De zomer is de perfecte periode om op pad te gaan. Even weg uit de sleur van het dagelijkse leven en goed van de vakantie genieten. In augustus ben ik met Hendrike op vakantie geweest naar de Gaume in Zuidoost-België. Voor mij een bekende plek waar ik herinneringen aan een vlinderrijke vakantie in 2015 kon ophalen. De foto’s en verhalen plaats ik in delen. Dit is deel 3.
Nog maar half bijgekomen van het overweldigende Orval met alle bijzondere vlinders en libellen, gingen Hendrike en ik op 17 augustus gelijk door naar het volgende hoogtepunt. Ik had nog niet genoeg vlinders gezien. Het weer zou ongeveer hetzelfde worden als in Orval, dus met veel bewolking, maar warm genoeg en met ruimte voor de zon. Een dag later zou het warm en zonnig worden, en dat leek ons minder aangenaam op de locatie die op de planning stond: het kalkgrasland van Torgny, het zuidelijkste dorpje van België. Opnieuw een plek om mooie herinneren op te halen voor mij. In 2015 ben ik er ook geweest. Maar met veel meer soortenkennis en een betere camera zou het zeker de moeite waard moeten zijn om er nog eens rond te neuzen.
In Nederlandse begrippen zou ik gebied, Natuurreservaat Raymond Mayné heet het, vergelijken met de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Weliswaar is het veel en veel kleiner dan de Pietersberg, maar los van verschillende vaste soorten die (bijna) alleen in dit gebied voorkomen in België, is dit ook één van de eerste plekken waar nieuwe zuidelijke soorten opduiken en zeldzame trekvlinders neerstrijken als eerste plek in België. Kortom, een heel bijzonder gebied.
Toen we aankwamen in het gebied vlakbij de Franse grens was het in eerste instantie vooral bewolkt. Vroeg in de ochtend had de zon al wat verschenen, dus de eerste start van de dag hadden de vlinders al gehad, maar echt actief waren ze nog niet. Maar de vlinders die we wel zagen waren ook gelijk leuk. Meteen zagen we het bleek blauwtje, een in België zeldzame soort. Het is een groot blauwtje, met veel bleker gekleurde vleugels dan de meeste andere blauwtjes. Vandaar de naam. Maar met het kleurverloop in de vleugels wel zeker een heel mooie soort. We zagen er een aantal die hoog in de vegetatie met de vleugels open zaten, om de weinige warmte op te vangen. Af en toe zat er een veel algemener icarusblauwtje tussen.



Even later zag ik ook de paarse parelmoervlinder, een kleine oranje parelmoervlinder, waar overigens weinig paars aan te zien is. Zijn andere naam, akkerparelmoervlinder, is in Zuid-Europa wellicht toepasselijker, maar in dit geval eigenlijk ook niet aangezien we op een zeldzaam kalkgrasland rondwandelden. Een gebied waar het zien van een kalkgraslanddikkopje eigenlijk niet uit mocht blijven en dat lukte ook vrij snel. Een enkel staartblauwtje liet zich ook zien, een soort die de laatste jaren steeds verder oprukte tot diep in Nederland, maar die tegelijk in verschillende jaren enorm kan verschillen in aantallen vlinders. Dit jaar zijn het er maar weinig in onze streken.





De zon wilde slechts af en toe een klein beetje schijnen. Voor het bleek blauwtje genoeg, maar het ging nog wat moeizaam wat andere vlinders betreft. Wel zagen we het geel zonneroosje, een zeldzame kalkminnende plant.




Toen we het kleine gebiedje één keer heen en weer gelopen hadden en een keertje buitenom naar de andere keer, begon de zon echt te schijnen. Dat leverde notabene in een ordinaire wegberm náást het bijzondere gebied de echte topper van de dag op. Ik zag iets extreem blauws vliegen. Als je denkt dat een icarusblauwtje mooi helder blauw is, dan heb je deze nog nooit gezien. Ik wist meteen dat het er maar één kon zijn: het zeer zeldzame adonisblauwtje. En ja hoor, het was hem. Een prachtig vers exemplaar, compleet met geblokte franje en al. En die kleur… Die is haast niet op de foto vast te leggen. Ik heb een poging gedaan, hij staat er mooi op. Maar eigenlijk moet je hem gewoon zien. Hier kan het dus, één van de weinige plekken in België.




Nu de zon eindelijk echt was doorgebroken stelden we de lunch nog even uit en gingen nog een keertje door het gebied op en neer. Veel nieuwe dingen zagen we niet, vooral veel meer en veel actievere vlinders dan eerst. Veel bleek blauwtje, maar ook de kalkgraslanddikkopjes bleken er best wel wat te zitten. Ook kwamen we nog enkele adonisblauwtjes en een kleine parelmoervlinder tegen. Een kleiner toppertje was de kleine goudsprinkhaan. In België op slechts enkele plekken te zien, in Nederland helemaal niet. Maar een mooie is het wel zeg, wat een mooie, felle kleur groen! Uit de categorie sprinkhanen zagen we ook de lichtgroene sabelsprinkhaan.



Weer buiten het gebied kwam Hendrike weer met een typische actie aan. Die zit een beetje te slapen als ik naar wat algemene soorten kijk en ontdekt altijd de bijzonderste beesten alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik ken nog wel wat voorbeelden. Maar nu dus ook. Op haar broek zat een sprinkhaan. “Wat is dit?” Ik herkende het in eerste instantie niet, maar wel als iets uit een bijzondere categorie. Bij nadere inspectie had ik gelijk: het was de enige rozevleugel van de dag, een verwant van de in Nederland voorkomende blauwvleugelsprinkhaan. Maar dan met roze ondervleugels. Jammer genoeg zie je die alleen maar als hij vliegt en is het dus vrijwel onmogelijk ze op de foto vast te leggen. Maar je moet maar van mij aannemen dat het een mooi gezicht was toen hij opvloog.

Lang verhaal kort: het was gewoon weer top. En terwijl wij eigenlijk wel even verzadigd waren van de mooie soorten begon het ook langzaam weer dicht te trekken en in de verte trok een flinke onweersbui voorbij. Gelukkig bleef die ons bespaard. Het was wel in het thema van de afgelopen dagen. Meestal mooi weer, maar wel goed blijven opletten. Gelukkig met genoeg ruimte voor fantastische uitstapjes zoals dit!

Geef een reactie op picpholio Reactie annuleren