Na dat natte en koude april was ik best weer even toe aan een goed vakantiegevoel. Na de tentamenweek volgde gelukkig een herkansingsweek zonder herkansingen, inclusief het hemelvaartweekend. En het weer werkte ook nog fantastisch mee. Een perfect moment voor Hendrike en mij om de tent weer van stal te halen en op te zetten in het mooie Twente. Dit is deel 2 van het verhaal, deel 1 kun je hier lezen.
In de bosrand van het Twentse veen zag ik ook veel libellen hoog in de lucht foerageren. Grotendeels viervlekken, deels smaragdlibellen. Maar mij vielen ook twee heel slanke, kleine, donkere libellen op. Het waren een mannetje en vrouwtje hoogveenglanslibel die in de bosrand op vliegjes jaagden. De hoogveenglanslibel is een heel lastige soort om waar te nemen, vorig jaar kreeg ik hem pas voor het eerst op de foto. Foerageren doen ze veelal langs bosranden hoog in de lucht waar ze lastig te herkennen zijn tussen alle andere libellen die dat doen. Mannetjes verdedigen later in het seizoen hun territorium boven veenmospakketten, maar zijn ook dan lastig te zien. Al is het maar door de ontoegankelijkheid van de gebieden waar ze dat doen. Gelukkig heeft het mannetje best een kenmerkend silhouet en is het de enige glanslibel met tangvormige achterlijfsaanhangselen, waardoor hij op een foto goed te herkennen is, ook als hij twintig meter boven je hoofd vliegt. Het vrouwtje vloog gelukkig wat lager. Ik was blij verrast dat ik ze zag, ik had niet verwacht dat het zou lukken.


Natuurlijk was onze dag nog niet voorbij. In een ander deel van het gebied wilden we ook nog even rondkijken. We zagen nog wat bonte dikkopjes. Maar hoogtepunt voor Hendrike waren wel de blauwborstjes die we best mooi te zien en te horen kregen. Met hun mooie blauwe borstje. Die wilde ze altijd al graag zien.






Op een fietspad zag ik wat glimmen. Het leek wel een juweel zo fel. Een grote groenglimmende loopkever zat daar. Doodstil. Snel maakte ik foto’s. Het was de goudglanzende loopkever, een echte zeldzaamheid in Nederland. De soort komt in Zuid-Limburg, de Achterhoek en Twente voor in oude bossen. Je komt hem vooral tegen als je onder dode stammen gaat kijken, maar soms ook ‘gewoon’ zo. Toen ik klaar was met foto’s maken tikte ik het beest aan zodat hij van het pad af rende en veilig in de berm verdween.




Tegen het einde van de dag zaten we op een bankje met uitzicht over het veen toen er een paartje wielewalen overvloog van het ene naar het andere stuk bos. Al twee dagen lang hoorden we ze regelmatig, maar we hebben ze nog niet mooi te zien gekregen. Even later vloog het mannetje nog eens een rondje over het veen. In een alleenstaande grove den midden in het open veld ging hij even zitten zingen. Het was erg ver weg, maar door zijn felle kleuren toch mooi te zien. Een mooi einde van de dag.




Een dag later gingen we nog eens naar het gebied, maar we begonnen in een ander deel. Omdat daar weinig te zien was kwamen we uiteindelijk toch weer in het gebied van gisteren uit. Daar zagen we weer adders en speerwaterjuffers, maar doordat het wat warmer en een stuk zonniger was dan de dag ervoor was het moeilijk om de beesten mooi te zien te krijgen. Bovendien had ik al mooie foto’s en daarom liepen we er nu een stuk sneller doorheen. In de bosrand zag ik nu een metaalglanslibel foerageren op de plek waar ik een dag eerder twee hoogveenglanslibellen zag. Verwarrend allemaal. Een stukje verderop was wel een hoogveenglanslibel.





Op weg naar de beek voor wat meer schaduw en hopelijk andere libellen moest ik toch nog even stoppen aan de rand van het veengebied omdat ik boven een grasland een kleine donkere libel zag vliegen. En ja, een vrouwtje hoogveenglanslibel maakte rondjes op anderhalve meter boven de grond om vliegjes te vangen. Zo langzamerhand begin ik te geloven dat het ook weer niet zó moeilijk is om de soort te zien te krijgen. Of ik heb deze dagen gewoon erg veel geluk. Hoger in de lucht vloog ook nog een mannetje rond.

Bij de beek waren vooral veel weidebeekjuffers te zien, de beekrombout of beekoeverlibel waar ik op hoopte lukte niet. Maar eigenlijk was onze dag allang goed en we hebben nog twee uur in het gras gelegen bij de beek.
’s Avonds moesten we het laat maken. Er werd een grote kans op bijzonder fel noorderlicht voorspeld, het best zichtbare noorderlicht in Nederland in 20 jaar tijd. Dat moesten we natuurlijk afwachten. En zo zaten we een uur na zonsondergang weer op dezelfde plek langs de beek. Terwijl we aan het wachtten op het noorderlicht viel het Hendrike op dat de lucht wel érg paars was. Oh wacht, dit was het al! Gedurende ongeveer een uur zagen we een paar keer een duidelijke opleving van het zeldzame lichtverschijnsel. Helaas had ik hier niet op gerekend en was mijn telelens de kleinste lens die ik mee had. Veel meer dan een paarse lucht heb ik dus niet op de foto. Met mijn telefoon op nachtstand kon ik nog wel een foto van een groter luchtruim maken. Voor de echt mooie foto’s moet ik over twintig jaar nog maar eens proberen. Maar wat was het gaaf om zo’n paarsverlichte hemel midden in de nacht te zien. Het was ook meteen ons einde van de vakantie.




Geef een reactie op Scoren in Twente (deel 1) – JFK Natuurblog Reactie annuleren