De afgelopen weken was er genoeg te beleven aan de kust. Niet alleen een bultrug die zich regelmatig liet zien trok de aandacht, maar ook een heuse beloega dook op in de Noordzee. Het direct eropaf gaan zoals sommigen bij een bijzondere waarneming doen houd ik me zelden mee bezig, maar nadat de beloega al twee weken dagelijks gezien werd begon het toch wat te kriebelen. Samen met studievriendin Ilse ging ik er eind januari toch een keer naar op zoek. Hoewel de witte dolfijn grote afstanden aflegt en daardoor lastig te vinden is hoopten we op flink geluk óf een hint van andere waarnemers op andere plekken langs de kust. Helaas liep het niet zoals gehoopt. Vanaf het strand van Castricum was er weinig te zien, laat staan een dolfijn uit de Noordpool. De eerste dag sinds de ontdekking dat de beloega niet werd waargenomen was een feit.
Gelukkig was er genoeg ander moois te zien. Het strand was niet zo spannend, maar de noordpier van IJmuiden niet al te ver weg en daar ging het volgende ritje naar toe. Hier was begin van de middag ook een bultrug gezien, dus daar hoopten we stiekem nog een beetje op.
De pieren zijn best een magische plek. De zuidpier is iets langer dan de noordpier, maar beide lopen vele honderden meters de zee in. Zeevogels die normaal op grote afstand vliegen zijn hierdoor ietsje dichterbij en bovendien foerageren vele steltlopers aan de voet van de pieren. De voedselrijke, wat beschutte omgeving zorgt er ook voor dat allerlei soorten eenden en aalscholvers er langere tijd blijven hangen.
Ons bezoek aan de noordpier leverde vooral mooie foto’s van de paarse strandloper op. Deze wintergast foerageert vaak op rotsachtige plekken. In het geval van Nederland: pieren en dijken. De vogels bij IJmuiden zijn wel wat bezoek gewend. Toen ik een stukje naar beneden klom over de blokken voor een lager standpunt voor een foto van de kuifduiker (overigens een nieuwe soort voor mij) zag ik net wat laat dat er een paarse strandloper voor mijn neus zat. Maar in tegenstelling tot mijn verwachting vloog hij niet weg maar negeerde hij me volkomen. Sterker nog, ik bleef stil zitten en hij kwam bijna mijn lens in lopen. Zo mooi had ik dit donkere strandlopertje met zijn felgekleurde poten en snavel nog nooit gezien!




De kuifduiker vergat ik even en ik ging op in het moment. De foto’s van de kuifduiker kwamen later wel. Al was die een stuk minder mooi te zien.




Afgelopen zondag bracht ik een nieuw bezoek aan IJmuiden, deze keer de zuidpier. De afgelopen dagen waren er weer regelmatig waarnemingen van de bultrug, maar een dagje met schitterend zonnig weer aan zee sprak mij sowieso wel aan. De bultrug wenste zich niet te vertonen, maar ik heb me op deze stralende dag prima vermaakt.
Het begon al bij aankomst in de jachthaven, waar een gewone zeehond op een klein bootje lag te chillen. Grappig!

Aan het begin van de pier werd mijn aandacht getrokken door een middelste zaagbek die al duikend mooi te zien was. Omdat hij steeds verder naar een uitsteeksel van de pier afdreef besloot ik daarheen te gaan om hem op te wachten. En inderdaad: al duikend kwam hij steeds dichterbij tot ik deze maffe eend met zijn charmante kuif op amper 15 meter afstand had. Daar liet hij zich prachtig bekijken.






Na een duik waren zijn lange haren even plat, om na een keer met kop schudden weer overeind te komen. Eén keer kwam hij ook met een voor hem flinke vangst naar boven: een gehoornde slijmvis! Klemvast in de gezaagde snavel. Om hem weg te krijgen was nog wel een klusje, dat duurde even.







Ook zijn vrouwtje liet zich even mooi zien. Zij had iets te hard op een schelp gebeten, een stuk van haar ondersnavel was afgebroken. Maar blijkbaar weet ze zich ermee te redden.




Ook op de rest van de pier kon ik me goed vermaken. Vele steenlopers en paarse strandlopers lieten zich zien. Vanaf het einde van de pier kon ik ver over zee kijken en ik was lang niet de enige vogelaar op deze prachtige dag. Vanaf hier kwamen er zwarte zee-eenden langsvliegen en er kwam een keer een zeekoet aan. Op grote afstand vlogen er enkele jan-van-genten langs.





Toen ik op een groot rotsblok een boterhammetje zat te eten vonden twee steenlopers dat ook wel interessant. Beide kwamen op nog geen meter afstand zitten en eentje bleef daar ook langdurig zitten kijken. Hij leek niet per se geïnteresseerd in mijn brood, maar wellicht speelde dat toch een rol. Hij was verder niet opdringerig en liet zich mooi bekijken. Op een iets grotere afstand hadden vele tientallen drieteenstrandlopers een rustpauze ingelast.







Begin van de middag liet een groep bruinvissen zich goed zien vanaf de pier. De afstand was weliswaar groot, maar ze waren wel goed zichtbaar met de verrekijker. Ik had al eens eerder een enkele bruinvis gezien. Die was erg moeilijk te volgen doordat die steeds lang onder water bleef en dan slechts één keer heel kort boven kwam om te ademen. Het voordeel van deze groep was dat ze meestal om de beurt boven kwamen, dus als de eerste was geweest wist je daarna waar je moest zijn om de volgende op de foto te krijgen. Dat werkte best goed.

Voor mij was dit de eerste keer dat ik de magie van de zuidpier kon ervaren. Eerdere pogingen hem te bezoeken lukte dat niet: een keer door werkzaamheden en een keer door harde wind was de pier afgesloten. De noordpier bezocht ik wel al eerder. Het was in elk geval een geslaagde dag met de fotogenieke middelste zaagbek als absoluut hoogtepunt.

Plaats een reactie