Alhoewel ik wat regen inmiddels erg zou kunnen waarderen, sta ik bij mooi weer altijd te trappelen om naar buiten te gaan. Het voorjaar is los en alles is groen (of alweer dor). Geen wonder dat ook het insectenleven losbarst. Dat losbarsten gebeurt echt, nogal letterlijk zelfs, zag ik gisteren bij een vennetje in de buurt van de Eder Heide.
Drie weken geleden bezocht ik het vennetje al, omdat ik nog amper een libel had gezien dit voorjaar en daar graag op een vrije avond een eind aan wilde maken. Ik ging op zoek naar larvenhuidjes van de venwitsnuitlibel. Het was nog erg vroeg in het voorjaar, maar de eerste waren er al. Met goed zoeken vond ik een stuk of twaalf larvenhuidjes en twee verse exemplaren. Met ook nog enkele viervlekken en een smaragdlibel in de vorm van larvenhuidjes erbij was ik tevreden.
Gisteren kwam ik terug bij het piepkleine vennetje, van zo’n 90 meter in omtrek. Het vennetje is schaars begroeid. Onder water zijn er nog redelijk wat planten, maar er groeien zo goed als geen sprieten het water uit. Ook de oevervegetatie is schaars, mede omdat het water lager staat dan normaal. De eerst paar decimeter buiten het water is veenmos en zand. Omdat het in het bos ligt, liggen er wel diverse takken en takjes in het water. Alhoewel het er wat armetierig uitziet, is het een ware oase op de arme bosbodem van de Veluwe.
Waar het voorjaar drie weken geleden nog wat moest ontwaken, bleek het gisteren helemaal losgegaan te zijn. Het was bewolkt, alleen enkele smaragdlibellen waagden zich aan een rondje boven het water. Maar onopvallend aan de waterlijn was er ook veel te zien. Al heel snel zag ik een kakelverse venwitsnuitlibel hangen aan een tak die het water uit stak. Het diertje had de vleugels nog niet eens opgepompt. Verderop aan dezelfde tak hing er nog eentje, die had de vleugels wel al grotendeels opgepompt, maar moest ze nog uitvouwen.




Verspreid over de oever vond ik venwitsnuitlibellen in alle stadia van vervellen. Van een larve die net de kant op kwam lopen, tot een huidje dat net opengebarsten was en de kop van de venwitsnuitlibel naar buiten kwam, tot een volledig opgepompte maar nog altijd kakelverse, glimmende libel. Op dezelfde manier vond ik ook enkele viervlekken en larvenhuidjes van de smaragdlibel en grote keizerlibel. Aan een tak in het water hing een larve van een grote keizerlibel die al wel het water uit geklommen was, maar nog niet was verveld. De meeste keizerlibellen sluipen ’s nachts uit, maar een bewolkte, maar warme middag voldeed blijkbaar ook om een poging te wagen.








Maar wat me écht verblufte, was de hoeveelheid larvenhuidjes. De viervlekken waren flink vertegenwoordigd, maar het was werkelijk niets bij de kleine, tere huidjes van de venwitsnuitlibel. In dit kleine vennetje neemt de dichtheid venwitsnuiten astronomische waarden aan. Drie weken geleden vond ik er enkele, nu hingen ze letterlijk opgestapeld overal waar je maar keek. Door de extreem schaarse begroeiing is ook de mogelijkheid om uit te sluipen beperkt. Het liefst doen ze dat aan een spriet, maar bij gebrek daaraan voldeed werkelijk alles tussen zand, mos, een twijgje en een in het water gevallen grote tak. Op de meest aantrekkelijke plekken waren de huidjes de afgelopen drie weken flink opgehoopt en hingen er soms wel twintig op ongeveer tien centimeter spriet.






Als ik zeg dat er zo’n 500 larvenhuidjes van de venwitsnuitlibel hingen, dan denk ik dat ik een erg voorzichtige schatting maak. De helft van het ven lag overal en nergens bezaaid met larvenhuidjes. De beesten moeten in de file hebben gestaan om uit te kunnen sluipen. De andere helft van het ven was iets minder dicht bezaaid, maar ook daar waren uitsluipers geweest. Op meerdere plekken zag ik larven door het water lopen. Nou, dan heb je als venwitsnuitlibel echt een mooi plekje gevonden.
Landelijk gaat het helaas slecht met deze soort. Net als alle libellen van vennen en venen hebben ze grote moeite met toenemende droogte en gevolgen van stikstofdepositie. Hier hebben ze gelukkig nog een prima vennetje in handen. Ik hoop van harte dat er de komende tijd weer wat regen valt. Als dit vennetje niet droogvalt kan ik volgend jaar weer flink van de venwitsnuitlibellen genieten.

Plaats een reactie