De waterspreeuw is een vogel die wij Nederlanders vooral van vakantie kennen. Zodra we de grens over gaan en ons platte landje verruilen voor glooiende heuvels en piekende bergen worden alle beken en rivieren ruiger: het terrein van de waterspreeuw. Deze zangvogel ter grote van een merel leeft in deze beken. Zijn voedsel zoekt hij door vanaf een steen in de woeste stroming de wacht te houden en zijn eten komt vanzelf voorbij drijven. Kleine waterbeestjes vangt hij dan vooral. Komt het niet vanzelf voorbij drijven, dan kan de waterspreeuw ook prima zwemmen en duiken, zelfs in zeer snelstromend water. Atypisch gedrag voor een zangvogel.
Hoewel in Zuid-Limburg enkele broedparen van de Midden-Europese ondersoort (roodbuikwaterspreeuw) zijn, is de waterspreeuw bij ons een echte zeldzaamheid. In de winter duiken er soms Noord-Europese waterspreeuwen (zwartbuikwaterspreeuw) op in Nederland, als het in het hoge noorden te koud is. Dat kan op allerlei plekken zijn bij water, maar vaak toch een plek die zo dicht mogelijk bij de woeste Scandinavische beken zit, vaak bij vistrappen of een gemaal. Maar ook bij open, stilstaand water kan zo’n zwartbuikwaterspreeuw een enkele keer opduiken. Gisteren bracht ik met Hendrike een bezoekje aan Zoetermeer om het met eigen ogen te zien.
De waterspreeuw van Zoetermeer is onderhand al veel bezocht door vogelaars. Scandinavische waterspreeuwen zijn er een tijd nauwelijks geweest in Nederland. Zelf zag ik er in 2016 en 2018 eentje, maar daarna zijn er niet veel waarnemingen meer geweest. En zwartbuikwaterspreeuwen hebben één groot voordeel ten opzichte van hun Midden-Europese soortgenoten: om de een of andere reden zijn ze veel minder schuw. Waar je een roodbuikwaterspreeuw soms wel een kilometer voor je uit ziet vliegen over de beek. Dan weer gaat zitten, dan weer voor je uit vliegt, zijn de zwartbuiken een stuk relaxter. Uitzonderingen daargelaten, maar met de drie die ik nu gezien heb, heb ik de ervaring dat ze zich erg weinig van mensen aantrekken.
In Zoetermeer was het even zoeken. Met weinig variatie houdt het beest zich al twee maanden op bij een stel stijgers en kades aan de rand van de Zoetermeerse Plas, een grote recreatieplas. In eerste instantie niet een plek waar je een waterspreeuw zou verwachten, maar op microniveau niet eens zo’n slechte plek. De kunstmatige oevers zijn bekleed met stenen, de kanten beginnen zeer ondiep waardoor de waterspreeuw er nog prima kan staan het eerste stuk en de westenwind veroorzaakt best wat stroming en golfjes. Een golfslagbad voor de waterspreeuw.
Met wat hulp van andere vogelaars vond ik de waterspreeuw toch vrij vlot, maar wel een stukje bij zijn vaste stekjes vandaan. Hij zat op een steen vlak bij de kant, vanwaar hij regelmatig heen en weer wipte, het water in dook en allerlei kleine beestjes tevoorschijn toverde. Wel behoorlijk op afstand, maar leuk te zien.









We liepen een stuk terug om vanaf de andere kant om het hoekje te kijken. Dat werkte even, maar al snel verdween het beest weer terug om het hoekje. Toen hij een tijd niet te zien was en een andere vogelaar zijn vrouw die bij ons was kwam halen omdat hij daar mooi te zien was, gingen we ook terug. Daar zat de waterspreeuw inmiddels op zo’n tien meter van de andere vogelaars vandaan heen en weer te wippen. Waarom precies weet ik niet, maar het is heel typisch gedrag voor een tevreden waterspreeuw dat hij ook als hij stilzit steeds door zijn pootjes zakt en weer opveert. Hij liet zich leuk zien en al vissend kwam hij steeds dichterbij, terwijl een paar vogelaars doodstil op de oever in de modder lagen.
Omdat ik alleen nog door mijn camera keek voor het perfecte plaatje had ik amper door dat het beest inmiddels tot minder dan drie meter genaderd was. Wel moest ik uitzoomen om het beest nog volledig in beeld te krijgen. Ik had inmiddels al een paar minuten gefilmd terwijl hij steeds dichterbij kwam, maar nu ging ik maar weer foto’s maken want de situatie was behoorlijk beter dan toen het beest nog op tien meter zat. Vlak voor mijn neus ging de waterspreeuw zijn gangetje en ik kon er alleen maar van genieten.




Na een show van ruim twintig minuten, toen de waterspreeuw inmiddels weer wat naar achteren gewandeld was, had ik een stijve nek, een natte modderige broek en zat ik te rillen van de kou, dus tijd om een stukje te gaan wandelen. We liepen langs de plas richting een mooi stukje moerasbos met vlonderpaden aan de noordkant van de plas. Veel bijzonders zagen we niet meer, maar mijn dag was al helemaal gemaakt. De middelste zaagbek (normaal vooral op zee te zien) was nog een leuk toetje aan het eind van de dag.

Plaats een reactie