Het Pinksterweekend is een mooi moment om even goed gebruik te maken van je vrije tijd. Zeker als het weer dan nog even goed meewerkt. In het lange weekend ging ik met Ilse mee naar haar ouderlijkhuis in Geldrop om in de omgeving een weekend lang libellen te gaan kijken. Zij met gebiedskennis, en ik met libellenkennis. Dat was een goeie combinatie.
We hebben verschillende gebieden bezocht in twee dagen tijd, waaronder ook kwetsbare gebieden of gebieden waarin kwetsbare soorten leven. Daarom noem ik niet alle gebieden bij naam. Maar allemaal in Zuidoost-Brabant of aangrenzend Limburg.
Zaterdag was een redelijk zonnige dag, zeker in de ochtend. Onze doellocatie bleek alleen niet zo makkelijk te bereiken. Het pad waar we overheen moesten stond behoorlijk onder water en hoewel het bos ook hoge en droge delen had, waren er ook geulen waar we niet echt overheen kwamen. Uiteindelijk wisten we een route te vinden waarmee we maar één geul over hoefden en kruipend over een boomstam konden we aan de overkant komen. Bij het veentje van bestemming zagen we al snel de doelsoort: de zeldzame speerwaterjuffer. Een echte zeldzaamheid die hard achteruit gaat in Nederland. Maar hier was hij nog te zien, ook vanaf het pad. Daarnaast zagen we hier een vroege gaffelwaterjuffer die nog niet helemaal op kleur was, een vuurlibel, venwitsnuitlibellen en een gevlekte witsnuitlibel. Op de terugweg vloog er een zuidelijke keizerlibel boven het pad rond. Een prima begin van de dag.






’s Middags stond de Plateaux op de planning. Samen met het Belgische Hageven vormt het een nat heidegebied met vennen en aan de rand zijn meer bosrijke beekjes te vinden. Een echte blikvanger van het gebied is de bosbeekjuffer, waarvan we er honderden vlinderachtig boven de beekjes zagen dwarrelen. Ook de bruine korenbout zit er veel rond de beekjes. Hoewel het nog erg vroeg in het jaar was, zagen we ook twee allereerste bronlibellen en vonden we ook een larvenhuidje ervan langs de beek. In de bosrand vonden we in de luwte van het bos veel beekrombouten en bruine korenbouten die boven de warme kale grond foerageerden.












Zondag was ons weekend natuurlijk nog niet voorbij. Het stond in het teken van hoogveen. Op de grens van Brabant en Limburg liggen twee grote veengebieden: de Groote Peel en de Deurnesche Peel/Mariapeel. In beide gebieden hebben we rondgekeken.
De dag begon zwaar bewolkt en de vegetatie was nog nat van de regen van vannacht. We wilden graag gladde slangen vinden en die houden niet zo van volle zon en wel van vochtig weer, maar dit was een beetje veel van het goede. Gelukkig vonden we na een tijd zoeken toch een gladde slang en toen de zon net wat doorbrak ging het hard. We vonden nog eens zes gladde slangen (voor mij een nieuw record op één dag) en de vlinders en libellen werden ook actiever. Er waren vele tientallen verse tangpantserjuffers in de oever langs een ven en in het braamstruweel kwamen we af en toe een bont dikkopje tegen.







Aan het eind van de dag wilden we nog een poging doen om maanwaterjuffers te zien. Toen we net uit de auto wilden stappen zagen we alleen een flinke donderwolk hangen en een blik op Buienalarm voorspelde weinig goeds. Toen na een half uur in de auto wachten de bui eigenlijk gewoon uitbleef besloten we toch gewoon te gaan zoeken en in het zwaar bewolkte weer en de eerste druppels regen werden we niet alleen volledig lekgestoken door de muggen, maar vonden we ook drie maanwaterjuffers. Helaas lieten ze zich niet uitgebreid fotograferen, maar we hebben ze goed gezien.


De echte regen kwam uiteindelijk pas ’s avonds, toen we terugreden naar Wageningen. Met uitzicht op een blank staande snelweg en schitterende donderwolken reden we zo het zonnige Wageningen in. Het was een mooi weekend.

Plaats een reactie