Op donderdag 3 april woedde er een grote natuurbrand op de Eder Heide. Het gebied is militair oefenterrein, maar ook toegankelijk voor recreatie. Tijdens een oefening van Defensie ging het mis: een oefengranaat veroorzaakte een grote brand. Hoewel er op het gebied van geopolitiek meer dan genoeg te melden was die dag, bleef het nieuws over de brand de hele avond lang bovenaan staan bij de NOS. Een brand met grote impact voor de omgeving. Maar liefst 500 brandweermensen moesten ervoor zorgen dat de brand het kazerneterrein van Defensie en het bewoonde gebied erachter niet zou bereiken en dat lukte maar net. Een legerhelikopter schepte met acht kuub per keer de Kreelsche Plas leeg om het water over de hei uit te storten. Na een lange middag en avond was de brand onder controle. Vrijdag overdag is de brandweer nog de hele dag bezig geweest met nablussen. Zo’n 75 hectare (150 voetbalvelden) aan natuur bleef als een zwartgeblakerde vlakte achter.

Afgelopen zondag was het gebied weer toegankelijk. De brandweer en marechaussee waren nog wel massaal aanwezig voor onderzoek en controles. Even als nieuwsgierige recreanten. Door wandelaars werd de brandweer nog gewezen op een nieuwe rookpluim, maar dit leverde geen gevaar op en het roken stopte snel nog zonder dat de brandweer ook maar uit hoefde te stappen. Dat de sporen van de grote brand nog vers zijn was maar al te duidelijk.

Voor de duidelijkheid: de situatie was op geen enkele manier vergelijkbaar met de enorme natuurbranden die tegenwoordig jaarlijks plaatsvinden in Zuid-Europa, de VS en Canada. Voor Nederlandse begrippen was het echter een grote brand. Om de verkoolde vlakte met eigen ogen te zien was dan ook erg indrukwekkend.

De brand is door de harde, veranderlijke wind snel over de hei getrokken. Sommige stukken waren totaal zwartgeblakerd en ogenschijnlijk was er geen leven meer over. Andere stukken waren slechts oppervlakkig verbrand en het dorre gras en mos eronder was nog goed herkenbaar. Ook stukken bos zijn niet aan de brand ontsnapt, maar vooral de ondergroei is te grazen genomen. Veel dennen zijn slechts aan de onderste meter zwartgeblakerd en zijn de dans verder ontsprongen. Om de paden af te wateren zijn langs de brede zandpaden, waar het vuur overigens op meerdere plekken gewoon overheen gevlogen is, grote kuilen aanwezig. Ook deze kuilen en de randen ervan zijn er vaak relatief goed vanaf gekomen.

Als reptielenliefhebber was ik vooral benieuwd hoeveel leven er nog te vinden zou zijn op de zwarte vlakte. Zeker als de brand oppervlakkig over het gebied trekt hebben allerlei dieren nog best een kans om te overleven onder de grond. Daar is ook een beetje geluk voor nodig, want als de dieren niet levend verbranden ligt het gevaar van verstikking of oververhitting nog op de loer. Toch viel het me niet tegen.

Op verschillende plekken lagen zandhagedissen te zonnen. Met name rondom de kuilen langs de zandpaden waren ze er goed van af gekomen. De brand heeft veel van die kuilen relatief weinig of niet aangedaan. Doordat hier water blijft staan en het naast het pad ligt is hier wat meer variatie en voedsel aanwezig. Het hoogteverschil maakt het een uitstekende plek om diepe holen te maken door de massaal aanwezige veldmuizen. Bij de eerste kuil waar we keken lagen drie knalgroene zandhagedismannen te zonnen.

Bij een andere kuil werd mijn aandacht getrokken door dikke bruine pluizenbolletjes die onder de verkoolde braamtakken rondrenden. Voor het eerst kreeg ik de veldmuis goed te zien. Natuurlijk is het een heel algemene soort, maar om hem goed te zien te krijgen is normaal gesproken een flinke kunst. Ze zijn zich ervan bewust dat ze een lekker hapje zijn voor alles wat groter is dan zij, waardoor ze zelden uit de dichte begroeiing tevoorschijn komen. Maar nu was die begroeiing er niet, en eten moeten ze wel. Bij de kuil was nog wat dorre vegetatie ontsnapt aan de vlammenzee, en daar wisten de muizen zich wel raad mee. Genoodzaakt door de omstandigheden lieten ze zich prachtig zien. Een paar exemplaren hadden al flinke roetvegen in de vacht door het foerageren tussen de verbrande begroeiing, maar verder zagen ze er gezond uit.

Ook midden op de zwartgeblakerde vlaktes was nog leven te vinden. Zelfs al was het vuur hier harder tekeer gegaan, ook hier waren zandhagedissen te vinden. De paartijd is inmiddels begonnen, waardoor de mannetjes prachtig heldergroen gekleurd zijn. In bemoste heidevelden nog een betere schutkleur dan je zou denken, maar op de donkergrijze ondergrond geven ze bijna licht. Meerdere exemplaren ontdekte ik van zo’n vijftien meter afstand. Sommige waren zich bewust van de kwetsbaarheid en schoten bij de minste benadering al weg. Andere exemplaren moesten nog wat bijkomen en bleven rustig liggen voor de foto. Het hielp dat het weliswaar zonnig, maar niet echt warm was.

Niet alles heeft de vlammenzee overleefd. Hoewel je van de meeste slachtoffers vermoedelijk nog geen spoortje terug zal vinden, vond ik een nog redelijk intacte maar wel uitgedroogde hazelworm. Deze lag midden op een verbrande graspol, maar was zelf niet verbrand.

Hoewel de brand nog amper uit is probeert de natuur meteen te herstellen. De muizen en hagedissen gaan een zware tijd tegemoet. Het directe gevaar is geweken en hebben ze overleefd. Ze zijn alleen wel op een gigantische zwarte vlakte achtergebleven, zonder beschutting en met nauwelijks voedsel. Enkele buizerds en torenvalken hadden de situatie al in de gaten en hingen rond boven de verbrande hei. Eén torenvalk heb ik met een knalgroene zandhagedis in de klauwen betrapt, die in de lucht werd verorberd.

Aan de rand van het pad begonnen de eerste grassen alweer te groeien. De punten waren verkoold, maar daaronder kwamen ze al omhoog en was vers groen te zien. Slechts korte tijd na de verwoestende brand. De natuur herstelt zich snel. Het heideterrein was enorm verdroogd de afgelopen maanden, maar heeft nu van de brandweer en de blushelikopter heel wat gietertjes water gekregen. Pioniersvegetatie grijpt zijn kans en schiet uit de grond. Ook het bodemleven is nog deels aanwezig. Bij een gat in de grond in de verbrande vlakte krioelde het van de rode bosmieren. Ook was er redelijk wat dood hout aanwezig dat niet volledig verbrand is. Onder deze takken op de grond zaten nog allerlei duizendpoten, loopkevers en ander bodemleven. In één halfvergane tak zat een zandhagedis verstopt.

Hoewel de schade op het oog gigantisch is en de brand een grote impact heeft op het gebied, hoeft het niet alleen maar negatief te zijn. De natuur krijgt de kans zich opnieuw te ontwikkelen. Dat kan snel gaan, met name bij grassen. Voor het herstel van de heide is het belangrijk de grassen voor te blijven met beheer zoals begrazing. En natuurlijk is het belangrijk om van de brand te leren. Het is in Nederland best een unieke kans om zo’n groot verbrand oppervlak te kunnen zien ontwikkelen. Zelf heb ik het nog nooit dicht genoeg bij huis gehad om het regelmatig te kunnen volgen. Ik ben heel benieuwd hoe snel de natuur zichzelf herpakt en herstelt en ik zal er zeker nog regelmatig terugkomen.

4 reacties op “Overlevenden van de brand”

  1. Fred van Noort Avatar
    Fred van Noort

    Hallo, JanFreerk,

    Bedankt voor je verslag.

    Zo vernamen wij wat de brand heeft veroorzaakt in ‘onze achtertuin’.

    Zelf komen we trouwens nooit meer in de natuurgebieden in onze omgeving, helaas.

    Groet van Nys en Fred.

    Geliked door 1 persoon

    1. Jan-Freerk Kloen Avatar

      Ha Fred en Nys,
      Wat leuk dat jullie me nog altijd volgen! Zo kunnen jullie nog wat van de omgeving zien.
      Groetjes, Jan-Freerk

      Like

  2. V.G. Sterk Avatar

    Sterkte en herstel toegewenst, Ederheide 🍀🍀🍀

    Geliked door 1 persoon

  3. Twee weken na de brand: groene sprieten – JFK Natuurblog Avatar

    […] 3 april woedde een grote natuurbrand op de Eder Heide waarbij zo’n 75 hectare natuur in vlammen op ging. Een grote zwartgeblakerde vlakte bleef […]

    Like

Geef een reactie op Twee weken na de brand: groene sprieten – JFK Natuurblog Reactie annuleren

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar