Libellenparadijs Weerribben

Geschreven door

·

Onderwerpen: ,

Als je veel naar libellen kijkt, kan minimaal één keer per jaar een uitje naar de Weerribben echt niet in het programma ontbreken. Niet alleen komen hier veel zeldzame soorten voor, waarvan ik de voorjaarssoorten in mei al zag, maar ook zijn de aantallen spectaculair. Ik heb me wel eens laten vertellen dat je in de Weerribben de hoogste libellendichtheid van Europa vindt. Of het klopt weet ik niet, maar het zou me zeker niet verbazen.

Op 14 juli bracht ik een bezoekje. De meeste voorjaarssoorten waren nog net niet uitgevlogen en de zomersoorten begonnen net. Het was een winderige, maar zonnige dag. Dat is lastig libellen kijken in het open veld, maar in het mooi beschutte Woldlakebos waren luwe hoekjes te over om toch een hoop te zien. Vooral de aantallen heidelibellen waren spectaculair. Ik overdrijf niet: voor elke stap vlogen er zo een stuk of 50 op. Dat was natuurlijk niet overal zo extreem, maar het schetst wel een beeld van de enorme wolken libellen die er in de lucht hangen. Iets wat ik echt alleen in de Weerribben heb gezien. En het bijzondere: de helft bestaat uit landelijk zeldzame soorten. De zwarte heidelibel is hard achteruitgegaan en vind je bij de vennen nog maar in heel lage aantallen, maar dat vergeet je even als je in de Weerribben bent. En natuurlijk de Kempense heidelibel, die net begonnen is met vliegen. Die kwam vroeger in Nederland alleen in de Kempen voor, maar is daar nu zo goed als verdwenen en heeft de oversteek naar de Weerribben en wijde omgeving gemaakt. Daar is het nu in de nazomer de algemeenste soort. Dat is begin juli nog het geval, maar leuke aantallen waren er al wel.

Boven het water en rietland in het Woldlakebos vlogen ook veel gevlekte glanslibellen rond. Een soort die weliswaar vrij rustig vliegt, maar niet vaak gaat zitten. De vluchtfoto’s zijn wel redelijk gelukt. En dan nog deze viervlek. Ik vond een extreem uitbundig exemplaar. Normaal gesproken hebben ze in de vleugel een donker pterostigma (net als alle libellen) en een vlekje bij de knoop. Deze heeft dat uitgebreid tot banden als een bandheidelibel en grote vlekken bij de knoop. De afwijking komt vaker voor en heeft een naam die ik vergeten ben. Zo mooi had ik het zelf nog niet eerder gezien.

En dan nog eens de heidelibellen. In een beschut, moerassig stuk vlogen de eerste paar honderd Kempense heidelibellen rond, tezamen met redelijk wat zwarte heidelibellen en soms een algemene soort: de bloedrode en steenrode heidelibel. De Kempense vind ik zelf erg mooi, omdat de verse exemplaren al behoorlijk oranje zijn in plaats van bleek geel. En met de druppelvormige vlekjes op het achterlijf en de fraaie hangsnor zijn ze ook nog eens goed te herkennen. Het licht was zacht door de wolken heen en met wat tegenlicht boven het vochtige moeras kon ik mooi plaatjes schieten.

Aan het eind van de dag had ik alle soorten die ik kon verwachten in de Weerribben wel gezien. Aan het eind zag ik nog een metaalglanslibel rondvliegen. Verder zag ik de eerste paardenbijter, bruine glazenmakers en zag ik (helaas) alleen larvenhuidjes van de groene glazenmaker in de krabbenscheer hangen. Ook vloog er nog even een grote weerschijnvlinder langs met wat achtergrondlawaai van de wielewalen. Ik had het tempo hoog zitten, maar heb daardoor ook veel gezien. En mooie plaatjes gemaakt. Het was weer een zomermiddagje ouderwets genieten in die mooie Weerribben.

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar