Na alle droogte van de zomers in de afgelopen jaren is het nu al sinds de nazomer vorig jaar kletsnat in Nederland. Mooie dagen zijn er nog maar weinig geweest en het is nog geen week achter elkaar droog geweest dit jaar. Ook wel eens verfrissend. Letterlijk en figuurlijk. Maar wordt het zo langzamerhand misschien een beetje te gek? Regen is goed voor de plantjes zeggen we altijd maar, om onszelf te troosten tijdens een regenachtige, grijze dag. Maar moeder natuur overdrijft ook wel eens.
Voor een veldwerkproject met de WUR heb ik me in juni beziggehouden met dit onderwerp. Met vier medestudenten deed ik van 24 tot 27 juni onderzoek op het Speulderveld, een gebied noordwestelijk op de Veluwe. Aan de rand van een droog heidegebied ligt een natuurlijke laagte met ondiep in de bodem een slecht waterdoorlatende laag. In dit deel van het gebied wordt water beter vastgehouden en is vochtige heide ontstaan. In plaats van struikhei en pilzegge zie je hier vooral gewone dophei, snavelbiezen en veenbies. In lagere aantallen, maar zeker karakteristiek voor het gebied komt hier ook de klokjesgentiaan, kleine zonnedauw en moeraswolfsklauw voor. Een uniek en zeldzaam stukje habitat in Nederland, en al helemaal op de verder grotendeels droge Veluwe.
De afgelopen jaren is er in het natuurbeheer veel gefocust op het vasthouden van water. Door de toenemende droogte in de zomer komt de vochtige heide en het voorkomen van zeldzame soorten in dit habitat in gevaar. Dit jaar is echter een compleet andere situatie. Doordat het water nauwelijks weg kan zakken in de bodem blijft het gewoon staan, met als gevolg dat grote delen van het gebied al maanden blank staan. Om te kijken of dat een welkome afwisseling op de regelmatige droogte (die in dit gebied de afgelopen jaren zeker een probleem was) is of nu toch wat te veel van het goede hebben we gekeken naar de prestaties van karakteristieke plantensoorten van vochtige hei: bruine snavelbies, klokjesgentiaan, veenbies en kleine zonnedauw.



In het gebied viel de ongewone situatie meteen op. Afgeplagde laagtes stonden onder water, de bruine snavelbiezen groeiden er bovenuit. Boven water vlogen heel veel libellen. Ook waren er best wel wat net uitgeslopen bruinrode heidelibellen, wat erop wijst dat het gebied al sinds vorig najaar op zijn minst erg vochtig moet zijn.
Het beeld was op het eerste oog niet heel slecht. De bruine snavelbiezen bloeiden volop en staken vrolijk boven het water uit. Het viel ons op dat de stengels op de natste plekken zelfs het langst waren. Met wat statistische trucjes kwamen we er achter dat het waarschijnlijk een reactie op de overstroming is: de planten komen overal ongeveer even hoog boven het oppervlak uit, of dat nou vochtige grond of het wateroppervlak is. Op de drogere delen stond volop kleine zonnedauw en de heideblauwtjes vlogen vrolijk om ons heen. Maar niet alle planten vonden het even leuk. De klokjesgentianen groeiden weliswaar goed en we zagen ze overal boven het water uitsteken, maar tussen de honderden vegetatieve stengels was er amper een knop of zelfs bloem te vinden, terwijl ik ze recent in andere gebieden al in bloei had gezien. Ook had de kleine zonnedauw in natte delen grote moeite met het water. Op zich is de soort wel aangepast op kortdurende hoge waterstanden. In plaats van een schattig rozetje te blijven loopt de hoofdstengel uit in een poging het wateroppervlak te kunnen bereiken. Deze stressreactie zagen we veel en bovendien waren er veel plantjes losgekomen van de bodem. Ofwel losgeslagen, ofwel ‘bewust’ losgelaten in de hoop naar de oever te drijven om daar alsnog te kunnen gaan groeien. In een helder stuk zag ik de minirozetjes van kleine zonnedauw op de bodem groeien. Ze deden hard hun best, maar deze plantjes waren wel duidelijk kleiner dan de soortgenoten op het droge.







De veenbiezen waren weer een verhaal apart. In de natste delen van de natte zone bleven de bloeistengels het kleinst, terwijl de soortgenoten in de natste stukken van een droog deelgebied juist het grootst waren. Veenbies is een soort die het liefst in de natste terreindelen van een droog gebied of in de droogste delen van een nat gebied groeien. Dat het natste gebied nu helemaal onder water staat lijkt dan iets te veel van goede, terwijl wat extra water in de droge zone juist wel gunstig is.

Waar we geen onderzoek naar hebben kunnen doen, maar wat wel zorgelijk is, is dat het gentiaanblauwtje, een inmiddels zeer zeldzame vlinder, best een klap gekregen kan hebben. Het vlindertje is super kieskeurig: het vrouwtje legt haar eitjes op de knoppen van klokjesgentianen, waarna het rupsje een beetje van de knop eet. Na een paar dagen is het beestje uitgekeken op een plantaardig dieet en laat hij zich door steekmieren meenemen naar hun nest om verder verzorgd te worden. Een jaar later komt de vlinder uit de pop en moet maken dat hij wegkomt. De rups scheidt stoffen uit die de mieren lekker vinden, maar de vlinder wordt als indringer gezien. Nu, aan het begin van de vliegtijd van het gentiaanblauwtje, is er nog amper een knop te zien. De gentianen zijn flink in de vertraging geraakt, als ze überhaupt nog productief gaan worden dit jaar. Daarnaast bestaat de kans natuurlijk nog dat de mierennesten deze winter verzopen zijn. De klokjesgentianen staan op de natste terreindelen, dus de meeste gentiaanblauwtjes zullen daar vlakbij een mierennest in gesleept zijn.
Goed nieuws: één van mijn groepsgenoten is twee weken later nog eens in het gebied geweest en heeft daar een klokjesgentiaan met eitjes van het gentiaanblauwtje gevonden. Toch een plant met knoppen dus, en minimaal twee gentiaanblauwtjes die de winter doorgekomen zijn. Toen we er waren voor ons onderzoek was het nog net te vroeg in het jaar voor het gentiaanblauwtje.
De natte situatie in het gebied gaf ons de unieke kans om te onderzoeken hoe de natuur op dit extreem reageert. Over het algemeen viel het niet tegen. De bruine snavelbies groeit boven het waterpeil uit, de klokjesgentianen groeien goed (maar bloeien nog niet) en de kleine zonnedauw doet hard zijn best. Voor het gentiaanblauwtje zal het kielekiele zijn dit jaar. Op korte termijn lijkt de langdurig hoge waterstand nog niet echt schadelijk, maar de bruine snavelbies, klokjesgentiaan, kleine zonnedauw en veenbies zaten wel ongeveer op hun max van wat ze aankunnen, bleek uit onze metingen in combinatie met literatuur. Mocht dit soort langdurige inundatie nog langer duren of vaker voorkomen, dan kan dat wel schadelijk zijn voor de karakteristieke soorten van vochtige heide. Het heet ten slotte ook vochtige heide, en niet een vennencomplex.

Maar profiteurs waren er natuurlijk ook. Overal waar we liepen kwamen we honderden juveniele rugstreeppadjes tegen. Die leggen vaak eitjes in tijdelijke wateren met weinig begroeiing en ontwikkelen heel snel, voor de plas eventueel weer droogvalt.



De tengere grasjuffer, ook een pionier, had het gebied ook al gevonden en de bruinrode heidelibel heeft er zelfs al als larve overwinterd. We zagen ook veel beekoeverlibellen die ook wel eens een poging willen wagen. Er zijn best wat eitjes gedropt tijdens ons veldwerk, maar of het lang genoeg nat blijft voor deze soort is wel de vraag. De larve van deze soort moet twee jaar onder water doorbrengen voor het een volwassen libel wordt.





Een andere leuke soort die ik tegenkwam is de zwarte heidelibel. Vroeger een algemene soort, maar door klimaatverandering en de achteruitgang van de kwaliteit van vennen is het inmiddels een flink zeldzame soort geworden die hard achteruit gaat. Maar hier was ‘ie dan; twee mannetjes.







Zelf vond ik het razend interessant om de situatie in kaart te brengen. Een weekje vol mooie soorten, een unieke situatie die nog weinig onderzocht is en in tijden van toenemende klimaatextremen heel relevant is. De verwachting is dat zowel droogte als neerslagpieken zullen toenemen. In een watermanagementland als Nederland een grote uitdaging om mee om te gaan. Of laat het gewoon gebeuren. Zeker in zo’n heidegebied waar er ruimte voor natuur is om zijn gang te gaan. De vegetatie heeft veerkracht getoond. En verandert het gebied door de klimaatextremen? Ook dat hoort er wel een klein beetje bij. De natuur staat nooit stil en zal altijd in verandering blijven. En dat maakt het juist interessant om het te volgen.

Geef een reactie op Watergeest Reactie annuleren