Mijn vorige berichten gingen allemaal over hoe koud het wel niet was, met fraaie berijpte bomen, ijshaar en wolven naarstig op zoek naar muizen. Maar als winterhater kan ik er niet snel genoeg bij zijn om de lente te verkondigen. Liever te vroeg en voorbarig dan pessimistisch af te wachten.
Afgelopen woensdag zag ik al twee groepen kraanvogels langs mijn huis trekken. Zij voelen het voorjaar eerder aan dan ik, want zo voorjaars vond ik het nog niet. Maar de voorspelling klopte wel, want vandaag was het heerlijk weer. De vogels floten er lustig op los en nog voor ik aan de lunch ging had ik al drie citroenvlinders gezien. En dan begint het te kriebelen. Gelukkig kon een middagje vrij er wel van af.
En natuurlijk moet ik dan meteen naar de Veluweflank om te kijken of de ringslangen al wakker zijn. Meestal niet zo vroeg, maar je weet maar nooit. Alleen in 2019, 2020 en 2021 zag ik al in februari ringslangen. Maar onderhand tikte de temperatuur de 18 graden aan en er was een heerlijk zonnetje. Dan moeten ze wel toch?
Aangekomen bij het gebied stond er een straffe wind op de zuidhelling. De helling die altijd sneller opwarmt dan alle andere ringslangenleefgebieden, waardoor hier meestal de eerste van het jaar te zien zijn. Maar de wind speelde parten en ik kon nog niks vinden.
Wellicht was ik toch nog wat te vroeg op de dag, want op de terugweg had ik meer geluk. Vlakbij elkaar vond ik twee zonnende ringslangen. Ze waren nog erg traag. Even opstarten na een flinke winterrust.


Ringslangen zijn eigenlijk een soort schaatsers. Op de eerste mooie dag is er altijd wel een gek die denkt dat het al wel kan. En ja hoor, daar waren ze! Geef ze ook eens ongelijk met dit weer. En dan kan maart zijn staart nog gaan roeren en dan mag april doen wat ‘ie wil, maar voor mij is de lente begonnen!
Op de terugweg stopte ik om naar twee meeuwen te kijken en toen ik omhoog keek kwamen er in een keer vlak boven mijn hoofd twee volwassen zeearenden over de bergrand zweven.

Even later kwam er nog een flinke groep grote vogels langs cirkelen. Automatisch dacht ik meteen aan kraanvogels, maar er klopte iets niet. Het ging allemaal iets te snel, kraanvogels vliegen doorgaans traag en statig. Dat klopt, ik had me laten foppen door een groep van 25 ooievaars. Ja, ook die trekken in het vroege voorjaar naar het noorden. Ik zie ze niet vaak in zulke grote groepen trekken, maar het kan dus wel.


Geef een reactie op kloenstebuiten Reactie annuleren