Zomers Zweden 5: Kvismarens Naturreservat

Geschreven door

·

Onderwerpen: ,

In deze blogserie schrijf ik alles over de prachtige bossen, meren, hoogvenen en… jawel, noorderlicht! Op deze pagina verschijnen de komende tijd alle blogs over Zweden.


Op 4 augustus verlieten we de mooie vlinder- en libellenrijke omgeving van Ulrika om verder noordwaarts te fietsen. Het landschap werd wat vlakker en lager, en we spoten vooruit. Doordat we lekker aan het fietsen waren en veel van het landschap al wel een beetje gezien hadden maakten we vooral kilometers en kwamen mooi op tijd aan op een camping in Motala, aan het Vättern. Dat is het diepste en op één na grootste meer van Zweden.

Op 5 augustus vervolgden we onze weg. Een stukje noordelijk van Motala hielden we pauze aan een grillig gevormd meer. Tijdens het lunchen ontdekte ik ver weg op het meer een groepje parelduikers. Met prachtig licht erop, maar ver weg. Wel kwamen ze steeds dichterbij, dus ik bleef ze in de gaten houden. Toen ze redelijk in de buurt kwamen leverde het al mooie plaatjes in het landschap op. Vijf van de zes verdwenen na een mooi rondje vooraan in de plas weer ver weg op het meer. Eentje bleef hangen en kwam nóg dichterbij. Wat een prachtige vogels. Tot slot werd er ook nog een flinke vis verorberd, dat wel op grotere afstand.

We hielden het tempo van de fietstocht er goed in. We vonden ’s avonds een mooi plekje om wild te kamperen, deze keer zonder schreeuwende zwijnen. Op 6 augustus vervolgden we onze weg om aan te komen op een camping bij een golfbaan in Kumla, even ten zuiden van de grote stad Örebro. Ons doel was niet de ‘prachtige’ camping, maar meer om op fietsafstand te zijn van Kvismarens Naturreservat.

Daar gingen we op 7 augustus naartoe. Dat was wel weer even andere koek. Midden tussen het laaggelegen landbouwgebied ligt een natuurreservaat. Wij Nederlanders vinden het landschappelijk niet zo spannend. Het is een beetje als een stuk rietland zoals we dat in Nederland veel hebben. Maar voor Zweden is het best bijzonder en weer iets compleet anders dan de eindeloze bossen met meren die we tot nu toe gezien hadden.

Op weg erheen zagen we al veel kraanvogels rondlopen en vliegen. Op de graanvelden en akkers werd druk verzameld voor de trek en ook rond het gebied was veel vliegverkeer. Ook zagen we tapuiten en paapjes en hoorden we een kwartel.

Aangekomen in het natuurgebied werden we meteen overweldigd door de grote hoeveelheden eenden en steltlopers en een overvliegende roerdomp. Bij een soort berg in het landschap, waar adders en ringslangen in grote aantallen schijnen te overwinteren was een droger habitat met argusvlinders en veel heidelibellen.

De meest bijzondere soort hier was de geelvlekheidelibel, een vrij zeldzame soort waarvan ik niet begrijp waarom hij zo zeldzaam is. Waar hij voorkomt zit hij vaak op voedselrijke plekken met veel vegetatie, zoals drinkpoelen voor vee. En toch is hij op Europese schaal enorm afgelopen en uit Nederland verdwenen. Wel kent de soort af en toe influxen waarbij ineens weer grote aantallen nieuw leefgebied weten te vinden en daar soms een tijdje standhouden.

In Kvismarens bleek het absoluut geen zeldzame soort. Overal op en rond de wandelpaden zag je ze fladderen. We zagen er honderden. Voor het eerst dat we ze zagen in Zweden.

Boven de uitgestrekte rietlanden probeerde ik de getande glazenmaker te vinden. Een zeldzame soort van uitgestrekte rietmoerassen aan de Baltische kust (en soms in het binnenland). Ik heb eindeloos zitten turen en er waren libellen genoeg, maar ik heb hem niet kunnen vinden.

Tijdens het lopen zagen we regelmatig kraanvogels overvliegen en een keer een zeearend. Ook vlogen er bijna continu meerdere visarenden rond boven het gebied. Ze maken blijkbaar een soort fluitend geluidje, dat heel erg aan een zangvogel doet denken. Ik had het al eerder eens bij een meer gehoord (maar de vogel niet gezien) en ik kon maar niet bedenken wat het was. Mysterie opgelost dus.

Een stuk verderop regende het. Maar we hadden weer eens een gelukje de bui trok langs ons. Even later leek het alsof de bui terug trok, in de richting van ons. Inmiddels hoorden we ook wat gerommel bij de bui. Wij stonden midden in het open veld, dat was niet goed. We wisten niet hoe snel we terug moesten naar “de bult”, daar hadden we namelijk een schuilhutje gezien. Onderweg tijdens het snelwandelen stak er vlak voor onze voeten een adder de weg over. Dat was even schrikken voor Hendrike. Terug bij “de bult” leek het er toch op dat de bui niet meer richting ons trok. Wij hadden dus weer eens geluk. We maakten nog een rondje langs een andere flinke vogelkijkhut en gingen toen weer terug naar de tent. Moe van een dagje hele andere, maar ook mooie, Zweedse natuur. Los van de vogels die we goed gezien hebben waren er ook heel veel vogels op grote afstand, met name steltlopers. Het moet in het voorjaar, aan het begin van de broedtijd, een nog veel mooier gebied zijn. Nog maar eens terug gaan in mei dus!

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar