Zomers Zweden 6: Libellenpracht

Geschreven door

·

Onderwerpen: ,

In deze blogserie schrijf ik alles over de prachtige bossen, meren, hoogvenen en… jawel, noorderlicht! Op deze pagina verschijnen de komende tijd alle blogs over Zweden.


Na ons uitje naar Kvismarens ging het hard met de kilometers. Op een dag waarop ’s middags regen voorspeld was (de eerste serieuze regen van de vakantie, nu pas!) begonnen we al vroeg met kilometers maken. We fietsten op 8 augustus door de grote stad Örebro verder, waar we die dag – inderdaad in de regen – eindigden in het toeristische Nora. Omdat er voor de volgende dag ook weer regen op de planning stond en tijdens de dagen erna niet hielden we nog een rustdag in Nora.

Op 10 augustus was het weer ons weer redelijk gunstig gezind. Redelijk, omdat we een straffe tegenwind hadden door de heuvels naar ons beoogde eindpunt Hjulsjö. Gelukkig was het niet zo ver meer. Onderweg hielden we pauze langs een riviertje. Perfecte plek voor een waterspreeuw, maar die was er helaas niet. Wel plofte er op een zonnig moment een gewone bronlibel voor mijn neus in de planten. De zon verdween en er kwam zelfs een klein buitje aan te pas, waardoor ik alle gelegenheid kreeg om deze prachtig felgekleurde kolos op de plaat te krijgen.

Na een korte maar pittige etappe bereiken we onze finish van de fietsvakantie: een kleine Zweedse camping in Hjulsjö. De camping Lantliv (Landleven) van Nederlandse eigenaren. Het was echt de mooiste camping die we de hele vakantie gehad hebben. Hier zouden we na onze lange fietstocht nog een paar dagen blijven. In het open veld aan de rand van een meer, maar met voldoende dennen voor beschutting en schaduw. Het was erg rustig, met – toevallig of niet – op dat moment alleen Nederlandse gasten. We zetten de tent op een wat verhoogd veldje tussen de bomen met geweldig uitzicht op het meer. Op het meer ontdekte ik een groepje van een soort die we deze vakantie alleen nog gehoord hadden en nog niet gezien: de roodkeelduiker. Ook weer een typische soort van de Zweedse moerassen en ondiepe meren. En natuurlijk heel mooi in zomerkleed. Een stuk beter dan in Nederland voor de kust tijdens de trektijd.

Op 11 augustus kon Hendrike wel genieten van een ochtendje op de camping in de hangmat. Ik kon natuurlijk niet stilzitten. Ik bezocht een klein hoogveentje net aan de andere kant van het dorp, op maar vijf minuten fietsen. Het staat amper op de kaart en er zijn geen paden. Er loopt wel een grindweg langs. Ik had het op de satellietfoto zien liggen. En dan moet ik er natuurlijk heen. Ik kon het niet laten.

Het was een prachtig veentje. Beschut door het bos eromheen en met alle stadia van verlanding aanwezig. In het midden was een ven met open water, daar omheen verschillende drassige stukken met meer en minder veenmos dichtgegroeid. Op de bulten kon je prima lopen (met natte voeten, dat wel), de slenken kon ik beter wegblijven. Ik had inmiddels wel de conclusie getrokken dat typische veenvlinders als veenbesblauwtje en veengeeltje uitgevlogen zouden zijn. Dat moesten algemene soorten zijn in Zweden, maar ondanks mijn vele bezoeken aan venen en veentjes had ik ze nog niet gezien. Ook hier waren ze niet. Ook de waterjuffers zijn redelijk uitgevlogen. Zowel speer- als noordse waterjuffer zouden in dit veentje kunnen zitten, maar ik zag ze niet. Maar genoeg anders moois.

Qua vegetatie was het al prachtig. Op het veenmos groeide veel lavendelhei, kraaihei, kleine veenbes en mijn geliefde dwergberk. Wat een schattig miniboompje. Ik werd er weer helemaal vrolijk van. En libellen waren er genoeg. Vooral de venglazenmaker was massaal aanwezig. Tientallen vlogen er.

Met wat beter kijken was er meer. Zo zag ik voor het eerst deze vakantie de hoogveenglanslibel mooi. Een typische hoogveensoort, maar ondanks dat hij in Zweden in de meeste venen en veentjes wel zit, is hij lastig te vinden. Vooral doordat gevlekte glanslibellen hier in het zuiden algemeen zijn en het dus lastig is om hem te onderscheiden. Daarnaast ook omdat de hoogveenglanslibel slechts in lage dichtheden voorkomt. Maar hier was hij dus. Ik kon hem mooi vliegend bekijken, fotograferen was een uitdaging. Eén keer ging hij aardig zitten, maar toch met best wat sprieten ervoor en op een plek waar ik diep wegzakte. Toch nog lastig dus.

Verder vermaakte ik me met name met noordse glazenmakers. Tot nu toe had ik ze bij bijna elk veentje wel gezien, maar steeds in heel lage aantallen. Wat territoriale mannetjes betreft was dat hier niet anders. Zeker vergeleken met de vele venglazenmakers. Maar het was wel nieuw dat de vrouwtjes vandaag massaal aan de eileggerij waren. Het was een mooie warme, zonnige dag. Een goed moment blijkbaar. Zeker vijf vrouwtjes waren bij één stuk veenmos bezig hun nageslacht een mooi plekje tussen de mossen te geven. Vaak wat te ver in de zomp om in de buurt te komen voor een goeie foto, en vaak ook tussen de sprieten. Maar een enkele keer kon ik er eentje mooi op de foto krijgen.

Nadat ik mezelf had uitgelaten in het hoogveentje ging ik ’s middags nog met Hendrike wandelen in het bos vanaf de camping. We zagen veel vlinders. Het viel vooral op dat er hier veel rouwmantels waren. De hele vakantie hadden we nog maar een enkeling gezien, maar op en rond de camping waren er behoorlijk wat. Verder was ook hier de keizersmantel algemeen en zagen we de grote parelmoervlinder en bosrandparelmoervlinder. Dieper in het naaldbos stonden prachtige grote wolfsklauwen en zagen we voor het eerst het beroemde Linnaeusklokje. Deze Zweedse soort heeft Linnaeus naar zichzelf genoemd. Een bloemetje zat er helaas niet meer aan, het was te laat. Maar de plant bleek bijna overal te staan. Nu we eenmaal wisten hoe hij eruit zag…

Op de terugweg liepen we langs het meer van de camping toen ik de roodkeelduikers redelijk dichtbij de kant zag. Tot dan toe hadden we ze alleen nog op een paar honderd meter afstand gezien. Twee ouders waren met een jong een beetje aan het rondduiken in de buurt van een steiger. Hoewel ze nog steeds niet zo dichtbij kwamen als de parelduiker van een paar dagen terug, konden we ze met mooi licht toch leuk zien.

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar