Op libellengebied heeft dit voorjaar een behoorlijk absurd begin. Zonder dat ik ooit het idee heb gehad dat het een heel warm en zonnig voorjaar is, wordt het één na het ander fenologisch record verbroken. Er zijn inmiddels al dertig soorten waargenomen, waarvan de helft van dat aantal recordvroeg was. Wat is het geweest? Een gemiddeld warme wintertemperatuur waardoor de ontwikkeling van larven vroeg op gang kwam wellicht?

Ondanks dat al vanaf eind maart behoorlijk wat libellen gezien werden en ik zelf (ondanks een drukke periode op de uni) ook al wat libellen gezien had, is eigenlijk het traditionele begin pas begin mei. En om het seizoen dan echt goed te openen, ging ik zaterdag met een vriendin van de uni mee met de excursie van Staatsbosbeheer in de Weerribben, op zoek naar de donkere waterjuffer. Na de succesvolle excursie van vorig jaar had ik wel zin in nog een keer zo’n seizoenstart.

We gingen mee met de middagexcursie, dus ’s ochtends hadden we tijd om zelf libellen te kijken in een ander stuk van de Weerribben. We gingen naar het Woldlakebos, een deel van het gebied waar alle soorten van de Weerribben voorkomen, behalve dan de donkere waterjuffer.

Met een lekker zonnetje en weinig wind tussen de jonge bomen was het een ideale ochtend. De smaragdlibellen vlogen al massaal rond, evenals behoorlijk wat glassnijders. Ook aan de waterkant waren veel smaragdlibellen, veelal uitsluipers die nog bij hun larvenhuidje hingen. En de teller liep hard op, met ook al de eerste bruine korenbouten, variabele waterjuffers, grote roodoogjuffers en een enkele gevlekte witsnuitlibel. Al met al zeker geen score om ontevreden over te zijn, en zeker niet toen ik ook nog een kakelverse sierlijke witsnuitlibel vond.

Noordse winterjuffer, vrouw
Viervlek
Een verse smaragdlibel bij zijn larvenhuidje.
Een verse bruine korenbout.
Verse sierlijke witsnuitlibel, vrouw.
Glassnijder, vrouw.

En ’s middags was dan de befaamde excursie. Met de boot gingen we naar het afgelegen stuk Weerribben waar de extreem zeldzame donkere waterjuffer voorkomt. In Nederland is er slechts één trekgat waar de soort zit en ook in de rest van Noordwest-Europa is het een echte zeldzaamheid. Meer naar het noordoosten (Baltische staten en verder) kom je meer in zijn verspreidingsgebied.

Verse gevlekte witsnuitlibel, vrouw

Inmiddels was de zon achter de wolken verdwenen en in het open veld was het een stuk winderiger. In de hoge vegetatie zaten wel smaragdlibellen, gevlekte witsnuitlibellen en heel veel juffers verscholen, maar ze hielden zich gedeisd. De hele boot liep hard te zoeken naar dat ene chemisch groene juffertje. En maar turen door die dichte vegetatie van paddenrus heen. En ja, tijdens een korte opleving van de zon door de wolken, daar had ik hem. Op zijn eigenaardige wijze zweefde hij tussen de sprieten door, voor mijn neus. Terwijl ik de rest van de excursie riep zag ik er nog eentje vliegen. Eentje verdween, terwijl de andere van sprietje naar sprietje vloog dicht voor de oever. De zon was inmiddels weer weg en ik besloot mensen de ruimte te geven het beestje te fotograferen. Ik had vorig jaar immers al mooie foto’s gemaakt. Helaas kon ik er niet meer vinden, anderen ook niet. Ik vermaakte me met andere libellen en kletspraatjes in de tussentijd en toen iedereen een beetje uitgekeken was en het beest nog altijd op een sprietje vlak voor de oever zat greep ik mijn kans om ook nog wat foto’s te maken.

Tengere grasjuffer, vrouw.

Het was wat magerder dan vorig jaar, maar dat mocht de pret niet drukken. De donkere waterjuffer is binnen. Het seizoen is begonnen!

Eén reactie op “Het libellenseizoen traditioneel geopend!”

  1. Libellenparadijs Weerribben – JFK Natuurblog Avatar

    […] niet in het programma ontbreken. Niet alleen komen hier veel zeldzame soorten voor, waarvan ik de voorjaarssoorten in mei al zag, maar ook zijn de aantallen spectaculair. Ik heb me wel eens laten vertellen dat je in de […]

    Like

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar