Ik kom steeds dichterbij het eind van de bachelor Bos- en natuurbeheer in Wageningen. En dan staat er nog even wat moois op het programma. Ik ben net terug van een week in het grensgebied van Duitsland en Tsjechië. Hier ligt een groot grensoverschrijdend natuurgebied. Voor Duitsland het oudste en voor Tsjechië het grootste nationaal park: het Bayerischer Wald en Šumava, ook wel bekend als Bohemer Woud. Het gebied ligt in het zuidoosten van Duitsland en zuidwesten van Tsjechië, vlakbij het drielandenpunt met Oostenrijk. Het gebied kent vele gezichten door de verschillende landen, beheerders, geschiedenis en cultuur waar het mee te maken heeft. En niet vergeten de beroemde leus “Natur natur sein lassen”: laat de natuur natuur zijn. Steeds meer wordt beheer losgelaten en krijgen natuurlijke processen in het ecosysteem de ruimte. En juist de combinatie van al deze verschillende dingen is waarom wij als Bos- en natuurbeheerders nog even een week het bos in gestuurd worden voor het eind van de studie wacht.

Los van alle sociale aspecten, verschillende regelgeving en beheerstrategieën is het gebied een prachtig middelgebergte vol snelstromende beken, oude beuken- en sparrenbossen, hoogveen, natte graslanden en grote rustgebieden waarin herten, wolven en lynxen leven. Trots van het park is het auerhoen, een zeldzame boskip, waarvan in het gebied de grootste populatie van Midden-Europa leeft. En ik zou mezelf niet zijn als ik tijdens zo’n reis even goed gebruik maak van mijn tijd en met flink wat foto’s thuis kom. Met name op het gebied van planten en dagvlinders komen er best wat soorten voor die in we in Nederland niet hebben, dus daar was ik op de mooie dagen extra scherp op.

Van 15 t/m 21 juni verbleven we in een jeugdherberg in Waldhäuser, midden in het Bayerischer Wald en vlakbij de Tsjechische grens. De omgeving zelf was al prachtig en tijdens een avondwandelingetje na een lange busrit door Duitsland vergaapten we ons al aan de prachtige beekjes, witte rapunzel en boswederik in het eerste stuk van het bos. Bij een riviertje vlogen waterspreeuwen rond en onder hout vond ik een alpenwatersalamander.

Op maandag 16 juni gingen we met de eerste excursie mee, onder leiding van een ranger van het Duitse nationaal park. Het was een bewolkte, frisse dag. Van de vlinders hoefde ik niet veel te verwachten, maar bermen propvol met zwartblauwe rapunzel maakten al een hoop goed.

In de meer venige stukjes van de omgeving van Finsterau zagen we onder andere zevenster. Het hoogtepunt van de excursie was de vertakte maanvaren, de enige groeiplaats van het nationaal park. Het was goed kijken, het was een ontzettend klein plantje en er stonden er maar enkele. Bij het hoogveen brak heel even de zon door, maar het leverde geen leuke insecten op. De bergdennen deden het er niet minder om.

Maandagavond liep ineens uit op een uitgebreide avondwandeling. Een studiegenoot had drie kilometer bij de jeugdherberg vandaan een oeraluil gezien en op de foto. Omdat het mogelijk een roestplaats was besloten de vogelaars onder ons het hele eind de berg af te lopen in de hoop dat hij er nog zou zitten. Dat bleek helaas niet zo te zijn, maar na lang zoeken in het donkere bos zagen we hem toch een aantal keer van boom naar boom vliegen. Niet echt een bevredigende waarneming, maar toch stoer zo’n grote uil!

Op dinsdag 17 juni gingen we een berg beklimmen. Op loopafstand van de jeugdherberg ligt Lusen, een lokaal hoogtepunt van 1374 meter. Maar ook de tocht erheen mocht er zijn. Bij een klein stuwmeer vlakbij Waldhäuser zagen we naast een stille beverburcht een vrouwtje brilduiker ronddobberen, een zeldzame broedvogel in die omgeving. In de berm deden de bergfopwespen hun best en bloeide witte rapunzel en alpenmelksla.

We vervolgden de tocht over een rotsachtig pad, steil omhoog. In een ondiepe spelonk zagen we het Lichtmos, een klein mosje dat zeer sterk licht reflecteert en hierdoor in het donker haast licht leek te geven.

Bij gebrek aan insecten kon ik net als de rest van de groep stevig de pas erin houden en bovenop Lusen genoten we van het prachtige uitzicht over het Bayerischer Wald en Šumava. Bij het café zaten een levendbarende hagedis en een kleine vos lekker te zonnen op de warme stenen.

De wandeling was mooi, maar de mooiste waarneming was toch echt toen we weer letterlijk naast de jeugdherberg waren. Daar zat een prachtige violette vuurvlinder in de berm te zonnen, niet lang daarna gevolgd door een groot geaderd witje. Beide soorten die niet in Nederland voorkomen, dus die kregen extra aandacht. Ik ook weer tevreden.

Op woensdag 18 juni hadden we een erg strak programma. Mede door wegwerkzaamheden moesten we maar liefst 100 kilometer in de bus over smalle, bochtige bergweggetjes. En waar zijn we geweest? Tijdens de wandeling op nog net geen vijf kilometer hemelsbreed van de jeugdherberg. Maar wel aan de andere kant van een min of meer heilig rustgebied waar het auerhoen voorkomt. We begonnen de tocht in het Tsjechische Modrava. Omdat we ook weer op tijd terug moesten zijn voor het avondeten was ook de lange wandeling van 15 kilometer nogal gehaast, wat een beetje afbreuk deed aan de prachtige plek waar we waren. Het begin van de wandeling was weinig bijzonder, al vind ik de productiebossen daar al een stuk mooier en interessanter dan in ons volgeplande kikkerlandje. Mede door grote epidemieën van de letterzetter (een bastkevertje dat enorme oppervlaktes aan fijnsparrenbos kan laten sterven) was er veel ruimte in het bos, wat ook weer kansen bood voor een uitgebreide kruidlaag en brede, bloemrijke bermen.

Bij onze pauzeplek bij Březník vlogen veel vlinders rond. Met name de kleine vos bleek overal in de omgeving veel te zitten, maar hier zagen we ook leuke aantallen voorjaarserebia’s, bosparelmoervlinders en rode vuurvlinders. Omdat lunchen ook tussendoor kan, kon ik mooi foto’s maken in die tijd.

Direct na de tussenstop werd het nog veel beter. Onder Březník lag een fantastisch riviertje met uitgebreid, veenachtig nat grasland eromheen. Het soortenlijstje met dagvlinders liep hier ondanks het hoge wandeltempo snel op, met snelle waarnemingen van de zeldzame ringoogparelmoervlinder, bont dikkopje, klaverblauwtje en zilvervlek.

Het riviertje was een paradijs voor de grote gele kwikstaart en ongetwijfeld de waterspreeuw, die we hier helaas niet zagen. Wel zagen we vanaf de brug de beekforellen rondzwemmen. De bermen waren venig, met wolfsklauwen en eenarig wollegras. Een pareltje van een natuurgebied, waar ik graag nog eens terugkom als ik rustig de tijd heb om rond te kijken.

Donderdag 19 juni reisden we af naar het Tsjechische Soumarské rašeliniště, een gebied waar we het hoogveenherstel van Šumava met eigen ogen mochten aanschouwen. Ik hoop dat het herstel nog in volle gang is, want behalve het eenarig wollegras dat massaal aanwezig was zag het er vooral erg kaal en verdroogd uit vanaf het vlonderpad. De veenhooibeestjes en veengeeltjes die er rondvlogen wijzen er wel op dat wij het mooiste stuk van het gebied niet te zien gekregen hebben.

Het hoogveengebied was niet het enige dat we te zien kregen. We hadden weer een uitgebreide wandeling voor de boeg, door de vallei van de Moldau, de langste rivier van Tsjechië. In de venige natte graslanden in het dal vlogen de parelmoervlinders ons om de oren, maar door het strakke programma heb ik alleen één purperstreepparelmoervlinder op naam kunnen brengen.

Langs een breed bospad zag ik de eerste leuke libel van de reis. Hoewel ik van een noordse witsnuitlibel als Nederlander nog niet enorm onder de indruk was, bleek dat toch wel een echt leuke waarneming te zijn. Ik heb drie internationale databases doorzocht en heb maar één eerdere gedocumenteerde waarneming van een noordse witsnuitlibel in Tsjechië kunnen vinden. Of het beest daar écht zo zeldzaam is of dat de Tsjechen andere systemen gebruiken om hun waarnemingen op te slaan weet ik nog niet zeker, maar ook in de veldgidsen staat er geen uitgebreide verspreiding van de soort in Tsjechië ingetekend. In elk geval een leuke waarneming dus!

Terug in de vallei kwamen er nog andere leuke soorten voorbij. Het wikkeblauwtje zagen we op twee plekken en boven het natte grasland vlogen veengeeltjes en roodstreephooibeestjes rond. Toen het wat minder zonnig was gingen een ringoogparelmoervlinder en een rode vuurvlinder er nog even mooi voor zitten. Boven een klein, kiezelig beekje vloog een bronlibel en tussen de kiezels paaiden beekprikken. We kregen wederom een parel van een natuurgebied voorgeschoteld.

’s Avonds kon ik het niet laten nog even op pad te gaan. Aan de andere kant van het gehuchtje waar we zaten was een veldje met een paar soorten orchideeën. Naast de gevlekte orchis en grote keverorchis was er ook al een grote muggenorchis gevonden. Daar kon ik nog een soort aan toevoegen: in het avondlicht keek ik tegen een paar blinkende bergnachtorchissen aan. Geen verkeerde soorten zo op loopafstand.

Voor vrijdag 20 juni stonden er geen grootse excursies meer op het programma, maar ’s middags kregen we wel tijd om onze tijd zelf te vullen in de omgeving van Nationalparkzentrum Lusen, vlakbij het hostel. Hier was een wildeplantentuin, een boomkroonpad en het zogenaamde Tier-Freigelände. In een groot stuk bos waren ver uit elkaar grote verblijven met inheemse diersoorten neergezet. Om überhaupt alle verblijven aan te doen moesten we al een flinke wandeling maken en door de enorme verblijven met volop verstopplekken hadden we geen garantie om de soorten ook te zien. Maar ook zonder de zwijnen, wolven, lynxen en wisenten konden we er ons prima vermaken. Vooral toen ik een bronlibel ontdekte die boven een pad naast een beekje rondvloog. Terwijl mijn vrienden otters gingen zoeken in het tegenoverliggende verblijf had ik wel wat beters te doen. Het bleek namelijk een zuidelijke bronlibel te zijn, toch echt een bijzondere soort. Het waren er twee, en af en toe verdwenen ze even. Net toen ik bedacht dat de overhangende dode boom boven de beek een perfecte zitplaats zou zijn viel mijn oog op een enorme zwartgele libel die aan de dode boom boven de beek hing. De zuidelijke bronlibel vlak voor mijn neus. Hij liet zich prachtig zien en ook zijn buur die er ook bleek te zitten, zat er mooi bij.

Geen otters helaas, maar ik was dik tevreden met deze afsluiting van een prachtige week in het Bayerischer Wald en Šumava.

Op zaterdag konden we tijdens een lange busrit terug nagenieten en ik mijn foto’s uitzoeken. Tijdens wat voelde als een flitsbezoek heb ik prachtige natuur gezien in het grote, grensoverschrijdende natuurgebied. Ik heb genoten. Deze omgeving gaat zeker op het lijstje om nog eens terug te komen tijdens een uitgebreide vakantie, met alle tijd om rustig rond te kijken naar al het moois dat er is.

2 reacties op “Wilde natuur in het Bayerischer Wald en Šumava”

  1. Hanneke Avatar
    Hanneke

    Wat een prachtige plaatjes weer, Jan-Freerk ! Vooral de vlinders vind ik helemaal geweldig,zo mooi ! Hartelijke groet 🔥Hanneke

    Geliked door 2 people

Geef een reactie op Hanneke Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar