Als ik naar buiten kijk, vergeet ik soms dat het alweer half juli is. Het is een nat jaar, de natuur is op sommige plekken verzopen. Maar toch gaat voor veel soorten gewoon zijn gangetje. Vanaf eind juni is het in Limburg de tijd van de rombouten. De twee zeldzaamste soorten van Nederland, de gaffellibel en kleine tanglibel, komen voor in enkele beken.
De gaffellibel komt al wat langer voor in Nederland, maar is nog altijd erg zeldzaam. Het is een soort van schone beken. In België komt hij niet voor, in buurland Duitsland wel. Schone bosbeken met zandige bodem en oevers en veel bomen langs het water zijn favoriet. In Nederland voldoen de Roer en de Swalm blijkbaar aan de eisen, want daar komt hij voor. Midden-Limburg dus.
De kleine tanglibel is in Europa meer wijdverbreid, maar in Nederland wordt hij pas sinds 2018 jaarlijks waargenomen, toen er een stel tanglibellen langs de Worm bij Kerkrade werd ontdekt. Sindsdien weten ze zich daar te handhaven. Verder zijn er jaarlijks wat losse waarnemingen, meestal in Limburg. In de Roer is mogelijk ook een kleine populatie. Hier worden veel minder waarnemingen gedaan, maar toch wel bijna elk jaar één of enkele waarnemingen en het gebied is minder toegankelijk en minder makkelijk om af te zoeken dan de Worm bij Kerkrade.
In 2018 zag ik tijdens een NJN-kamp veel gaffellibellen langs zowel de Roer als de Swalm. Een gelijktijdig JNM-kamp ontdekte ook enkele kleine tanglibellen. Dat was een echt piekjaar, daarna is het aantal waarnemingen teruggelopen met als dieptepunt 2021, toen de Roer midden in het vliegseizoen van de gaffellibel dramatisch overstroomde.
Afgelopen maandag bezocht ik met Ilse de Roer, om de gaffellibel en eventuele kleine tanglibellen te zoeken. We begonnen in de buurt van Herkenbosch, de hotspot (voor wat het waard is met slechts enkele waarnemingen) van de kleine tanglibel sinds 2018. De gaffellibel komt in vrijwel de hele Roer voor tussen Roermond en de Duitse grens, dus daar zochten we intussen ook naar. De kleine tanglibel zit het liefst op grindstrandjes of takken of stenen die boven het water uit steken. De gaffellibel ook, maar deze zit ook vaak in bomen langs de waterkant, of überhaupt wat verder van de oever. Territoriale mannetjes van beide soorten vliegen snel en laag boven het water rond.
Onze zoektocht langs de Roer was moeizaam en teleurstellend. Niet alleen stond het water zo hoog dat de meeste strandjes onder water stonden, maar ook konden we in het struweel langs de oever eigenlijk niks aan libellen vinden, los van honderden weidebeekjuffers. Ook leuk, maar niet waar we naar zochten. De roer ligt diep ingesneden in het landschap, wat het zoeken naar libellen lastig maakt. We zagen één waarschijnlijke gaffellibel hoog wegvliegen bij het water vandaan. We hebben hem niet meer terug gezien. Verder was het stil.

Een uitstapje naar de Turfkoelen aan de rand van de Meinweg leverde ons wel een leuke soort op: de gevlekte glanslibel. Een prachtige soort die zich ook prachtig liet zien. Wel alleen vliegend, wat het fotograferen lastig maakt…





Na de mislukte zoektocht langs de Roer bezochten we nog de Swalm. De wilden tenslotte toch graag die gaffellibel zien. De kleine tanglibel hadden we opgegeven. De Swalm is een kleiner riviertje dan de Roer, prachtig meanderend door het Groenewoud bij Swalmen. Landschappelijk vind ik het één van de mooiste plekken in Nederland. En toevallig zitten er ook nog wat leuke libellen. Zo moeizaam als onze zoektocht bij de Roer, zo makkelijk was het nu. Bij de eerste bocht waar we zicht hadden op het water zag ik meteen al een gaffellibel op een overhangende tak zitten. Hij vloog op, joeg een soortgenoot op en beide libellen vonden weer een nieuwe overhangende spriet om op te zitten. Op de uitkijk. Wankel staand op de modderige bodem kon ik mooie foto’s maken van een mannetje toen hij aan onze kant van de beek kop een boomstam in het water ging zitten.



Eén bocht verderop was een jonge berk te water gegaan. Op de overhangende takken zag ik al een gaffellibel zitten. Toen ik door het ondiepe water erheen liep zag ik nog een gaffellibel in dezelfde boom zitten. Dat is bijzonder, want ze zijn erg territoriaal. Dat bleek ook toen er eentje opvloog en de ander er meteen achteraan joeg. Beide libellen verdwenen. Eentje kwam nog even terug, vond mijn hoed een mooie uitzichtplek voor een tel en verdween daarna weer. Beide gaffellibellen weggepest door elkaar.
Om de hoek in de beek zag ik weer wat mooie boomstammen liggen die als uitkijkpost konden dienen voor gaffellibellen. Het water werd te diep om erheen te lopen, maar via de overkant kon ik er door de brandnetels wel zicht op krijgen. En daar zat hij dan: pontificaal voor mijn neus. Een kleine tanglibel! Enorm territoriaal, hij wilde voor geen goud wijken van z’n plekje. Af en toe vloog hij op voor een rondje, om elke keer binnen korte tijd weer op hetzelfde plekje te gaan zitten. Ik instrueerde Ilse hoe ze op het plekje kon komen, dat was een beetje zoeken. Maar het beest was geduldig zat, hij bleef keurig op zijn post. Wadend door de beek kon ik mijn vondst mooi vastleggen.



De kleine tanglibel plant zich, voor zover bekend, niet voort buiten de Worm bij Kerkrade. In de Swalm wordt de soort soms gezien, maar lang niet jaarlijks. Het zijn goede vliegers met best wel wat zwerfdrang. Soms wordt er ook eentje in de Achterhoek gevonden. Die is dan uit Duitsland komen vliegen. Zittend op strandjes valt hij niet zo op, maar als je er specifiek naar zoekt en weet waar je op moet letten lukt het goed om een rivier af te zoeken. Zelf was ik ook al wel geoefend dankzij bezoekjes aan Kerkrade, België, Duitsland en Spanje, waar ik de kleine tanglibel al eerder zag. Dat maakt het wel makkelijker om te weten waar je op moet letten.
Maar goed, een erg mooie vondst dus. Dankzij mijn instinct voor mooie libellenplekjes langs de beek. Dat leverde nu een prachtige kleine tanglibel op, na een mislukte poging langs de Roer in de ochtend. Toch nog gelukt. En hoe.

Geef een reactie op Limburgse pioniers – JFK Natuurblog Reactie annuleren