Eindelijk is de zomer goed op gang gekomen. En daarmee de zongenieters en gevleugelde vriendjes, de zomerlibellen. En in het bijzonder één soort. In 2021 schreef ik al over de opmars van de gaffelwaterjuffer. Deze komt vanuit Zuid-Europa steeds noordelijker en is in korte tijd van zeer zeldzaam in Nederland naar vrij algemeen gegaan. In Zuid-Nederland kan je hem vrijwel overal tegenkomen en is het één van de algemenere juffersoorten. In Midden-Nederland en verder is het nog niet zover, maar ook de omgeving Wageningen heeft hij inmiddels duidelijk weten te vinden.
Vorig jaar voorspelde ik hem al. Tot nu toe zag ik hem in onze omgeving alleen nog maar bij Kwintelooyen, Veenendaal. Een mooi gebied met zomers bijna droogvallende vennen, een paradijs voor zuidelijke soorten die het droge klimaat gewend zijn. Hoe anders is dat dit jaar… Maar tijdens mijn vele libellenrondjes over de campus in Wageningen tijdens de lunchpauze vond ik in mei al de eerste gaffelwaterjuffer van Wageningen. Twee weken slecht weer zorgde voor een pauze, maar inmiddels zie ik hem bijna elke lunchpauze dat ik op de campus ben. Niet in enorme aantallen, maar steeds een paar. En ik heb ze al betrapt op paren en eitjes leggen, dus wie weet volgend jaar weer!




Niet alleen Wageningen is veroverd. Twee weken geleden nam ik een kijkje in Ecozone de Klomp, een veel minder bekend gebied met schraal grasland en min of meer spontane vennen die in droge zomers min of meer droogvallen. Drie jaar geleden was ik daar voor het laatst, toen zag ik massa’s zuidelijke heidelibellen en zuidelijke glazenmakers. Ook soorten die een flinke opmars maken. Maar ik was even vergeten dat dit gebied echt potentie heeft. Niet alleen zag ik hier prachtige klokjesgentianen, maar ook hier een stuk of wat gaffelwaterjuffers, zwervende pantserjuffers en tangpantserjuffers. De vuurlibel, ook niet vies van schraalland om in te foerageren en ondiepe plassen om eitjes te leggen, was massaal aanwezig. Hoewel dit een minder uitgesproken zuidelijke soort is, zijn ook de vuurlibellen flink in aantal toegenomen de laatste jaren.







Dit weekend bracht ik een bezoekje aan Kwintelooyen. In april was het gebied totaal onbegaanbaar. Het gebied met vennen stond volledig onder water, de hoge brug over het grootste ven is onder water verdwenen, alleen de leuning is zichtbaar. Er is nauwelijks een oever om langs te lopen omdat die door het dichte bos en door braamstruweel loopt. Nu, eind juni, is dat nog niet veranderd. Hoewel het water met het hete weer van de afgelopen week ongetwijfeld wat gezakt is, is dat een druppel op een gloeiende plaat. Ondanks dat zag ik wel een gaffelwaterjuffer vliegen boven het vennetje.
Hoewel het interessante gebied helemaal ondergelopen is, heeft de vele regen ook een bijkomend voordeel. Op het pad bij het centrale grasveld zijn ook wat plasjes ontstaan, met leuke pioniersvegetatie. Om de larven van de rugstreeppad, die het nieuwe watertje meteen hebben weten te vinden, te beschermen, heeft de beheerder een slangetje van het ondergelopen gebied naar de kleine plasjes gelegd. Er is immers water zat, maar het ondiepe water op het pad zal met zomers weer snel verdampen. Bij deze plasjes zag ik ook een zwervende heidelibel, ook al een Zuid-Europese soort, haar eitjes dumpen.

Ook tengere grasjuffer en tangpantserjuffers hadden het plekje weten te vinden. Na wat afleiding van een overvliegende grote weerschijnvlinder, een echte zeldzaamheid in deze omgeving, vond ik foeragerend boven het veld een paar zuidelijke keizerlibellen en een eerste steenrode heidelibel van het jaar. Een vrouwtje zuidelijke keizerlibel zag ik zomaar in het gras zitten en voor het eerst heb ik nu ook het vrouwtje van deze soort mooi op de foto.






In de bosrand bij de parkeerplaats vond ik een verse zuidelijke glazenmaker die hier aan het rondhangen was. Gezien de geschiedenis van het gebied is de kans groot dat het beest ter plekke ook is uitgeslopen, maar hij was niet zo vers dat hij niet al een stuk of wat kilometers erop kon hebben zitten. Al met al een flinke rits aan leuke soorten dus, maar doordat het leuke water onbereikbaar was bleven de aantallen per soort erg laag. Maar dat maakte het ook wel weer overzichtelijk.



Na het bezoekje aan Kwintelooyen ging ik nogmaals naar Ecozone de Klomp. Daar zag ik ongeveer dezelfde soorten en aantallen als twee weken geleden, maar nu ook nog een verse zuidelijke heidelibel. Om die maar aan het lijstje toe te voegen.


Ook de gaffelwaterjuffers waren nog van de partij. Zij hebben dit jaar, ondanks het matige weer, de omgeving van Wageningen, Ede en Veenendaal goed weten te vinden. Tot dit jaar een echte zeldzaamheid hier, maar inmiddels verspreid over de regio bijna overal wel gezien. De opmars stopt zeker niet bij de grote rivieren. Het gaat gewoon door.

Plaats een reactie