De laatste tijd heb ik in een blogserie geschreven over de natuur in Zweden. Terugkerend thema waren de prachtige venen en veentjes en typische soorten van die gebieden. In Zweden zijn de venglazenmaker, noordse glazenmaker en zwarte heidelibel algemene soorten. Hoe anders is dat in Nederland, waar met name de venglazenmaker en de zwarte heidelibel dreigen uit te sterven.
De zwarte heidelibel, een steeds zeldzamer worden de soort van vennen.— Klik op een foto om de serie te openen en gebruik de pijltjes naar rechts om de foto’s groter te zien.
De droge Veluwse zandgronden zijn onder andere leefgebied voor de venglazenmaker en zwarte heidelibel. Zij leggen hun eitjes in vennen. Een bijzonder habitat dat in Nederland veel te lijden heeft. De droge zomers rond 2018 en 2019 hebben grote klappen uitgedeeld aan beide soorten. Voortplantingswater droogde op en waar dat niet het geval was werd het water te warm, te voedselrijk en namen concurrerende soorten het leefgebied over. De venglazenmaker is bijvoorbeeld vermoedelijk gevoelig voor concurrentie van de grote keizerlibel en de blauwe glazenmaker. De eerstgenoemde doet het goed in Nederland. Het is echt een generalist die van warmte houdt en in vrijwel alle soorten water kan voortplanten. Zowel de larven als de volwassen libellen zijn erg groot en sterk, waardoor de venglazenmaker een stapje terug moet doen. De blauwe glazenmaker heeft hier ook onder te lijden. Deze soort is vrijwel volledig verdrongen naar sterk beschaduwde vennen, waar de grote keizerlibel minder van houdt. Ook de venglazenmaker kan het in kleine, schaduwrijke vennen soms goed doen, maar die heeft dan weer zijn handen vol aan de blauwe glazenmaker.
Een mannetje blauwe glazenmaker. Inderdaad: grotendeels groen. Een generalist, maar grotendeels verdrongen naar schaduwrijke wateren.
Op de Veluwe zijn enkele locaties waar de venglazenmaker nog voorkomt. In één van deze gebieden is het een drukte van belang bij het schaarse water in het stuifzand. De blauwe glazenmaker is hier heel algemeen en vliegt in flinke aantallen rond. De venglazenmaker in lagere aantallen ertussen. Alle glazenmakers zijn erg territoriaal en dulden geen soortgenoten in hun stukje luchtruim. En ook de blauwe glazenmaker en venglazenmaker bestoken elkaar continu. Even rustig een rondje vliegen is er haast niet bij. Is het geen andere venglazenmaker, dan komt hij wel een blauwe glazenmaker tegen. De venglazenmaker verliest regelmatig het duel en moet dan weer een nieuw stukje territorium vinden. Bovendien verliezen ze er veel energie mee. Energie die ze beter in de voortplanting kunnen steken.
Een mannetje venglazenmaker op de Veluwe.— Klik op een foto om de serie te openen en gebruik de pijltjes naar rechts om de foto’s groter te zien.
Vooralsnog doet de venglazenmaker het nog in dit gebied. Ik zag er eind augustus meerdere mannetjes rondvliegen tussen de blauwe glazenmaker en meerdere vrouwtjes waren druk bezig met het leggen van eitjes. De vaart zit er nog in. Omdat de larven twee jaar onder water leven fluctueren de aantallen venglazenmakers flink per jaar. De populatie van de even jaren lijkt groter te zijn dan die van de oneven jaren. Dit jaar zijn er ook weer meer venglazenmakers dan vorig jaar. Maar de trendlijn loopt steil naar beneden. Zo’n zes jaar geleden was de venglazenmaker nog een vrij gewone verschijning bij vennen op de zandgronden. Het is afwachten hoe het verder verloopt.
Een vrouwtje venglazenmaker verzorgt de hoognodige reproductie.— Klik op een foto om de serie te openen en gebruik de pijltjes naar rechts om de foto’s groter te zien.Een wespenspin heeft geholpen wat concurrentie weg te vangen. Een blauwe glazenmaker hangt in het web. Je moet als spin van goede huize komen om zo’n grote libel te vangen. Doorgaans vliegen ze er dwars doorheen.
De noordse glazenmaker doet het nog wat beter, omdat deze zeldzaamheid strikt gebonden is aan hoogveen. Niet alleen wordt er veel meer moeite gestoken in het behoud en verbeteren van dit type habitat, maar ook is het milieu stabieler. Veenmossen reguleren de waterkwaliteit. Het houdt veel water vast en heeft een bufferend vermogen voor temperatuur en voedselrijkdom. Ook liggen bijna alle hoogvenen en -veentjes in Noord-Nederland, waar het gemiddeld minder heet wordt dan in Zuid- en Midden-Nederland. Dat de noordse glazenmaker zeldzaam is komt omdat het leefgebied eveneens zeldzaam is, maar de trend is veel stabieler dan die van de vensoorten. In Drenthe zijn nog best wat kleine veentjes in bosgebieden waar de noordse glazenmaker voorkomt. Het is best een lastig te tellen soort, omdat ze niet heel opvallend leven, vaak in moeilijk begaanbaar terrein en lastig te herkennen zijn. En in sommige gebieden leven ze door elkaar met de venglazenmaker. Dat is helemaal lastig. De noordse glazenmaker is de bleke broer van de venglazenmaker, met bredere borststrepen, hamervormige schouderstrepen en een snuitstreep die overal even breed is (bij de venglazenmaker het breedst in het midden en naar de zijkanten aflopend).
Een mannetje noordse glazenmaker in een hoogveengebied in Overijssel. De bleke versie van de venglazenmaker met wat meer en dikkere strepen op het borststuk.
De noordse glazenmaker heeft in Zweden een andere verschijningsvorm dan hier. In Nederland komt de ‘grootvlekkige vorm’ voor, in Zweden de ‘kleinvlekkige vorm’. Beide behoren wel tot dezelfde ondersoort. De kleinvlekkige vorm lijkt door de kleinere vlekken, smallere borststrepen en het ontbreken van een vlek tussen beide borststrepen nóg meer op de venglazenmaker dan de noordse glazenmakers die we in Nederland kennen. Dat maakte het onderscheid in Zweden, zeker in vlucht boven veentjes waar ze door elkaar voorkwamen, soms uitdagend.
De noordse glazenmaker legt haar eitjes in veenmospakketten.Het vrouwtje noordse glazenmaker rust uit van het eitjes leggen.— Klik op een foto om de serie te openen en gebruik de pijltjes naar rechts om de foto’s groter te zien.
Het is natuurlijk de vraag hoeveel toekomst het noordelijke glazenmakerduo nog heeft in Nederland. Met name de situatie van de venglazenmaker is erg zorgelijk. In Zweden gaat het nog goed. In Scandinavië is stikstofuitstoot geen onderwerp van gesprek, klimaatverandering heeft voor deze habitattypen vooralsnog minder gevolgen en de grote keizerlibel komt daar nog nauwelijks voor. In Nederland moeten we nog maar even van de venglazenmaker genieten nu het nog kan. En in de toekomst is het misschien een soort waarvoor we op vakantie moeten.
Sinds 2014 houd ik met veel plezier JFK Natuurblog, toen nog Janboel van Fladderaars en Kruipers, bij. Ik was toen 11 jaar. Inmiddels ben ik 23 jaar en meer dan tien jaar ervaring verder in zowel fotograferen als schrijven. Al doende leert men! Uit mezelf kijk ik vooral naar reptielen, amfibieën en insecten als vlinders en libellen en ’s winters vogels, maar ik sta open voor al het andere moois buiten. Ik houd niet van stilzitten. Je zal mij dan ook niet snel als een geduldige fotograaf in een schuiltentje aantreffen, maar eerder ongeduldig achter die ene libel aan rennend. Het liefst ben ik onderweg, of dat nou lopend, fietsend of op een andere manier is. Mijn eerste blik is op de omgeving van Wageningen gericht, waar ik woon, maar ik breng mezelf ook graag naar een andere omgeving in binnen- en buitenland.
Ik verkoop mijn foto’s graag via mijn webshop aan mensen die mijn werk waarderen. Voor ieder die meer over natuur en fotografie wil leren organiseer ik op aanvraag kleinschalige excursies en workshops. Via het uitklapbare menu rechts bovenin vind je meer informatie over de webshop en workshops.
Ik hoop dat je met veel plezier de verhalen leest, de foto’s bekijkt en een reactie achterlaat! Je kunt je via e-mail of wordpress op mijn blog abonneren via het uitklapbare menu rechts bovenin of de pop-up rechts onderin.
JFK Natuurblog.
Jan-Freerk Kloen;
Blog: jfknatuurblog.com;
E-mail: info@jfknatuurblog.com;
Instagram: @jfk_natuurblog.
Plaats een reactie