De zomer is de perfecte periode om op pad te gaan. Even weg uit de sleur van het dagelijkse leven en goed van de vakantie genieten. In augustus ben ik met Hendrike op vakantie geweest naar de Gaume in Zuidoost-België. Voor mij een bekende plek waar ik herinneringen aan een vlinderrijke vakantie in 2015 kon ophalen. De foto’s en verhalen plaats ik in delen. Dit is deel 1.

Op 11 augustus reden we van Nederland naar onze geplande camping in Chiny, vlakbij het bekendere Florenville. Daar zetten we onze tent op in een bosrijke omgeving. Op 12 augustus konden we die omgeving wat meer verkennen.

Ik vermoedde dat er in de omgeving wel eens vuursalamanders zouden kunnen zitten. Ik wist alleen niet waar precies en kon dat ook nergens vinden. Daarom besloten we een kleine beek in de buurt te volgen en in die omgeving te zoeken.

In eerste instantie leek de beek niet geschikt voor vuursalamanders. Toch te groot en te veel stroming. Een stukje stroomopwaarts kwam er echter een klein beekje bij dat eindigde in een soort moeras met allerlei kleine takjes en poeltjes die ontstonden. Dat kamde ik uit en dat leverde een paar flinke vuursalamanderlarven op. Ik had mijn camera nog in mijn tas en had even geen zin om moeite te doen. In plaats daarvan pakte ik mijn waterdichte telefoon en probeerde ik onder water wat foto’s te maken. Het beestje was gelukkig niet schuw en liet het gewoon toe. Dat leverde mooie plaatjes op in combinatie met het broodnodige extra licht van mijn hoofdlamp. Het was een erg donker bos. Een zaklamp was zeker geen overbodige luxe, ook al was het midden overdag, alleen al om de larven te vinden.

We zochten verder en ik had de moed bijna opgegeven toen ik toch nog een prachtige vuursalamander vond. De grote versie. Felgekleurd, flitsend in het donkere bos. Prachtig! Het gaat slecht met ze door de doodenge exotische schimmelziekte Bsal, maar gelukkig zijn ze nog te vinden bij onze zuiderburen. Uiteraard was ik nu niet te lui om mijn camera uit te pakken.

Op 13 augustus vermaakten we ons in een ander zijdal van de Semois, de rivier waar de camping aan ligt. De beek was mooi, de omgeving wat parkachtig en net ontdaan van een grote woestenij van adelaarsvarens. Het was dus wat kaal en op keizersmantels en boswitjes na waren er weinig vlinders te vinden. Wel zagen we een waterspreeuw en kwamen we een hazelworm tegen.

Niet elke dag was er even veel te beleven. Op 14 augustus was het wat saai weer en moesten we het qua bijzonderheden doen met een rosse sprinkhaan in de wegberm op weg naar de winkel. De grensbeek tussen België en Frankrijk aan de andere kant van het dorp was ontzettend mooi en de bronnen evenzo, maar dieren waren er bijna niet te zien.

Gelukkig was daar dan 15 augustus. Eerst zouden we ‘even’ naar een uitkijkpunt over het dal van de Semois lopen. Daar konden we komen door vanaf Chiny een rondwandeling een stukje te volgen. Onbewust liepen we de rondwandeling echter in de andere richting en dus duurde het eerst een kilometer of 6 voor we bij het uitzichtpunt kwamen. Maar de wandeling was mooi en het uitzichtpunt zeker ook. Daar hebben we lekker gezeten en gekeken naar de kanoërs ver beneden ons. Op de terugweg zagen we meerdere Spaanse vlaggen en eindelijk de kleine groene sabelsprinkhaan. Een soort die ik op de eerste avond al hoorde, maar het was nog niet gelukt hem ook te zien. In Nederland komt hij nauwelijks voor, in België vrijwel alleen in de Gaume.

En omdat ik nog even verder wilde scoren zochten we na de uit de hand gelopen wandeling de eerste vuursalamanderplek weer op om vanaf daar verder te zoeken naar meer exemplaren. In de directe omgeving vonden we er gelijk al een paar. In een ander klein beekje vonden we wel larven, maar geen volwassen dieren. Maar we waren dik tevreden. Voor maart dit jaar was het zien van een vuursalamander een lang gekoesterde wens en nadat dat eindelijk lukte kan ik er nog steeds geen genoeg van krijgen. Wat een prachtige beesten!

Plaats een reactie

Over de auteur

Jan-Freerk Kloen Avatar