De afgelopen twee weken volgde ik het vak Landschapexcursies, dat in mijn programma van Bos- en Natuurbeheer aan de WUR zit. Het vak gaat over plantengemeenschappen en typische plantensoorten die bij bepaalde landschappen horen. En het is het meest praktische vak dat ik heb gehad tot nu toe, met slechts twee dagen op de uni en vijf excursies waarin we zo ongeveer het hele land wel gezien hebben. Lange dagen met de bus vanuit Wageningen, maar wel heel erg leuk. Uiteindelijk was het natuurlijk niet echt een schoolreisje maar moest er ook geleerd worden, maar ik moet toegeven dat ik af en toe iets meer bezig was met om me heen kijken om allemaal leuke dingen te zien dan dat ik écht naar het verhaal aan het luisteren was. Maar leuk was het zeker. Deze keer geen compleet verhaal, maar een blogje met hoogtepunten van de afgelopen twee weken.

Drentsche Aa, 14 mei

Op 14 mei maakten we een wandeling door Nationaal Park de Drentsche Aa, een fantastisch landschap met allerlei beekjes en daarbij horende beekdalvegetatietypen. Mooie planten zagen we natuurlijk ook, maar voor mij als libellenliefhebber was het hoogtepunt toch wel de grote hoeveelheid beekrombouten die we overal en nergens tussen Anloo en Oudemolen tegenkwamen. Tijdens de lunchpauze in de Gasterse Duinen zagen we wat sierlijke witsnuitlibellen die in een boom aan het uitpuffen waren. Het was een warme dag; 28 graden en volle zon. Gelukkig hadden we ook veel schaduw.

Eempolders en Westbroekse Zodden, 15 mei

Een dag later was het minder zonnig, maar nog altijd warm. Broeierig weer. De dag begon met een rondje weidevogels kijken in de Eempolders, een heel groot weidevogelreservaat dat daar ook volledig op ingericht is. Tijdens de uitleg hoorden we ineens een roerdomp ‘hoempen’ vanuit een lullig rietkraagje. Toch een gekke plek voor een reiger die van grote, oude rietvelden houdt. Dat vond hij zelf kennelijk ook, want enkele minuten later kwam hij vlak langs ons vliegen op weg naar een geschiktere plek.

In de Westbroekse Zodden hebben we naar heus trilveen gekeken (een soort drijvend eiland van veen) en vlogen en visarend en verschillende zwarte sterns langs.

Meijendel, 16 mei

Als je in mei planten moet kijken, dan moet je zeker ook naar een duingebied. In ons geval Meijendel, de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar. Door bos, duindoornstruweel en vochtige duinvalleien kwamen we uiteindelijk in de meer pioniersbegroeiing terecht, met onderweg ook nog een mooie duinplas waarin zelfs midden overdag de rugstreeppadden zich mooi lieten horen. En natuurlijk zagen we typische soorten als het duinviooltje, gewone vleugeltjesbloem en steenrode orchis.

Even tussendoor op de Campus

Halverwege het vak moesten we toch ook even één dag op de campus zijn. Maar geen lunchpauze zonder buiten zijn en ik had mijn camera mee. We vonden net als vorig jaar weer wilde bijenorchissen en ik ontdekte de eerste gaffelwaterjuffer voor Wageningen bij een klein plasje. Een leuke soort, die steeds algemener wordt dankzij het steeds warmer wordende klimaat.

Bargerveen, 22 mei

Na keileem, laagveen en duinzand stond ook hoogveen nog op de planning. In het Bargerveen leek de excursie even een beetje in het water te vallen, maar na een regenbuitje aan het begin was het gelukkig alleen nog nat onder onze voeten. En na een stukje wandelen tussen de veenmospakketten door kwam zelfs heel voorzichtig de zon een beetje door, wat meteen resulteerde in een stuk of wat actieve gevlekte en noordse witsnuitlibellen. Ook vond iemand anders niet één maar zelfs twee adders. Zo begon het toch wat te worden. Mijn persoonlijke doelsoort was de inmiddels zeer zeldzame maanwaterjuffer, maar waar ik die drie jaar geleden nog per toeval tegenkwam, kon ik nu blijven zoeken en zoeken tussen alle watersnuffels, maar het wilde maar niet lukken. Tot ik in een heel luw hoekje tussen de bomen, lekker uit de wind, tóch een mannetje maanwaterjuffer vond. Eigenlijk een soort van vrij zure vennen, maar inmiddels zit hij vrijwel alleen nog in hoogveen omdat alleen deze gebieden wat zuurtegraad, nattigheid en temperatuur nog stabiel genoeg zijn voor de maanwaterjuffer. Het is de laatste jaren erg hard gegaan, van vrij zeldzaam naar slechts nog in een stuk of vier gebieden te vinden. Eng hard.

Tot slot hebben we ons tussen het levende hoogveen vol prachtige planten zoals kleine veenbes en lavendelhei nog laten foppen door prachtig uitgegroeide kleine zonnedauw. Omdat het Bargerveen de enige Nederlandse groeiplaats van lange zonnedauw is dachten we dat we die te pakken hadden (en de beeldherkenning van waarneming.nl had zich eveneens flink laten foppen). Maar het stond er te massaal en niet op de veenmosbulten maar op kale grond. Toch de algemenere, maar zeer zeker mooie, kleine zonnedauw dus.

Wijlre Akkers en Gerendal, 23 mei

De laatste excursie was ook echt een heel mooie. Een wandeling door het prachtige Zuid-Limburg, van Stokhem via de Wijlre Akkers en bossen het plateau over naar het Gerendal, een prachtig en bekend dal propvol zeldzame orchideeën. Qua libellen bleef het bij een enkele bosbeekjuffer toen we de bus uit stapten, maar de excursie was gevuld met mooie Limburgse plantensoorten, twee rode wouwen en met heel goed zoeken een geelbuikvuurpadje in een speciaal daarvoor aangelegd poeltje.

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar