In deze blogserie schrijf ik alles over de prachtige bossen, meren, hoogvenen en… jawel, noorderlicht! Op deze pagina verschijnen de komende tijd alle blogs over Zweden.
Op 26 juli zeiden we onze simpele Zweedse natuurcamping in Virestad gedag om over allerlei kleine weggetjes noordwaarts te rijden met de bus. Nog één dag met zijn allen. We reden langs de ‘E’ van de IKEA, de boerderij Elmtaryd, waar de oprichter van IKEA geboren is. Terwijl we langsreden ontdekte ik een stel jonge grauwe klauwieren waar ik natuurlijk door afgeleid was. Die moesten op de foto. Daarna leidde de reis langs Agunnaryd (jawel, de A van IKEA, het geboortedorp van de oprichter) en verder over de kleinste weggetjes door het Zweedse landschap. We zagen bossen, weilanden, huizen, boerderijen en zo nu en dan kraanvogels in de weilanden. Bij één paar konden we precies mooi stoppen voor een plaatje.




De reis leidde naar een camping in de buurt van Nationaal Park Store Mosse, één van de grootste hoogveengebieden van Zuid-Zweden. In het verleden is dit gebied behoorlijk ontgonnen, maar inmiddels mag het natuurgebied herstellen en het ligt er prachtig bij. Op 27 juli gingen Hendrike en ik het verkennen, inmiddels zonder haar ouders die verder gingen met de bus.
Gelukkig is Hendrike onvervalst fan van vlonderpaden. Die hadden ze er genoeg. De ronde van 12 km leek ons een beetje ambitieus, vooral omdat ik hoopte veel libellen en vlinders te zien. Dus we begonnen aan een rondje van 6 km. Met de drukte viel het mee, wellicht omdat ons rondje niet bij het bezoekerscentrum begon. We zagen in eerste instantie vooral veel jonge levendbarende hagedisjes die opwarmden op de planken in de zon. Voor libellen was het nog een beetje koud. Wel zagen we ook een zonnende adder.



Naast de vlonders groeiden heel veel soorten veenmos, snavelbiezen, lavendelhei, kraaihei en zonnedauw. Naast de ronde zagen we nu ook voor het eerst lange zonnedauw, een echte hoogveensoort. En we zagen heel veel dwergberken. Een soort miniboompje van de toendra en hoogveen. Een stammetje van een cm dik kan bij een boom van 80 jaar oud horen! En de blaadjes zijn heel schattig. De innerlijke bosbouwer van mij werd helemaal vrolijk van het schattige boompje.






We konden vrij vlot doorlopen over de vlonderpaden en kwamen maar weinig mensen tegen. Omdat ik ook nog hoopte libellen te zien, pakten we nog een stuk vlonderpad van de ronde van 12 km mee, dat we op en neer liepen. Uiteindelijk hebben we nog wel libellen gezien, vooral toen ik nog om een vennetje heen ging lopen en twee noordse glazenmakers zag. Mijn doelsoort de azuurglazenmaker vond ik niet, tussen alle gevlekte glanslibellen zag ik wel een enkele hoogveenglanslibel. Maar de dichtheid in Zweden is blijkbaar laag, dus ik zal nog even geduld moeten hebben voor we alle leuke soorten gezien hebben. Maar gelukkig is Zweden zelf prachtig en genieten we vooral van al het moois om ons heen.

Op 28 juli begon onze eerste fietsdag, maar niet voor ik een klein veentje vlakbij de camping, aan de rand van Store Mosse, helemaal uitgekamd had. Ik had het veentje op onze aankomstdag hier al ontdekt op de satellietfoto en in de avond al even een rondje gemaakt om te kijken en het zag er veelbelovend uit. Dus onze fietsdag zou kort worden en pas eind van de ochtend beginnen.




En ja, libellen waren er wel. Op het eerste oog vooral héél veel venglazenmakers. Met die soort gaat het in Nederland extreem slecht. In enkele jaren is de soort van vrij zeldzaam naar het randje van uitsterven geduikeld. In Zweden doen ze het gelukkig nog goed. Voedselarme vennen genoeg, en wat minder overtollig stikstof en minder invloed van klimaatverandering. De venglazenmakers vlogen hier overal om mij heen en lieten zich mooi in vlucht fotograferen. Naast alle mooie glazenmakers vlogen er ook wat juffers rond. Vooral gewone pantserjuffers, maar ook wat blauwe waterjuffers: de azuurwaterjuffer, variabele waterjuffer en speerwaterjuffer. Die laatste is ook een echte zeldzaamheid in Nederland.


Toen ik op het laatst nog even een venglazenmaker op de foto zette bleek het een noordse glazenmaker te zijn. Een soort tweelingsoort, maar dan volledig gespecialiseerd in hoogveen. Een stukje kritischer en zeldzamer dus. Ook deze liet zich nog even mooi zien. Zoek de verschillen.





Toen kon de fietstocht echt beginnen. We reden over kleine asfaltwegen en grindwegen, veel heuvel op. Het was af en toe best wel pittig, maar we kwamen boven. Op een mooie rots met uitzicht en zicht op een klein watertje aten we onze lunch. Toen we over een kleine asfaltweg reden zag Hendrike opeens een eland in het bos staan. We besloten rustig door te fietsen in de hoop hem niet weg te jagen, maar helaas hij vond het toch net iets te spannend. We hebben een eland gezien! En nog van best dichtbij ook. Ja, dan ben je echt in Zweden. Wij waren weer helemaal blij en hadden genoeg energie om onze fietstocht te vervolgen.

Plaats een reactie