bijgebleven is de Limburgse fluweelpalpmot. Niet vanwege zijn fraaie uiterlijk, maar toch vooral vanwege de naam. Echte blikvangers waren twee lindepijlstaarten en een populierenpijlstaart. Niet zeldzaam, wel mooi.

Op zondag stond er nog een dagje Sint-Pietersberg op het programma. Als vlinder- en libellenliefhebbers in Limburg kan dat ook bijna niet ontbreken. Doorgaans is het niet eens nodig om veel verder dan de parkeerplaats te gaan voor leuke soorten, maar we hebben toch een wat langer rondje gemaakt.

Op de parkeerplaats had een onbekende liefhebber al een feromoonval opgehangen. Daar was al een klaverwespvlinder op af gekomen, een mooi begin voor ons. Maar ook direct bij de visvijver begon het al goed. Terwijl we nog druk waren met gaffelwaterjuffers en kanaaljuffers bekijken, kwam er pardoes een grote weerschijnvlinder voor onze neus op de oever zitten. Die bleef een paar minuten drinken en liet zich prima op de foto zetten. Een bruin dikkopje volgde even later het voorbeeld.

Daarna ging ik nog het water in om de kanaaljuffers uitgebreid te fotograferen. Ze zijn misschien niet heel zeldzaam, maar in mijn omgeving zitten ze niet. Dus dit was een kans. Met wat geduld lukte het erg goed.

Mijn getreuzel werd extra beloond, want terwijl de groep al vertrokken was naar het kalkgrasland, kwam er bij mij eerst een dambordje voorbij fladderen en even later ging er nog even een staartblauwtje voor mij zitten. Niet slecht!

Het kalkgrasland zelf was al grotendeels gemaaid, waardoor dat wat tegenviel. Al konden de bijenliefhebbers hun hart ophalen in de ongemaaide delen. Ook liet een aantal kaasjeskruiddikkopjes zich nog mooi zien.

Ook ik kon tevreden afsluiten. In de ENCI-groeve waren wederom genoeg libellen. Twee zuidelijke oeverlibellen wilden ook wel meewerken aan een mooie foto. Tot slot vonden we nog een buffelcicade. In eerste instantie sprong hij weg van het takje waar we hem op zetten voor de foto, maar hij landde precies in een rijtje van drie andere exemplaren op een takje. Met deze stoere cicade sloten we af.

Ik heb ontzettend genoten van niet alleen een wat waarnemingen betreft erg productief weekend, maar vooral ook van alle gezelligheid en het mooie weer in het glooiende Limburgse landschap.

Eén reactie op “Vlinders en libellen in een zonovergoten Limburg”

  1. delightfullydeepest2eeb5b172c Avatar
    delightfullydeepest2eeb5b172c

    dank voor de prachtige beelden en gezellige, leesbare ‘theorie’ verhalen

    Geliked door 2 people

Geef een reactie op delightfullydeepest2eeb5b172c Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar