Let op: de foto’s onderaan het bericht zijn niet zo smakelijk. Maar ja, zo is de natuur. Als je net gegeten hebt misschien eerst even een emmertje pakken.

Nu het eindelijk lente is, ben ik weer volop aan het genieten. Ik denk dat ik de afgelopen drie weken bijna meer buiten ben geweest dan de twee maanden ervoor. Misschien ben ik zelf een beetje een reptiel, met dezelfde drang om de eerste zonuren in de lente volledig te benutten.

Voor de ringslangen geldt in elk geval hetzelfde als voor mij: ze zijn weer wakker en genieten van het lekkere weer. Vorige week liep ik doordeweeks mijn eerste ronde op de Veluwerand om te kijken hoeveel er al wakker waren. Ondanks de felle zon viel het aantal nog tegen, waarschijnlijk omdat er een gure oostenwind op de helling stond. Toch waren er al drie ringslangen te zien. Eén van de slangen was een vrouwtje van zo’n 90 cm met wat littekens en een missende staartpunt. Wie weet gaan we die nog vaker zien. Een mooi begin zo vroeg in maart.

Deze week leken de omstandigheden een stuk gunstiger. Zeker na een paar dagen met minder goed weer. Met minder wind en een hogere temperatuur, maar ter plaatse bleken er toch wel wat wolken te zijn. Gelukkig zorgden deze niet voor al te veel roet in het eten. De citroenvlinders waren massaal wakker geworden en iets minder snel dan vorige week, maar toch vrij snel, zagen we de eerste twee zonnende ringslangen. In lussen op het dorre blad, om optimaal gebruik te maken van de warmte van de zon. Even later konden we ook een zonnend vrouwtje bijschrijven.

Dat de lucht nog net wat vochtig was en de zon niet helemaal voluit scheen zorgde ook voor goede omstandigheden om hazelwormen te zien. Vrij kort achter elkaar zagen we er drie, daarna waren de geschikte omstandigheden (of onze zoekkunsten) even weer op. Maar de zon had intussen zijn werk gedaan, want op de terugweg ging het een stuk harder met het aantal ringslangen. Naast een deel van de dieren die we op de heenweg al zagen telden we er nog vijf extra. En de echte klapper kwam vlak voor het eind. Ik was even blijven hangen om foto’s te maken van een vrouwtje ringslang die zo’n beetje in mijn lens probeerde te kruipen. Toen ik achter mijn medeteller aan kwam zag ik hem wenken dat ik snel moest komen.

Twee meter van het pad lag een flinke ringslang, die ik even later herkende als het vrouwtje met de missende staartpunt. Zo’n vijftig meter van de plek waar we haar vorige week zagen. Het beest was aan het worstelen met een flinke pad. Ik had één keer eerder een ringslang een pad zien eten, inmiddels alweer negen jaar geleden. Het moet regelmatig gebeuren natuurlijk, aangezien ringslangen vooral kikkers en padden eten, maar je moet hem maar net op heterdaad betrappen. En dat had mijn medeteller bíjna gedaan. Het moment supreme hadden we net gemist, maar de slang moest nog beginnen met de pad in de goede richting in de bek krijgen. Dat is nog best een geworstel namelijk.

Een fotoserie van de eerste momenten. In eerste instantie zag ik alleen de opgeblazen pad die klem lag, daarna zag ik ook de ringslang. Deze was in eerste instantie vooral druk met de pad in de goede richting te krijgen om hem naar binnen te werken. — De foto’s gaan automatisch verder. Gebruik de pauzeknop rechtsboven en de pijltjes om de show stil te zetten en zelf verder te gaan.

De slang lag behoorlijk tussen de takken en ondanks dat deze natuurlijk veel en veel sterker is dan een pad, deed de pad er alles aan om het zo moeilijk mogelijk te maken om opgeslokt te worden. Ringslangen zijn weliswaar wurgslangen, maar ze wurgen hun prooi niet. De kikker of pad wordt levend naar binnen gewerkt. De pad blaast zich intussen zo ver mogelijk op, zodat het een hele grote, onhandige hap wordt. Maar de ringslang had natuurlijk vaker een pad opgegeten en had wel wat handigheid. Heel langzaam, stukje voor stukje verdween de pad net wat verder naar binnen. Eerst de kop en daarna de rest. De pad kon zo doorlopen naar de maag om het zo maar te zeggen.

In deze fotoserie heeft de ringslang inmiddels de kop van de pad op de goede plek gekregen en is te zien dat de pad steeds verder naar binnen gaat. Op het laatst zijn alleen de achterpootjes nog net te zien. — De foto’s gaan automatisch verder. Gebruik de pauzeknop rechtsboven en de pijltjes om de show stil te zetten en zelf verder te gaan.

Om grote prooien in één keer naar binnen te werken kunnen slangen hun onderkaak ontwrichten. De soepele huid rondom de bek zorgt ervoor dat de bek enorm ver open kan. Omdat de hele bek vol met eten zit hebben ze een soort snorkel langs de prooi naar buiten hangen om nog te kunnen ademen.

Het duurde in totaal zo’n 40 minuten voor de pad in zijn geheel binnen was. De slang moest er nog even van bijkomen en deed nog een paar keer de bek open en weer dicht. Even de kaak weer vastklikken. Of een boertje laten van de laatste ademhaling van de pad. Even showen dat die grote prooi echt helemaal ingeslikt was.

Na een tijdje vond de extra dikke ringslang het welletjes geweest. Waar ik had verwacht dat ze weg zo kruipen of liggen zonnen na deze inspanning, ging het beest verder op avontuur in het braamstruweel, waar ik haar nog een tijdje kon volgen. Deze ringslang kan in elk geval weer even vooruit. En ik ook, met een uitgebreide serie foto’s.

4 reacties op “Ringslang heeft een flinke kluif”

  1. Thea Avatar
    Thea

    Gaaf, Jan Freerk, dar je het zo mooi in beeld kom brengen.

    overbuurvrouw Thea

    Geliked door 1 persoon

  2. Watergeest Avatar

    Wow, indrukwekkende serie. Ik heb een keer in Engeland een adder een pad zien grijpen, maar om een of andere reden beviel dat niet, want hij spuugde hem weer uit. Ik wist niet eens dat ze dat konden.

    Geliked door 1 persoon

    1. Jan-Freerk Kloen Avatar

      Oh interessant, ik wist niet dat adders ook amfibieën aten, die zijn meer van de muizen en soms vogeltjes. Maar dat was misschien het probleem ook wel dat hij hem weer uitspuugde.

      Like

  3. Wat een reptielenjaar – JFK Natuurblog Avatar

    […] rondes heb ik veel mooie waarnemingen gedaan. Van knalblauwe heikikkers in het vroege voorjaar, tot een ringslang die voor mijn neus een pad op kauwde. En over abnormale hoeveelheden adders in mijn telgebied én in […]

    Like

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar